Spaanse jongeren die in Tunesië openlijk de democratie hekelen terwijl hun Tunesische leeftijdsgenoten de democratie vieren die zij eindelijk hebben verkregen. Een opmerkelijke scène die bij een redacteur van de Volkskrant de vraag oproept of het niet tijd is om de Europese democratie op te waarderen.

"Democratie is meer dan alleen stemmen", legt een Spaanse demonstrante uit aan een Tunesische voorbijganger. Ze geeft hem een folder. "Spanje is alleen in naam een democratie, omdat de kieswet de grote partijen bevoordeelt. Een formele democratie is nog geen echte democratie." De jonge Tunesiër knikt aarzelend, en begint de folder te lezen.

Het is een opmerkelijke bijeenkomst, deze betoging voor de Spaanse ambassade in de Tunesische hoofdstad Tunis. Een vijftigtal Spanjaarden (toch bijna 10 procent van het totale aantal Spanjaarden in Tunesië) toonde zich daar zondagavond solidair met de indignados, die al wekenlang de Spaanse pleinen bezet houden. Opmerkelijk: in een land waar duizenden burgers nog maar net hun leven op het spel hebben gezet voor de democratie, lieten ze horen dat die democratie nou ook weer niet zo fantastisch is.

De Tunesische voorbijganger, een 23-jarige medewerker van de naburige tennisclub, kijkt met een dromerige blik naar de demonstranten. Ze hebben djembés, ze maken muziek en ze dansen. "Het is meer een feest dan een demonstratie", zegt hij met enige jaloezie in zijn stem. "Als wij zo hadden gedemonstreerd, dan was Ben Ali nog steeds aan de macht geweest."

Hij zegt best begrip te hebben voor de Spaanse klachten over de kieswet. Maar al met al is zijn conclusie: "Als wij een Spaanse democratie zouden kunnen krijgen, dan zou ik al heel tevreden zijn."

Tunesiërs nemen de democratische mankementen voor lief

Hij neemt ze graag op de koop toe, die gebreken en uitwassen van de democratie. De oneerlijke kieswet en de dominantie van de grote partijen. De politieke spelletjes en het gekonkel. De overdrijvingen en populistische retoriek. De electorale ruilhandel bij – om maar iets te noemen – getrapte senaatsverkiezingen. Het tekort aan politici die verder kijken dan de volgende verkiezingen.

Hij heeft nog geen idee dat het allemaal bestaat, maar hij neemt het er graag bij. Alles beter dan een dictatuur. Zoals Churchill al zei: "Van alle regeringsvormen is de democratie de minst slechte".

Dat zei hij overigens 54 jaar geleden. Wat mij doet bedenken: waarom zijn we sindsdien eigenlijk blijven steken bij die minst slechte regeringsvorm? Waarom zouden we die niet veranderen, of toch minstens perfectioneren? Want niet alleen de Spaanse pleinbezetters geven aan dat de democratie aan een opknapbeurt toe is, ook in de rest van Europa wijzen het toenemende populisme, de proteststemmen en de groeiende kloof tussen burger en politiek op mankementen aan het democratische bouwwerk.

Dat Tunesiërs na vijftig jaar dictatuur die democratische mankementen voor lief nemen, dat is begrijpelijk. Maar na de Arabische revoluties mogen de Europese burgers ook wel eens wakker worden: waarom proberen we die mankementen niet te verhelpen? Waarom zorgen we niet beter voor een staatsvorm die blijkbaar zo waardevol is dat Arabische burgers er hun leven voor over hebben?

De Spaanse jeugd lijkt nu als eerste wakker te zijn geworden. Haar acties krijgen veel kritiek, deels terecht. Ze zijn niet erg gefocust, dragen geen concrete alternatieven aan en zijn soms al te feestelijk. Maar ze symboliseren een terechte vraag: is het, nu in Tunesië en Egypte de dictatuur ingeruild wordt voor de democratie, niet eens tijd om onze eigen democratie in te ruilen voor een opgewaardeerde versie?