Peter Murtagh merkt op in de Irish Times dat de Europese verkiezingen samenvielen met de 65e verjaardag van de geallieerde bevrijdingsaanval op Normandië, toen “geciviliseerde mensen een continent terugwonnen van fascisten die het hadden ondergedompeld in barbaarsheid”. De Europese Unie is in zijn ogen “op veel manieren een levend monument van wat [op die dag] bereikt was”. Vandaag de dag hebben we te maken met eurosceptische rechtse partijen die de EU beschouwen als “een dictatuur”. De slimste onder hen, weten "hun one-liners in een verstandig jasje te steken”. Maar tijdens een crisisperiode, laten zulke groeperingen hun ware gezicht zien en “wijzen met een beschuldigende vinger naar buitenlanders die een deel van het probleem zouden zijn en die we zouden moeten brandmerken met gekleurde kaarten”. Niemand is echter om de tuin te leiden: zonder namen te noemen is het voor een Iers lezerspubliek duidelijk dat Murtagh de partij Libertas bedoelt, die tegen het Verdrag van Lissabon is, en geen zetels heeft kunnen winnen in Ierland.
De leider van het linkse verbond Syriza is de nieuwe hoop van de Griekse politiek. Met zijn koers die zich houdt tussen pragmatisme en klassenstrijd-retoriek maakt hij Berlijn onzeker, en bepaald niet alleen de voorstanders van het bezuinigingsbeleid van Angela Merkel.
De economische problemen van Europa hebben ons ertoe gedwongen de geheimzinnige Olympische wereld van de mondiale financiële sector te doorgronden. Maar is het nu, terwijl we zo graag de werking van markten en obligaties willen begrijpen, zelfs voor de financiële deskundigen niet eens meer duidelijk wat er precies aan de hand is?
Azerbeidzjan organiseert dit jaar het populaire liedjesfestijn Eurovisiesongfestival. Omdat het land niet bepaald een modeldemocratie is, klinkt er kritiek vanuit Europa. Net als vele anderen hekelt een Estse journalist de slappe houding jegens het regime in Bakoe.