De afgelopen week werd gekenmerkt door de druppelsgewijze onthullingen van interne documenten (cables) tussen Amerikaanse diplomaten. Deze interne notities waren vrijgegeven door de klokkenluiders van WikiLeaks en gepubliceerd door de grootste Europese kranten. Zo hoorden we onder meer dat de Spaanse regeringsleider beschouwd wordt als een “romantische nachtbraker", maar dat hij verbleekt bij de uitspattingen van zijn Italiaanse collega; dat de Duitse bondskanselier “van teflon” zou zijn en dat de Franse president een “dunne huid” zou hebben. Kortom, geen nieuws.
Wat veel interessanter is, zijn de reacties die deze 'onthullingen’ hebben losgemaakt. Van politieke zijde werd deze actie unaniem en wereldwijd met een overvloed aan kwalificaties veroordeeld. De pers en de publieke opinie zijn genuanceerder. De pers wordt heen en weer geslingerd tussen enthousiasme over deze overvloed aan gratis informatie en irritatie over de methode waarmee die wordt verspreid en waardoor ze hun agenda's op de media moeten afstemmen.
Maar wat men zich vooral afvraagt is wat de werkelijke motivering van Julian Assange en zijn team van klokkenluiders was om al deze documenten te openbaren. Iedereen heeft zo zijn twijfels over de gevolgen van deze actie voor de wereldvrede, en de geheimhoudingscultus die de diplomatie erop nahoudt, wordt beschouwd als garantie voor hun effectiviteit en als symbool van de staatsraison; gevreesd wordt dat de ambassades hun voorzorgsmaatregelen in de toekomst zullen verdubbelen. Men kant zich tegen een "transparantiedictatuur" en er wordt zelfs gesteld dat "er nu eenmaal zaken zijn waarvan het niet nodig is dat het publiek ervan op de hoogte is". Kortom, het is onfatsoenlijk voor een keizer om in zijn blootje over straat te gaan, en het is ook onfatsoenlijk om dat te zeggen.
Tegelijkertijd is er ook gejuich te horen: Cablegate is een ode aan de transparantie als noodzakelijke consequentie van de democratie. Want burgers hebben het recht alles te weten over de activiteiten van hun leiders en die hebben de plicht niets verborgen te houden voor het publiek. Of, zoals The Economist het samenvat: "organisaties als WikiLeaks zijn het beste waarop we kunnen hopen om een klimaat van transparantie en verantwoordelijkheid te bevorderen die nodig is voor een authentieke liberale democratie." De keizer moet in zijn blootje over straat, en we moeten erop toezien dat dat ook gebeurt.
Het zal geen verbazing wekken dat de eerste manier van reageren meer voorkomt bij de latino's en de tweede vaker in Noord-Europa (Angelsaksisch is hier niet gepast). Hoewel Cablegate waarschijnlijk het grote geopolitieke evenwicht niet zal verstoren, heeft het er op z’n minst voor gezorgd dat er een debat over de deugden van de transparantie is ontstaan en is het duidelijk geworden dat het dankzij internet voor regeringen veel moeilijker is om in de schaduw te opereren. Jammer dat het niet meer teweeg heeft gebracht.
De leider van het linkse verbond Syriza is de nieuwe hoop van de Griekse politiek. Met zijn koers die zich houdt tussen pragmatisme en klassenstrijd-retoriek maakt hij Berlijn onzeker, en bepaald niet alleen de voorstanders van het bezuinigingsbeleid van Angela Merkel.
De economische problemen van Europa hebben ons ertoe gedwongen de geheimzinnige Olympische wereld van de mondiale financiële sector te doorgronden. Maar is het nu, terwijl we zo graag de werking van markten en obligaties willen begrijpen, zelfs voor de financiële deskundigen niet eens meer duidelijk wat er precies aan de hand is?
Azerbeidzjan organiseert dit jaar het populaire liedjesfestijn Eurovisiesongfestival. Omdat het land niet bepaald een modeldemocratie is, klinkt er kritiek vanuit Europa. Net als vele anderen hekelt een Estse journalist de slappe houding jegens het regime in Bakoe.