Justitie machteloos tegen corruptie
De affaire van de geheime bankrekeningen van de voormalige populistische leider, de overleden Jörg Haider, heeft een tipje van de sluier gelicht over de corruptie in Oostenrijk en over het “onvermogen van justitie” om het te bestrijden, zoals het weekblad Falter schrijft. Het blad heeft onderzoek gedaan naar de redenen voor deze onkunde en ziet de oorzaken in het rechtssysteem dat nog uit de monarchie stamt: de enige zes aanklagers die zich met corruptiezaken bezighouden (voor het hele land), missen de economische expertise, worden slecht betaald en worden niet gesteund door de politiek. Daarbij komt een ernstig tekort aan financiële middelen – in tegenstelling tot bijvoorbeeld Schotland, waar justitie zwart geld van criminelen aanwendt voor de financiering van haar taken – , een volledige juridische geheimhouding waardoor de media geen toegang tot informatie hebben over lopende onderzoeken, en een te kort schietende bescherming voor klokkenluiders.
Het Verdrag van Maastricht, dat op 7 februari 1992 werd ondertekend, verleende de Europese Commissie en haar ambtenaren ongekende bevoegdheden. Twintig jaar later blijkt de economie zwaarder te wegen dan de politiek en is hun droom aan diggelen gevallen. Bovendien fungeren zij ook nog eens als zondebok voor de crisis.
Sinds hun land onder strenge curatele van het trio IMF, EU en ECB staat, zetten de Portugezen noodgedwongen de tering naar de nering. Door de crisis moeten ze weliswaar elk dubbeltje omdraaien, maar ze worden ook gestimuleerd om op zoek te gaan naar creatieve oplossingen.
“Hitler”, “bezettingsmacht”, het is iedere keer hetzelfde liedje: Berlijn probeert zijn standpunt in de eurocrisis erdoor te drukken en wordt prompt overstelpt met vergelijkingen met de nazitijd. Het Duitse weekblad Die Zeit vraagt zich af hoe de Duitsers daarmee moeten omgaan.