Schuldencrisis: Is er een leider in de zaal?
8 augustus 2011
The Guardian
Londen

Op het wereldtoneel: voorbereidingen voor het 'familieportret' van de EU-leiders.
Ten aanzien van de eurocrisis lijkt het erop dat de Europese leiders ofwel versteend zijn ofwel onverantwoord gedrag vertonen. Toch vereist de rampzalige situatie meer dan eens daadkrachtige leiders die de problemen aanpakken en ze niet laten verslonzen.
Tijdens deze crisis klinkt de roep om leiderschap luider dan ooit. Maar hoewel leiderschap hard nodig is, blijft de vraag in welke mate, en wie er mee in moet stemmen. In het licht van de financiële apocalyps stellen deze vragen ons voor nieuwe kwesties. Ze laten ons tegen de progressieve verwachtingen van de democratie aanlopen: dat morgen beter kan zijn dan vandaag. En dat is misschien niet altijd waar.
Ondanks hun verschillen delen kapitalisten, socialisten, liberalen en conservatieven een gemeenschappelijk idee: de veronderstelling dat de menselijke beschaving zich lineair ontwikkelt. Het wordt zelden genoemd omdat het slechts sporadisch bedreigd wordt, maar het algemene geloof is dat de dingen alleen maar beter kunnen gaan of, als dat niet zo lijkt te zijn, de zaken beter gaan als we maar het juiste beleid kiezen.
In deze gedachtegang wordt een verslechtering gezien als een terugslag: een reden om een stel politici te veroordelen voor het nemen van de verkeerde beslissingen, en in plaats daarvan anderen te kiezen die een ander beleid voorstaan. De normale loop der dingen komt dan weer gauw op gang: het probleem wordt opgelost, misschien wel op een nieuwe manier, en het pad naar boven wordt vervolgd.
Al eeuwenlang ging het Westen er terecht van uit dat deze regel – meestal – opgaat. En dat zou nog steeds het geval kunnen zijn. Wetenschap en technologie maken grote sprongen voorwaarts. De rijken der aarde kunnen er op rekenen langer te leven dan ooit het geval was. Het leven is voor de meeste mensen aangenaam.
De EU gaat ten onder terwijl de Europese elite vakantie viert
Maar achter de luiheid van een vakantievierende Europese elite terwijl er zoveel verkeerd gaat, ligt een ellendige mogelijkheid besloten. Misschien kan geen enkele G7-top, geen enkele telefonische vergadering of briljante speech van Barack Obama noch de verkoelende kalmte van David Cameron de verlamming doorbreken. De werkelijke dreiging van de financiële crisis is niet zozeer dat er een hele reeks complexe beleidsmatige antwoorden nodig is die indien opgevolgd, de wereldeconomie terug op zijn groeipad brengen. Het werkelijke probleem is dat al dat heen en weer gepraat tot niet anders leidt dan uitstel van executie, en daarmee tot achteruitgang.
Wat verwachten we van de ministers die van hun vakantie worden teruggeroepen? Dat ze de financiële crisis bezweren, natuurlijk. Maar hoe? Door een belastingverhoging, of juist een belastingverlaging? Door de vorming van een Verenigde Staten van Europa toe te staan, met één regering en één staatsschuld, of door Europa weer te voorzien van een veelvoud aan valuta? Door de markten te kalmeren of ze uit te dagen?
Natuurlijk wordt niemand het daarover eens, maar het is nog erger: geen enkele voorgestelde strategie is volledig overtuigend, zelfs niet voor degenen die het voorstel doen. Er bestaat een oorverdovend gebrek aan briljante ideeën, aan de 'kijk, zo moet het-variant'. Vandaar de angstaanjagende stilte. Gisteren overlegden de leiders van de eurozone; vandaag kopen ze wat Italiaanse obligaties en kalmeren de markten misschien tijdelijk een beetje; maar slechts weinigen denken dat dit meer zal doen dan ons naar de volgende ramp leiden.
Politici willen hun kiezers niet een armere toekomst beloven
We willen leiding krijgen en we hebben aansturing nodig, maar misschien is het verkeerd te hopen dat regeringen altijd in staat zullen zijn ons te beschermen. En bovendien gaat het tegen de aard van de taak van politici in de kiezers een armere toekomst te beloven. Als historici terugkijken op deze periode, dan zal de afwezigheid van politieke helden het meest in het oog springen. Niemand – zelfs Obama niet, die toch het dichtst in de buurt van de titel wereldleider komt – lijkt in staat de huidige ramp te kunnen omzetten in toekomstmogelijkheden.
We moeten het doen met politici die ervan overtuigd zijn dat ze niets van betekenis kunnen doen om hun burgers van de crisis te redden. "De markten veroorzaakten de problemen. Nu moeten de markten het ook oplossen", liet het kantoor van Angela Merkel vrijdagavond weten. En dat uit de mond van de enige persoon in Europa die over voldoende middelen beschikt om de crisis te bezweren.
"De beste ideeën ontbreekt het aan overtuigingskracht"
Je kunt dit schandalig noemen en zeggen dat Europa's structuur vernietigd is, en dat is waar. Je kunt de markten ook wreed en onverantwoordelijk noemen, en ook dat is waar. Maar om de wegen te kunnen inslaan die van de ramp af leiden zijn impopulaire maatregelen nodig: hogere belastingen, minder uitgaven, de gecontroleerde verarming van mensen die erop zijn ingesteld te geloven dat hun levens beter zouden worden. Het mag geen verrassing zijn dat politici hiervoor terugdeinzen.
Vijf eeuwen geleden wedijverden de protestanten en katholieken in Europa om de beste weg naar verlossing, maar ze dachten daarbij wel ieder een weg te kennen. Twee eeuwen gelden, in de lange schaduw van de Franse revolutie, bakkeleiden conservatieven en radicalen over het eigendom van een toekomst waarvan ze beiden dachten dat ze die beter zouden kunnen maken. In de afgelopen eeuw twistten de aanhangers van vrije marktwerking met de apostelen van het Marxisme. Beiden waren ervan overtuigd dat hun remedie de ziekten van hun tijd zou genezen.
De crises die we in de zomer van 2011 het hoofd moeten bieden, zijn niet minder scherp of beangstigend, maar wat er ontbreekt is leiderschap: niet zozeer die van een persoon als wel die van leidende ideeën. Of zoals Yeats het zei: "De beste ideeën ontbreekt het aan overtuigingskracht".