“Wie of wat hoort niet in dit rijtje thuis?” Zo luidt de kop op de voorpagina van The Independent, boven foto's van de koninklijke bruiloft van dit jaar, het ongebruikelijk warme voorjaar, de ramp met de kerncentrale van Fukushima, een verouderd boorplatform op de Noordzee, en tenslotte de Britse minister van Financiën George Osborne. Het antwoord: “De bovenste vier worden verantwoordelijk gehouden voor de economische puinhoop, maar klaarblijkelijk niet de minister van Financiën”.
Het Londense dagblad komt met dit raadseltje na de bekendmaking van slechte groeicijfers voor de Britse economie – +0,2 procent in het tweede kwartaal, en -0,5 procent en +0,5 procent in de daaraan voorafgaande twee kwartalen. Het Britse Centraal Bureau voor de Statistiek legde de schuld bij de vier eerstgenoemde oorzaken – de koninklijke bruiloft kostte de economie ongeveer 0,25 procent van het bruto binnenlands product, ofwel 3,5 miljard pond (3,96 miljard euro) – maar voor het centrum-linkse dagblad is de schuldige de minister van Financiën zelf, wiens “afknijpen van de overheidsfinanciën” en btw-stijgingen “op roekeloze wijze” het herstel “in de kiem smoren”.
De leider van het linkse verbond Syriza is de nieuwe hoop van de Griekse politiek. Met zijn koers die zich houdt tussen pragmatisme en klassenstrijd-retoriek maakt hij Berlijn onzeker, en bepaald niet alleen de voorstanders van het bezuinigingsbeleid van Angela Merkel.
De economische problemen van Europa hebben ons ertoe gedwongen de geheimzinnige Olympische wereld van de mondiale financiële sector te doorgronden. Maar is het nu, terwijl we zo graag de werking van markten en obligaties willen begrijpen, zelfs voor de financiële deskundigen niet eens meer duidelijk wat er precies aan de hand is?
Azerbeidzjan organiseert dit jaar het populaire liedjesfestijn Eurovisiesongfestival. Omdat het land niet bepaald een modeldemocratie is, klinkt er kritiek vanuit Europa. Net als vele anderen hekelt een Estse journalist de slappe houding jegens het regime in Bakoe.