"Het meten van geluk" staat deze week centraal in het Duitse weekblad Freitag, dat het einde aankondigt van het bruto binnenlands product (bbp) als indicator voor het welzijn van een volk. Ook al is reeds veertig jaar bekend dat economische groei niet automatisch gelijk opgaat met het geluk van een natie, toch dringt deze kennis slechts moeizaam door tot de Duitse politiek en vooral tot Angela Merkel. Deze fysica begint weer te geloven in (economische) wonderen, daarbij aangemoedigd door de internationale lofzangen op de Duitse economische groei. Het weekblad vindt de "Duitse aanbidding voor het bbp" echter "niet meer van deze tijd", maar vindt het niet nodig dat de overheid een tevredenheidindex gaat bijhouden. Die zou dan de “democratie vervangen door een technocratie op basis van statistieken”, waarin geluk er als politiek doel aan de haren bij gesleept zou kunnen worden. Het bijhouden van de geluksindex blijft een zaak voor de wetenschap.
Een wijdverbreide overheidssector, almachtige vakbonden en een cliëntelistisch beleid: Griekse ondernemers hebben een waslijst met klachten. Maar nu zij hun productie naar het buitenland hebben verplaatst, het onderzoek hebben verwaarloosd en zich schuldig hebben gemaakt aan belastingontduiking, zouden zij zelf wel eens de eerste slachtoffers kunnen zijn van een mogelijk vertrek van Griekenland uit de eurozone.
Hoewel de Esten denken dat bij hen het internet helemaal ingeburgerd is, laten de statistieken zien dat slechts een derde van de bevolking een account op het beroemde sociale netwerk Facebook heeft. Want je privéleven moet wel privé blijven, vindt de rest.
De leider van het linkse verbond Syriza is de nieuwe hoop van de Griekse politiek. Met zijn koers die zich houdt tussen pragmatisme en klassenstrijd-retoriek maakt hij Berlijn onzeker, en bepaald niet alleen de voorstanders van het bezuinigingsbeleid van Angela Merkel.