Sinds 1991 telt Estland enkele duizenden ‘niet-burgers’, Russischtaligen die er zijn komen wonen in de Sovjettijd. Hun aantal neemt af, maar te langzaam. Is dat de schuld van Moskou?

Volgens de gegevens van het Estse ministerie van Binnenlandse Zaken zakte het aantal ‘niet-burgers’ in april onder de grens van honderdduizend personen. Dat is voor het eerst sinds Estland in 1991 onafhankelijk werd. Volgens de secretaris-generaal van het ministerie, Erkki Koort, zou het aantal ‘niet-burgers’ in de toekomst verder moeten dalen omdat het aantal aanvragen voor een Ests paspoort voor kinderen (van Russischtaligen) groot is.

Het grote aantal ‘niet-burgers’ is altijd een bron van conflict geweest tussen Estland en Rusland. In 1994 stelde de Russische Commissie voor Staatsburgerschap: "Honderdduizenden personen in Estland, Letland en Litouwen hebben geen nationaliteit. Daardoor hebben ze geen stemrecht en eigendomsrecht en staat hun recht om in deze landen te mogen wonen ter discussie.”

"Beschamend"

Moskou heeft daarop besloten aan deze personen de dubbele nationaliteit te verstrekken. Sindsdien is er weinig veranderd aan de houding van de grote buurman. Recentelijk nog viel de Russische minister van Buitenlandse Zaken, Sergei Lavrov, Estland en Letland aan vanwege hun grote aantal ‘niet-burgers’ en noemde hij deze situatie "beschamend".

Estland beschikt niet over exacte cijfers over de aanwezige ‘niet-burgers’ die vlak na de onafhankelijkheid binnen de landsgrenzen woonden. Dit komt vooral omdat Tallinn deze mensen op dat moment beschouwde als ‘burgers van de Sovjet-Unie’. De wet op buitenlanders werd in 1993 aangenomen; het jaar erop werden de eerste 'grijze' paspoorten aan ‘niet-burgers’ overhandigd.

Jonge mannen behouden graag 'grijs' paspoort

De vraag naar de Estse nationaliteit steeg –tijdelijk- aanzienlijk toen Estland toetrad tot de Europese Unie in 2004. Maar daarna bekoelde de wens om Est te worden omdat Moskou in 2008 besloot houders van een ‘grijs' paspoort zonder visum toe te laten tot Rusland. Bovendien is Estland in 2007 tot de Schengenruimte toegetreden, waardoor permanente inwoners in heel West-Europa vrijelijk kunnen rondreizen, ongeacht hun nationaliteit.

"Het Russische besluit om visa te verstrekken aan iedereen met een ‘grijs' paspoort mag niet worden beschouwd als een vriendschappelijke geste naar Estland toe, omdat hierdoor het probleem blijft voortduren", denkt Koort. De Estse nationaliteit maakt het zoeken naar een baan zeker gemakkelijker maar jonge mannen hebben een goede reden om hun ‘grijze' paspoort te behouden: als zij Est zijn, moeten ze in militaire dienst; als ze een Russisch paspoort hebben, kunnen ze voor het Russische leger worden opgeroepen. Geen van beide landen verplicht daarentegen ‘niet-burgers’ hun dienstplicht te vervullen.