Europa en de wereld Europa in de wereld

Persoverzicht: Na de oorlog het Libische zwarte goud

1 september 2011
Presseurop Parijs, Rome, Warschau, Lissabon

"Libië: het einde van de luchtaanvallen".

"Libië: het einde van de luchtaanvallen".

Achter de eensgezindheid van de partijen die in Parijs over het ‘nieuwe Libië’ praten, gaat een oorlog schuil die Frankrijk, Italië en Groot-Brittannië zijn begonnen om de exploitatie van de oliebronnen van het land, aldus Franse, Italiaanse en Britse kranten.

Een half jaar na het begin van de aanvallen tegen het regime van Muammar Khadaffi hebben de Franse president Nicolas Sarkozy en de Britse premier David Cameron in Parijs de vertegenwoordigers uitgenodigd van een zestigtal landen en ngo’s, alsmede die van de Libische Nationale Overgangsraad om het einde van de militaire operaties te bezegelen en de grote lijnen te schetsen van de politieke overgang en de wederopbouw van het ‘nieuwe Libië’. Maar achter de schermen woedt een strijd om het Libische zwarte goud.

Libération spreekt van een “overwinning in de oorlog in Libië, waardoor Frankrijk weer stevig in het zadel zit en met een nieuwe Arabische wereld op één lijn zit”, en van een “diplomatieke Blitzkrieg die gepaard ging met een sterk staaltje militaire durf”. Een uitdaging waarvan “de Franse oliemaatschappijen een flink graantje mee zouden kunnen pikken”.

Dat staat in ieder geval zwart op wit in een document waarop Libération de hand heeft weten te leggen en dat is ondertekend door de Nationale Overgangsraad, een tijdelijk orgaan dat door de opstandelingen in het leven is geroepen. Het was wel publiekelijk bekend dat de landen die de nauwste banden met de opstandelingen onderhielden, ook de hoogste ogen bij de Nationale Overgangsraad zouden gooien als het  moment daar zou zijn, met name met betrekking tot het aantal lucratieve oliecontracten. Maar in dit document komt duidelijk naar voren dat de toezeggingen al enkele maanden geleden zijn gedaan.

Het dagblad licht toe dat de Nationale Overgangsraad al op 3 april – dat wil zeggen zeventien dagen na de goedkeuring van resolutie 1973 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties – een brief heeft ondertekend gericht aan de emir van Qatar die een bemiddelende rol tussen Frankrijk en de Nationale Overgangsraad heeft gespeeld, waarin stond dat 35 procent van de totale bruto olie aan Frankrijk werd toegekend op grond van de olie-overeenkomst die met dit land was aangegaan, als tegenprestatie voor de erkenning van de Nationale Overgangsraad als wettelijke vertegenwoordiger van Libië.

Italië is bang geen stuk uit de Libische taart te krijgen

De diplomatieke overwinning van Frankrijk en de gevolgen hiervan op energiegebied baren Italië grote zorgen. Het is een stap achteruit in de coalitie die door Parijs en Londen wordt geleid, want de oude koloniale mogendheid vreest nu de hond in de pot te vinden. Maar wat zal er dan voor Italië over blijven, “die de eerste economische partner van Libië was en die met het land verbonden was door een vriendschappelijk verdrag dat met een mesalliance op de koop toe werd afgesloten”? vraagt La Stampa zich af. Het dagblad merkt op dat het land “bezig is een wit voetje bij de Nationale Overgangsraad te halen om zijn contracten veilig te stellen”.

De merkwaardige oorlog in Libië was hoofdzakelijk gewild door Parijs en vervolgens door Londen. De Franse president zal dan ook proberen om de vruchten van zijn inzet te plukken door de economische wederopbouw te leiden. De aanwezigheid van Italië in Libië zal daarvan onvermijdelijk een knauw krijgen”, merkt Marta Dassù op in hetzelfde dagblad. De Italiaanse politicoloog wijst op de historische vijandige houding van de inwoners van de Cyrenaica – de streek waar de opstandelingen oorspronkelijk vandaan komen – jegens de Italianen, waardoor de reikwijdte van hun diplomatieke initiatieven beperkt blijft.

Italië had dus veel te verliezen in de merkwaardige oorlog in Libië. En toch heeft het land niet verloren. Het bezoek van de topman van ENI [Italiaanse energiemaatschappij, red.] aan Benghazi bevestigt dat Italië in staat is om zijn eigen overeenkomsten op het gebied van energie veilig te stellen.” Wat de Europeanen betreft “hebben zij er, na verdeeld te zijn geweest over de oorlog, belang bij om een overeenkomst tussen de opvolgers van Khadaffi te stimuleren. De illusies van een gemeenschappelijk eigendom van de Fransen en de Britten zijn in het Middellandse Zeegebied in het verleden al mislukt. En deze zullen opnieuw mislukken als de Europeanen in Libië zich zullen beperken tot ruzies over het verdelen van de 'taart'. Het gemeenschappelijke belang van de Europeanen en van de Libiërs is dat zij niet moeten treuren om Khadaffi. Daarna zal de business komen voor degenen die hiertoe in staat zijn. Dat is de enige aanvaardbare competitie tussen de democratieën van het Oude continent.

Libië is sceptisch over de 'humanitaire' bedoelingen

De Britten hebben zich van hun kant evenmin illusies gemaakt over de uitdagingen van het naoorlogse tijdperk. Zoals The Independent onderstreeptzijn de deelnemers aanwezig om te zien wat er voor hen te halen valt”. En “wie gaat zich bezighouden met de contracten voor de inzameling van afval, de levering van water en het vervoer van olie naar de havens van dit land dat zo rijk is aan koolwaterstoffen? De westerse landen hebben oneindig veel redenen om zich met het land te bemoeien, waardoor Libië en de Arabische landen zo sceptisch zijn over hun 'humanitaire' bedoelingen”.

Om die reden, maar ook om te voorkomen dat “een zorgelijke politieke situatie afglijdt naar een strijd tot persoonlijke verrijking”, stelt Financial Times een geloofwaardig systeem van tegengestelde machten in de energiesector” voor, alsmede “een uitgebreid grondwettelijk akkoord om de Libiërs in staat te stellen zichzelf als een vrij volk te besturen”.