Hoewel de Europese leiders zich nu in rap tempo keren tegen de ‘oligopolie’ van de kredietbeoordelaars, is de EU tot op heden nooit in staat geweest concrete maatregelen te nemen om de macht van deze bureaus in te perken, meent het Portugese dagblad Público.

Een groot aantal politieke hoogwaardigheidsbekleders van de Europese Unie heeft op 6 juli openlijk de ‘oligopolie’ (het woord is afkomstig van de Duitse minister van Financiën, Wolfgang Schäuble) van de kredietbeoordelaars aan de kaak gesteld. Net nadat deze bureaus de schuld van Portugal  hadden afgewaardeerd tot ‘junk’-obligaties [speculatieve obligaties, red.], voegde Wolfgang Schäuble aan het onbegrip, de verontwaardiging en de kritiek nog een belofte toe, namelijk dat de EU "haar best ging doen" om een einde te maken aan de vernietigende macht van deze bureaus in de eurozone.

Het zou een mooie belofte kunnen zijn, ware het niet dat het zo’n afgezaagde toezegging is. Vanaf 2008 hebben Europese leiders al zo vaak dreigende taal gebruikt tegen de absurde handelingen van deze bureaus, zonder dat er ook maar één concrete maatregel is genomen om te voorkomen dat ze nog meer schade aanrichten. De Verenigde Staten hebben hun regelgeving voor banken aangepast om de macht van de kredietbeoordelaars en China heeft gewoon gezorgd voor een eigen, nationaal bureau, maar Europa is nooit verder gekomen dan vrome wensen. Daarmee is de indruk gewekt dat het de EU ontbreekt aan ideeën en aan macht die er van Brussel, Parijs en Berlijn uitgaat.

Gezien dit vacuüm is het logisch dat de kredietbeoordelaars, met de borst vooruit, de grenzen van de kwetsbaarheid van de euro gaan opzoeken. Op dit moment zijn niet alleen de problemen van Portugal (om nog maar te zwijgen van Griekenland) om aan zijn verplichtingen te voldoen in het geding: er gaat van de actie van de beoordelingsbureaus ook een soort necrofilie uit, met als gevolg dat ze zich als gieren gaan gedragen, zwevend boven de kwetsbare gemeenschappelijke munt. Europa blijkt niet in staat de kredietbeoordelaars het hoofd te bieden, levert dagelijks nieuw bewijs van zijn eigen verwarring en reageert pas als het in de touwen hangt. De kredietbeoordelingbureaus handelen op hun beurt eigenlijk vrij natuurlijk. Ze stellen vast hoe kwetsbaar de landen zijn die hun de strijd hebben aangezegd en zien tegelijkertijd verliezen voor particuliere beleggers ontstaan bij een herstructurering van de Griekse schuldenlast, dus verhogen ze de druk en breiden hun offensief uit. Als de politiek het hoofd buigt voor de gebundelde macht van de financiële markten, rest er nog maar weinig hoop.