“Cruciale week voor de financiële wereld”, kopt La Tribune vanwege drie grote gebeurtenissen die deze week op stapel staan. Allereerst de schuldencrisis. Vandaag zal Griekenland zijn nieuwe plan presenteren om een sanering van zijn staatsschuld te voorkomen, terwijl Italië onder druk staat aangezien kredietbeoordelaar Standard & Poor's afgelopen zaterdag de vooruitzichten van Italië voor de middellange termijn omlaag heeft geschroefd. Wat het IMF betreft staat Europa – Groot-Brittannië inbegrepen – als één man achter de benoeming van Christine Lagarde, de huidige Franse minister van Financiën, tot directeur in de plaats van Dominique Strauss-Kahn. Tot slot komt de G8 op 26 en 27 mei in het Franse Deauville bijeen. Het Franse economische dagblad legt de nadruk op de verschillen die tussen Europa en de Verenigde Staten bestaan over de te nemen maatregelen om de crisis te boven te komen. Deze “meningsverschillen” zullen “duurzaam” een stempel drukken op de “discussies over economische politiek in het postcrisistijdperk”.
De leider van het linkse verbond Syriza is de nieuwe hoop van de Griekse politiek. Met zijn koers die zich houdt tussen pragmatisme en klassenstrijd-retoriek maakt hij Berlijn onzeker, en bepaald niet alleen de voorstanders van het bezuinigingsbeleid van Angela Merkel.
De economische problemen van Europa hebben ons ertoe gedwongen de geheimzinnige Olympische wereld van de mondiale financiële sector te doorgronden. Maar is het nu, terwijl we zo graag de werking van markten en obligaties willen begrijpen, zelfs voor de financiële deskundigen niet eens meer duidelijk wat er precies aan de hand is?
Azerbeidzjan organiseert dit jaar het populaire liedjesfestijn Eurovisiesongfestival. Omdat het land niet bepaald een modeldemocratie is, klinkt er kritiek vanuit Europa. Net als vele anderen hekelt een Estse journalist de slappe houding jegens het regime in Bakoe.