Op minder dan een uur vliegen van de EU voert een tiran al vier maanden lang oorlog tegen zijn volk. Honderden burgers werden gearresteerd, gemarteld, verkracht, doodgeschoten of gebombardeerd door de troepen van de Syrische president Bachar el Assad. En dat gebeurt vrijwel zonder commentaar van de rest van de wereld, die dit conflict onverschillig lijkt te laten. Europa heeft inderdaad sancties opgelegd – de bewegingsvrijheid van Syrische kopstukken en de wapenhandel werden aan banden gelegd en economische hulp werd voor het grootste gedeelte opgeschort – maar lijken geen enkel effect te hebben.
Een beperkt aantal leiders zoals premier Cameron hebben het Syrische regime gevraagd de gewelddadigheden te staken maar ze hebben daar geen werkelijk dreigement aan gekoppeld. En de oproep van de intelligentsia aan de EU "om de slachting in Syrië te stoppen" heeft tot nu toe niet hetzelfde effect gehad als de mobilisatie die er voor Libië op gang kwam.
Toch vormen de omstandigheden in Syrië meer aanleiding voor interventie dan destijds in Libië. Hier is de hoofdzaak niet een bevolking te beschermen tegen de dreiging van geweld, wat destijds het geval was voor de opstandige stad Benghazi en voor de VN al voldoende om groen licht te geven voor aanvallen op Libië, want in Syrië gaat het volk simpelweg al geruime tijd gebukt onder het geweld.
Dus waarom treedt de EU niet steviger op? Ontbreekt het aan beelden die emoties en woede moeten oproepen om daarmee een reactie op gang te brengen? Misschien. En het is niet toevallig dat het land dat het hardst – en meest geloofwaardig – roept om het geweld te stoppen en democratische hervormingen door te voeren, Turkije is. De duizenden Syriërs die de gevechten ontvluchten en hun verhalen vertellen, stromen immers aan de Turkse grens samen. Die verhalen zijn net zo zeldzaam als waardevol nu de regering in Damascus de pers en internationale waarnemers iedere toegang tot het land heeft ontzegd.
Maar we zijn ons er ook van bewust dat we eenvoudigweg niet de middelen hebben om druk uit te oefenen op Assad om de onderdrukking te stoppen. Er is zelfs geen sprake van dat hij de macht uit handen geeft: er bestaat geen diplomatieke consensus (Peking en Moskou zijn tegenstanders van interventie) dus kan er door de VN-veiligheidsraad geen enkele resolutie in die richting worden aangenomen. En dus is er geen zicht op een Libisch scenario. De weg van economische sancties – de EU is de grootste handelspartner en geldschieter van Syrië – is beperkt gebleken. Blijft de weg van de diplomatie over. Als de EU alleen niet voldoende gewicht in de schaal kan leggen, dan zouden de initiatieven van Ankara met meer overtuiging gesteund moeten worden. Turkije is tenslotte een onvermijdelijke bondgenoot in een regio waarin de EU moeite heeft zijn plaats te vinden.
De leider van het linkse verbond Syriza is de nieuwe hoop van de Griekse politiek. Met zijn koers die zich houdt tussen pragmatisme en klassenstrijd-retoriek maakt hij Berlijn onzeker, en bepaald niet alleen de voorstanders van het bezuinigingsbeleid van Angela Merkel.
De economische problemen van Europa hebben ons ertoe gedwongen de geheimzinnige Olympische wereld van de mondiale financiële sector te doorgronden. Maar is het nu, terwijl we zo graag de werking van markten en obligaties willen begrijpen, zelfs voor de financiële deskundigen niet eens meer duidelijk wat er precies aan de hand is?
Azerbeidzjan organiseert dit jaar het populaire liedjesfestijn Eurovisiesongfestival. Omdat het land niet bepaald een modeldemocratie is, klinkt er kritiek vanuit Europa. Net als vele anderen hekelt een Estse journalist de slappe houding jegens het regime in Bakoe.