“Alles is anders deze Prinsjesdag”, kopt de Volkskrant. Deze dag, waarop de Nederlandse koningin in haar jaarlijkse speech het beleid van de regering voor het volgende parlementaire jaar bekend maakt, is dit jaar niet zoals normaal. Het land heeft nog steeds, drie maanden na de verkiezingen, geen nieuwe regering en daarom, zo schrijft de krant, “heeft de koningin weinig te melden”, zal “menig fractieleider een stuk ontspanner zitten in de Ridderzaal” en houden de journalisten zich rustig. Op de voorpagina staat een cartoon van Collignon die de situatie samenvat: een auto met daarin Geert Wilders van de PVV wordt geduwd door Maxime Verhagen (CDA) en Mark Rutte (VVD). De auto krijgt groen licht om naar het Binnenhof te gaan, de koningin in haar gouden koets moet wachten voor het rode licht.
De leider van het linkse verbond Syriza is de nieuwe hoop van de Griekse politiek. Met zijn koers die zich houdt tussen pragmatisme en klassenstrijd-retoriek maakt hij Berlijn onzeker, en bepaald niet alleen de voorstanders van het bezuinigingsbeleid van Angela Merkel.
De economische problemen van Europa hebben ons ertoe gedwongen de geheimzinnige Olympische wereld van de mondiale financiële sector te doorgronden. Maar is het nu, terwijl we zo graag de werking van markten en obligaties willen begrijpen, zelfs voor de financiële deskundigen niet eens meer duidelijk wat er precies aan de hand is?
Azerbeidzjan organiseert dit jaar het populaire liedjesfestijn Eurovisiesongfestival. Omdat het land niet bepaald een modeldemocratie is, klinkt er kritiek vanuit Europa. Net als vele anderen hekelt een Estse journalist de slappe houding jegens het regime in Bakoe.