Hoe erg moet het worden voordat Labour zijn leider aan de kant schuift? vraagt Matthew d’Ancona zich af in The Spectator. Na een reeks ministers die hun ontslag hebben ingediend en een magere 16% bij de Europese verkiezingen, is de partij van Gordon Brown nodig aan vernieuwing toe. Het probleem echter, zo stelt hij, is de laffe “pseudo-loyaliteit” van de nieuwe generatie Labourpolitici die “lamgeslagen zijn door besluiteloosheid” en veel te afhankelijk zijn van het gezag van het drietal Blair, Brown en Peter Mandelson dat in de jaren negentig de partij nieuw leven had ingeblazen. Labour kan zich volgens hem “niet voorstellen hoe het leven eruit zou zien zonder deze drie opperhoofden”. De Europarlementariërs van Labour zijn bang van de toekomst en troosten zichzelf met de gedachte dat hun rampzalige situatie nog erger zou kunnen. Voor d’Ancone betekent dit dat Labour nagenoeg dood is, en dat Groot-Brittannië bestuurd wordt door een “parlement van zombies”.
De leider van het linkse verbond Syriza is de nieuwe hoop van de Griekse politiek. Met zijn koers die zich houdt tussen pragmatisme en klassenstrijd-retoriek maakt hij Berlijn onzeker, en bepaald niet alleen de voorstanders van het bezuinigingsbeleid van Angela Merkel.
De economische problemen van Europa hebben ons ertoe gedwongen de geheimzinnige Olympische wereld van de mondiale financiële sector te doorgronden. Maar is het nu, terwijl we zo graag de werking van markten en obligaties willen begrijpen, zelfs voor de financiële deskundigen niet eens meer duidelijk wat er precies aan de hand is?
Azerbeidzjan organiseert dit jaar het populaire liedjesfestijn Eurovisiesongfestival. Omdat het land niet bepaald een modeldemocratie is, klinkt er kritiek vanuit Europa. Net als vele anderen hekelt een Estse journalist de slappe houding jegens het regime in Bakoe.