“Het regime staat ons niet aan”: deze leus werd op zondag 23 oktober gescandeerd in de straten van de Hongaarse hoofdstad. Het was de grootste demonstratie tegen de regering die werd georganiseerd sinds Viktor Orbán in mei 2010 aan de macht kwam. Ter gelegenheid van de 55e herdenkingsdag van de opstand tegen de Russen in 1956 kwamen tienduizenden (volgens de organisatoren waren het er zelfs honderdduizend), “republikeinse patriotten” zoals de Hongaarse krant Népszabadság ze op de voorpagina noemt, bijeen. Na een oproep via Facebook “Een miljoen voor de persvrijheid" gingen ze de straat op om te protesteren tegen een regime dat als autoritair wordt betiteld en om op te roepen tot het samenwerken van alle oppositiepartijen. Het rechtse dagblad Magyar Nemzet onderstreept op zijn beurt dat de demonstranten “geen enkel geloofwaardig alternatief bieden” en wijst op de maatschappelijke achtergrond van de demonstranten: intellectuelen, studenten, vertegenwoordigers van de alternatieve scene... volgens de krant verre van representatief voor de Hongaarse samenleving.
De leider van het linkse verbond Syriza is de nieuwe hoop van de Griekse politiek. Met zijn koers die zich houdt tussen pragmatisme en klassenstrijd-retoriek maakt hij Berlijn onzeker, en bepaald niet alleen de voorstanders van het bezuinigingsbeleid van Angela Merkel.
De economische problemen van Europa hebben ons ertoe gedwongen de geheimzinnige Olympische wereld van de mondiale financiële sector te doorgronden. Maar is het nu, terwijl we zo graag de werking van markten en obligaties willen begrijpen, zelfs voor de financiële deskundigen niet eens meer duidelijk wat er precies aan de hand is?
Azerbeidzjan organiseert dit jaar het populaire liedjesfestijn Eurovisiesongfestival. Omdat het land niet bepaald een modeldemocratie is, klinkt er kritiek vanuit Europa. Net als vele anderen hekelt een Estse journalist de slappe houding jegens het regime in Bakoe.