De Hongaarse politie is er nog steeds niet in geslaagd de geweldsspiraal tegen Roma te doorbreken. Politie-onderzoeken werpen weinig vruchten af, ondanks samenwerking met de FBI, zoals de stad Tatarszentgyörgy laat zien.

Deze stad staat onder burgerbewaking”, staat er op een bord dat je passeert wanneer je Tatarszentgyörgy inrijdt. Maar de burgerpatrouilles van deze stad in het centrum van Hongarije hebben noch het leven kunnen redden van twee van hun medeburgers, een vader en zijn zoon van vijf, die 23 februari jongstleden slachtoffer zijn geworden van anti-Romageweld, noch andere gewelddaden tegen deze minderheid weten te verhinderen. Toch maakt Tatarszentgyörgy op het eerste gezicht een positieve indruk. Sinds Hongarije deel uitmaakt van de Europese Unie zijn een flink aantal dorpen en steden, waaronder deze, begonnen met renoveren, dankzij met name subsidies uit Brussel.  

Ze vallen altijd de allerarmsten aan, die aan de buitenkant van het dorp wonen, aan de rand van het bos”, legt de woordvoerder van de Roma-gemeenschap in Boedapest uit. In een straat waar autochtone Hongaren en Roma’s door elkaar wonen, wijst een inwoner ons de ruïne van een huis met gele muren. Dat is alles wat er over is van het huis van Robert Csorba, die hier woonde met zijn vrouw en drie kinderen. Op 23 februari, tegen één uur ‘s nachts, breekt er brand uit bij de Csorba’s. Het gezin vlucht door naar het bos te rennen, maar wordt neergemaaid door geweersalvo’s. Robert, 27 jaar, en zijn zoon worden gedood, zijn vrouw en zijn twee dochtertjes raken ernstig verbrand. De politie stelt vast dat kortsluiting de oorzaak van het vuur is, en dat de slachtoffers zijn overleden aan hun brandwonden. De regering heeft moeten ingrijpen door een groep onderzoeksagenten aan te stellen uit het politiekorps van Boedapest voordat er met een echt onpartijdig onderzoek werd begonnen. Dit richt zich om te beginnen op rechtsextremisten en ”zigeuner-woekeraars”.

De avond voor we de nabestaanden van Robert Csorba bezoeken hebben we Andras Kisgergely (33 jaar) ontmoet, die ”waarnemend commandant van de Hongaarse Garde” is, een paramiliaire groepering die van rechtswege ontbonden is op grond van ”haat zaaien”, en ook chef van de lokale afdeling van de extreemrechtse partij Jobbik.

Volgens hem is het succes van deze partij (die 15% van de stemmen en drie zetels bij de laatste Europese verkiezingen heeft gekregen) te verklaren uit de ”ernstige onveiligheid” waarin het land nu verkeert, waar diefstal en inbraak aan de orde van de dag zouden zijn. Hij beschuldigt de Roma’s ervan misdaad als ”levensstijl en middel van levensonderhoud” aan te nemen, en misbruik te maken van sociale voorzieningen, voordat hij een serie repressieve maatregelen begint op te sommen, inclusief de doodstraf, die volgens hem zouden moeten leiden tot de oplossing van dit probleem.

Deze houding wordt vast gedeeld door de daders van de dubbele moord in Tatarszentgyörgy en door een deel van de bevolking die, zoals de onderzoeksagenten uit Boedapest hebben ontdekt, gevoelig is voor de spanning die de Hongaarse Garde en de Jobbik voeden, en die hun acties steunt. Wat misschien verklaart waarom de politie, ondanks de hulp van de stillen van de FBI, nog altijd in het duister tast.