Door de aaneenschakeling van bezuinigingsplannen geloven de Grieken niet langer in hun regering. Het populisme heeft de wind in de rug en de liefde voor Europa is in een vrije val terechtgekomen, meldt een journalist van Libération in Athene.

Op 22 april vond er in Griekenland een incident plaats, waaraan geen ruchtbaarheid werd gegeven om het imago van premier Giorgos Papandreou geen schade te berokkenen. Het gebeurde op Hydra, een zeer sympathiek eiland ter hoogte van de Peloponnesos, op anderhalf uur van Athene, waar de Griekse premier Pasen vierde, het belangrijkste feest van het jaar in Griekenland (Pasen wordt beleefd met een intensiteit als van Kerst en Nieuwjaarsdag samen).

Op Goede Vrijdag bezocht Papandreou de mis waarin wordt herdacht dat Jezus van het kruis werd gehaald. Hij ging niet naar de kleine kathedraal in de haven, maar begaf zich discreet naar een van de talrijke kerken die verspreid over de stad liggen. Hij was nog maar nauwelijks gearriveerd, of hij kreeg felle kritiek naar zijn hoofd geslingerd van gelovigen die zijn bezuinigingsbeleid hekelden. Er klonken scheldwoorden en de plaatselijke politie moest hem uitgeleide doen.

"Elke dag krijgen we slecht nieuws te horen, ongeacht uit welke hoek"

Nog maar enkele maanden geleden kon de premier onder begeleiding van slechts twee beveiligingsfunctionarissen aan de marathon van Athene meedoen en werd hij door de menigte toegejuicht. Sindsdien is het klimaat in Griekenland enorm verslechterd. De wanhoop heeft de Grieken steeds meer bij de keel gegrepen: de werkloosheid stijgt explosief, de lonen dalen en de ene na de andere kleine onderneming sluit haar deuren.

De Grieken hebben hun buik vol van de bezuinigingsplannen die elkaar sinds een jaar onophoudelijk opvolgen – het laatste plan werd op 15 april aangekondigd. Na drie jaar van economische recessie is er sprake van een mineurstemming. "Er heerst een sfeer van wanhoop", stelt een Europese diplomaat.

"Elke dag krijgen we slecht nieuws te horen, ongeacht uit welke hoek", verzucht Lena, eigenares van meerdere winkels in de omgeving van het Syntagma-plein, in het centrum van Athene. "Is het niet logisch dat de mensen, en zelfs degenen van wie het salaris niet is verlaagd, nu geen zin hebben om dingen te kopen? Het was zelfs zo dat toen de Griekse media vier dagen staakten, de mensen nieuwe moed vatten en weer begonnen te consumeren."

"Niet de offers en de veranderingen deprimeren de mensen, maar het feit dat concrete resultaten uitblijven en dat er dus geen duidelijk zicht is op het einde van de crisis", meent Yannis Pretenderis, een invloedrijke journalist. "We zien nog geen bewijzen dat Griekenland eindelijk een goed georganiseerde overheid heeft", zegt Lena, die echter wel vaststelt dat de corruptie afneemt. Dat komt ongetwijfeld omdat de Grieken geen geld meer hebben om de "fakelaki" (smeergeld) te vullen.

De 'woede' dreigt zich te manifesteren in het stemhokje

"De recessie heeft de corruptie om zeep geholpen", lacht Pretenderis. "We wisten dat 2011 een moeilijker jaar zou worden dan 2010", betoogt een Europese diplomaat. "Er zijn offers gebracht, maar de resultaten zijn nog niet zichtbaar. De hervormingen zijn met veel pijn en moeite doorgevoerd, de overheid opereert nog steeds uitermate inefficiënt en de rijken ontspringen nog altijd voor het merendeel de dans wat de belastingen betreft." Dat verklaart het huidige klimaat.

De burgers "verwijten Papandreou zijn incompetentie, zijn onvermogen om het land werkelijk te veranderen", beweert Pretenderis. Dat de mensen gedeprimeerd zijn, betekent echter niet dat ze opstandig zijn, al volgen de stakingen en demonstraties tegen de bezuinigingen elkaar in een steeds hoger tempo op (volgens de politie is het centrum van Athene in 2010 496 maal geheel of gedeeltelijk afgesloten).

"Het land staat niet aan de rand van een uitbarsting, maar van een depressie", aldus Yannis Pretenderis. Ilias Iliopoulos, algemeen secretaris van Adedy (de belangrijkste ambtenarenvakbond) en Giorgos Pontikos, secretaris internationale betrekkingen van Pame, een vakbond die dicht bij de KKE (een stalinistisch-communistische partij) staat, stellen dezelfde diagnose: "Overal in Griekenland zijn de mensen het beu, maar van een revolutie is beslist geen sprake."

Populisten van allerlei pluimage spinnen garen bij de crisis

Overigens doen mensen niet massaal aan de demonstraties mee. De 'woede' dreigt zich op andere wijze te manifesteren, namelijk in het stemhokje: de PASOK (socialistische partij) ligt in de peilingen nog altijd voorop (21 procent van de stemmen), maar heeft sinds 2009 wel 23 procent verloren.

Samen met de conservatieven van de Nea Dimokratia (Nieuwe Democratie) vertegenwoordigen de socialisten nog slechts ongeveer 40 procent van het electoraat terwijl dat voorheen bijna 80 procent was. Populisten van allerlei pluimage spinnen garen bij de crisis, met name de KKE en Laos (“Volk”). En in het verlengde daarvan is de liefde voor Europa in een vrije val terechtgekomen: "De Unie denkt niet aan het volk, maar aan de economie", briest Ilias Iliopoulos, die oproept tot een "patriottische eenheid" om weerstand te bieden tegen de bezuinigingen.