Het jongste voorstel van de Griekse regering behelst een belasting die wordt geïntegreerd in de elektriciteitsrekening. Daarmee erkent zij dat de maatregelen die zij de laatste anderhalf jaar heeft genomen, op een fiasco zijn uitgelopen, aldus Ta Nea. En het ergste is dat sommige ambtenaren weigeren het nieuwe voorstel in de praktijk te brengen.

Net als in de sombere tragedies van Shakespeare kan het Griekse politieke toneel door één personage op zijn kop worden gezet. Dit personage speelt geen hoofdrol, maar hij is wel van eminent belang voor de het verloop van de scènes. Zijn rol is niet bepaald positief te noemen. Iemand zoals Iago in Othello.

In zekere zin kan deze omschrijving worden toegepast op Nikos Fotopoulos, de voorzitter van de vakbond Genop-DEI [het Griekse elektriciteitsbedrijf, red.]. Hij heeft donker haar, heeft zich niet goed geschoren en gaat gekleed in het zwart. Hij heeft iets theatraals. De vergelijking gaat echter vooral op omdat deze vakbondsman op een kritiek moment van onze nationale financiële tragedie vóór op het toneel springt.

De regering-Papandreou is wanhopig. Zij heeft ongeveer 2 miljard euro nodig om het overheidstekort weg te werken. Om dat geld bij elkaar te krijgen, heeft zij het idee opgevat opnieuw het onroerend goed te belasten, ditmaal via de elektriciteitsrekening [om de eigenaars te identificeren, red.]. Er is namelijk geen kadaster en DEI, het elektriciteitsbedrijf, houdt op de vierkante meter nauwkeurig de ouderdom en de locatie bij. Maar door de elektriciteitsrekeningen te gebruiken om een nieuwe belasting in te voeren [deze wordt in het bedrag van de rekening geïntegreerd, red.], geeft de regering toe dat haar opzet is mislukt en dat zij geen vertrouwen heeft in de bestaande methoden van belastinginning. Dat is een trieste constatering waardoor de doeltreffendheid van eerdere heffingen in twijfel wordt getrokken.

Overheidselite keert zich tegen eigen regering

De regering gaat dus dit en komend jaar een nieuwe uitzonderlijke belasting introduceren. Dat doet zij omdat zij al twintig maanden vergeefs probeert het openbaar bestuur te hervormen, bezittingen te verkopen en het aantal overheidsinstanties te verminderen. De salarissen worden verlaagd maar er is geen sprake van echte hervormingen. De regel dat alle ambtenaren voortaan hetzelfde loon krijgen, kent zo veel uitzonderingen dat die aan zichzelf ten gronde gaat en de verlofregels voor ambtenaren zijn zo ondoorgrondelijk dat de overheid er niet aan ontkomt een deel van haar medewerkers te ontslaan.

De realiteit is dat de PASOK [de socialistische regeringspartij, red.], en trouwens evenmin de Nieuwe Democratie [de rechtse oppositie, red.], geen vinger naar het staatsapparaat durft uit te steken. Het blijft immers haar schepping, ook al is het een gedrocht. Om de staat maar niet te hoeven hervormen, laat de regering alle Griekse huiseigenaren betalen.

Het is dus een toneelstuk met een onzichtbare regisseur maar, ironisch genoeg, met als personages Fotopoulos en de bonzen van Genop-DEI, die weigeren de elektriciteitsrekeningen te laten gebruiken om de door de regering opgelegde wet toe te passen. Deze kinderen van de PASOK, die tot de overheidselite behoren, keren zich dus tegen hun eigen regering. Zij hebben liever dat het land wegzakt in een faillissement dan dat hun privileges worden aangetast. In elk scenario zullen de kosten voor de Grieken hoog zijn. Het probleem is dus dat geen enkele echte tragedie – van Shakespeare of van de financiën – een goede afloop kent. Uiteindelijk zullen we moeten betalen.