Arbeidsmarkt: Invasie uit Oost-Europa is onwaarschijnlijk
29 april 2011
Frankfurter Allgemeine Zeitung
Frankfurt

Een fabriek in Fürstenwalde, Oost-Duitsland, waar zonnepanelen worden gemaakt.
Op 1 mei is het zover, dan mogen Polen, Tsjechen en andere Oost-Europeanen zonder werkvergunning in Duitsland aan de slag. Toch verwacht niemand dat het storm gaat lopen. Integendeel, Duitse bedrijven zullen erg hun best moeten doen om nieuwe Oost-Europese arbeiders voor zich te winnen.
Sinds een paar weken krijgt Andreas Röhm bijzonder veel aanvragen. Met zijn bureau Sirius Consulting bemiddelt hij al jaren verzorgenden uit Oost-Europa voor Duitse gezinnen. Maar nu wordt hij geconfronteerd met heel andere klanten. “Het zijn vaak ondernemers uit het MKB die me bellen“, vertelt Röhm. “Ze zoeken ondersteunend personeel voor de bouw, lassers of personeel voor een hotel.“ Deze bedrijven willen graag dat Röhm zijn relaties met Oost-Europa benut om de mensen naar Duitsland te lokken.
Vanaf 1 mei staan in Duitsland immers alle deuren wijd open voor Oost-Europeanen, wier land in 2004 toegetreden zijn tot de EU. Polen, Tsjechen, Slowaken, Slovenen, Hongaren en inwoners uit de Baltische staten kunnen dan zonder werkvergunning in Duitsland aan de slag, zonder dat het arbeidsbureau uitgebreid hoeft te controleren of er echt geen Duitse werknemer te vinden is voor dezelfde werkzaamheden, zoals tot nu toe het geval was.
“1 mei betekent niet het startschot voor massamigratie”
Nu kunnen Oost-Europeanen dus eindelijk ook naar Duitsland komen, maar willen ze dat eigenlijk wel? Niet in groten getale, zeggen economen. “De datum 1 mei betekent niet het startschot voor massamigratie”, zegt Christoph Schmidt, hoofd van het economisch onderzoeksinstituut van de deelstaat Rijnland-Westfalen in Essen. Hij verwacht dat er jaarlijks maximaal 100.000 arbeiders meer uit Oost-Europa naar Duitsland zullen komen. Dat is geen geweldige sprong als je bedenkt dat er momenteel circa 600.000 van hen al in Duitsland werken. “Het is niet zo dat we nu de poorten moeten opengooien en dan stromen de vaklui binnen.”
Wie had dat gedacht. Jarenlang heerste de vrees dat Polen en Tsjechen de Duitse markt zouden overspoelen en banen van Duitsers zouden afpakken zodra de grenzen zouden opengaan. Nu is de situatie echter anders: Duitse bedrijven kunnen dringend goed opgeleide Polen, Tsjechen en Slovenen gebruiken, want er is gebrek aan goed personeel. En juist nu lijkt het erop dat de jonge en competente Oost-Europeanen helemaal niet zo graag naar Duitsland trekken.
Velen zijn allang naar Groot-Brittannië, Ierland en Zweden vertrokken
De voornaamste reden daarvoor is dat veel artsen, verpleegkundigen, ingenieurs en ambachtslieden hun vaderland allang hebben verlaten en naar Groot-Brittannië, Ierland en Zweden zijn vertrokken. Deze landen hadden hun grenzen in 2004 al opengesteld. Destijds vertrokken honderdduizenden westwaarts. Twee jaar later openden Spanje, Portugal, Finland, Griekenland en Italië hun arbeidsmarkten. Andere landen stonden immigratie toe, in elk geval voor beroepen waar een nijpend gebrek aan was. Alleen Duitsland en Oostenrijk hielden hun poot stijf. “Dat had een omgekeerd effect“, zegt onderzoeker Herbert Brücker van het Duitse IAB. “Voor 2004 wilde wel 60 procent van de emigranten uit Oost-Europa naar Duitsland, maar tegenwoordig is dat nog maar 23 procent.”
Wie goede medewerkers uit Oost-Europa aan zich wil binden, moet ze wel iets extra te bieden hebben. Dat doet Alexander Wittker bijvoorbeeld al, wiens uitzendbureau Job Impulse inmiddels 4000 medewerkers en 14 vestigingen in de nieuwe lidstaten heeft. Wittker bemiddelt binnenkort elektriciens en gereedschapsmakers, programmeurs en softwareontwikkelaars uit Oost-Europa aan Duitse bedrijven. Hij trekt zijn uitzendkrachten met beurzen en taalcursussen over de streep en regelt alle bureaucratie met Duitse overheden voor hen. Medewerkers van Wittkers geven zelfs presentaties op scholen om geschikte kandidaten te vinden. Ze gaan dan uiteraard ook naar vakscholen en universiteiten. Bijvoorbeeld naar Koscisze in Oost-Slowakije.
Geen nationaal programma om buitenlanders te lokken
Langzamerhand krijgen bedrijven in Duitsland in de gaten dat de begeerde vaklui niet zomaar automatisch binnenstromen. Toch is er nog steeds geen nationaal programma om buitenlandse arbeiders naar Duitsland te lokken, zoals in de jaren zeventig van de vorige eeuw het geval was. Geen enkele overkoepelende werkgeversorganisatie doet aan offensieve werving en in heel Duitsland, laat staan dat er van overheidswege overeenkomsten worden gesloten om mensen te werven.
De Duitse regering haalde destijds, in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw, eerst Italianen en daarna Spanjaarden, Grieken, Turken en Joegoslaven naar Duitsland. Het federale arbeidsbureau in Duitsland stuurde destijds medewerkers op pad om de werkwilligen in deze landen nauwkeurig te screenen en geschikte kandidaten direct een arbeidscontract aan te bieden.
Tegenwoordig zijn het de kleinere bureaus die de moeizame weg van het werven gaan: individuele bedrijven, regionale organisaties, kleine bemiddelingsbureaus. De Kamer van Koophandel van de stad Cottbus is in april een stageprogramma voor 100 Poolse jongeren gestart. De werkgeversorganisatie in de zorg, Pflege, wil met de diaconie Neuendettelsau leerlingen in de zorg uit Polen gaan werven om ze stage te laten lopen in Duitse verzorgingshuizen. Toch gelooft niemand in de organisatie dat daarmee het gebrek aan verzorgenden en verpleegkundigen in Duitsland kan worden opgeheven. Ze hebben allang plannen om verpleegkundigen in de toekomst uit India te halen.