2011 wordt het “beslissende jaar voor de euro”, kopt de Frankfurter Allgemeine Zeitung. De krant schat de overlevingskansen van de munt het grootst in als het jaar net zo optimistisch eindigt als dat het is begonnen in Estland, waar op 1 januari de euro is ingevoerd. Het geheim van het slagen van de euro schuilt in vertrouwen, meent de krant, vertrouwen tussen sterke en zwakkere landen in de eurozone, maar vooral tussen de EU en Hongarije, dat sinds 1 januari voorzitter van de Unie is. “Met haar kritiek – die vaak vooringenomen is – op Boedapest, riskeert de EU, op langere termijn, te worden gezien als de slang die in zijn eigen staart bijt”, schrijft de FAZ. Het dagblad meent dat de komende zes maanden beslissend zullen zijn voor de euro en dat het er behoefte is aan een “voorzitterschap van de EU dat zich niet steeds hoeft te verdedigen.”
Een wijdverbreide overheidssector, almachtige vakbonden en een cliëntelistisch beleid: Griekse ondernemers hebben een waslijst met klachten. Maar nu zij hun productie naar het buitenland hebben verplaatst, het onderzoek hebben verwaarloosd en zich schuldig hebben gemaakt aan belastingontduiking, zouden zij zelf wel eens de eerste slachtoffers kunnen zijn van een mogelijk vertrek van Griekenland uit de eurozone.
Hoewel de Esten denken dat bij hen het internet helemaal ingeburgerd is, laten de statistieken zien dat slechts een derde van de bevolking een account op het beroemde sociale netwerk Facebook heeft. Want je privéleven moet wel privé blijven, vindt de rest.
De leider van het linkse verbond Syriza is de nieuwe hoop van de Griekse politiek. Met zijn koers die zich houdt tussen pragmatisme en klassenstrijd-retoriek maakt hij Berlijn onzeker, en bepaald niet alleen de voorstanders van het bezuinigingsbeleid van Angela Merkel.