Er heerst crisis in Midden- en Oost-Europa en de landen die eerder de hoogste groeicijfers lieten zien, zoals de Baltische Staten, kunnen nu niet anders dan flink schrappen in hun begroting, te beginnen met de ambtenarensalarissen. Het is aan de ministers om het goede voorbeeld te geven.
Maart jongstleden had de Roemeense premier Emil Boc beloofd dat het verdrag dat nog maar net was gesloten met het Internationaal Monetair Fonds (IMF) niet zou worden vertaald in een daling van de salarissen. Toch ziet zijn regering zich dezer dagen gedwongen om dezelfde pijnlijke maatregelen te nemen als collega's in Midden-Europa al eerder deden: snijden in de ambtenarensalarissen, te beginnen met de salarissen van de hogere ambtenaren in rang. Zij zien hun salarissen met 8,4% dalen, terwijl de pensioenen met een bescheiden 2% stijgen.
In Hongarije ontvangen de ministers van het kabinet van Gordon Bajnai sinds afgelopen april 15% minder salaris dan hun collega’s van het vorige kabinet Gyurcsany. Wat Bajnai betreft, die neemt genoegen met een symbolisch bedrag van 1 forint (dat is 4 eurocent) per maand. Tegelijkertijd hebben zowel ambtenaren als gepensioneerden hun 13e maand moeten opgeven, net als de toeslagen voor verwarming en andere vergoedingen, zoals leningen voor de aanschaf van een woning. De leiders zelf hebben hun salaris met de helft zien dalen. De bezoldigingen van ministers in Bulgarije en Litouwen zijn begin dit jaar ook met 15% gedaald en van de ministers in Estland met 8%. In Letland viel de daling nog sterker uit : 15% minder in februari en nog eens 20% minder in juni.
Maar Letse professoren zijn er nog beroerder aan toe dan de ministers in hun land: zij zagen hun salaris namelijk met 40% dalen ten opzichte van vorig jaar. Met ingang van 1 juli zijn bovendien de pensioenen en andere vergoedingen met 10% verlaagd, terwijl de kinderbijslagen met de helft zijn teruggebracht. En zo groeide Letland in een paar maanden tijd uit van het land met de sterkste economische groei in de EU tot de 'zieke man van Europa', aangezien het BNP dit jaar met 18% zal dalen, terwijl de werkeloosheid zal stijgen tot 10%.
In Bulgarije gaat het al niet veel beter: de 400.000 ambtenaren daar hebben niet alleen te maken met een bevriezing van hun salaris, maar ze worden nu ook gedwongen om hun persoonlijke spaargeld in te zetten om onder goede omstandigheden te kunnen werken: het is afgelopen met zakenreizen naar het buitenland en met vergoedingen voor telefoonrekeningen of benzine. Maatregelen die de ambtenaren van de ministeries van Justitie en Binnenlandse zaken, net als in Roemenië, bespaard blijven. Voorlopig tenminste nog.
