Het zwarte gat van EU-subsidies
Een groot aantal hulpprojecten op de westelijke Balkan die door de Europese Unie gefinancierd worden "blijken geen effect te hebben op de lange termijn", aldus de Europese Rekenkamer in een rapport dat op 13 oktober is gepresenteerd. Volgens een Nederlandse medewerker van de Rekenkamer die door Trouw geciteerd wordt, Maarten Engwirda, is het “gebrek aan betrokkenheid de belangrijkste reden” dat veel EU projecten hun doel voorbijschieten op het gebied van justitie in deze kandidaat-lidstaten (Bosnië-Herzegovina, Servië, Macedonië, Albanië en Montenegro). Het rapport noemt als voorbeeld computers die de Europese Commissie ter beschikking stelde aan de Albanese politie, en die “na acht maanden nog in dozen stonden omdat de autoriteiten niet konden beslissen welke mensen de computers kregen”. De Rekenkamer zal ook binnenkort een vergelijkbaar rapport naar buiten brengen over Turkije, “een buitengewoon gevoelig rapport”, zegt Engwirda. “Het is worstelen met de formuleringen”.
Door de crisis en de hoge werkloosheid zien jonge Litouwers zich genoodzaakt hetzelfde te doen als hun grootouders vroeger: ze emigreren. Met tienduizenden tegelijk verlaten ze hun land, op zoek naar een beter leven. Vooral de Britse eilanden en Scandinavië zijn in trek, schrijft weekblad Veidas.
Het overleg van de eurogroep heeft er niet toe geleid Athene uit de gevarenzone van een eventueel faillissement te halen. Deels is Athene hier zelf verantwoordelijk voor, maar ook de EU heeft er aan bijgedragen dat het Griekse probleem is uitgemond in een explosieve chaos.
Twee kampen, twee stellingen, twee visies: achttien jaar na de massamoord op achthonderdduizend Tutsi’s in Rwanda is de rol van Frankrijk nog steeds voer voor felle discussies die steeds opnieuw worden opgerakeld zodra nieuwe gerechtelijke onderzoeken worden gepubliceerd.