Regeringscrisis: Wie laat er een traan om België?
20 januari 2011
Frankfurter Allgemeine Zeitung
Frankfurt
Als een land niet langer bestaat, heeft het ook geen regering meer nodig. De Duitse krant FAZ vraagt zich af of het politieke toneelstuk tussen Walen en Vlamingen het voorbeeld vormt waaruit Europa in de toekomst lering moet trekken.
Politici in België zijn nu al meer dan 200 dagen tevergeefs op zoek naar een nieuwe regering. Kan het land wel functioneren zonder centraal bestuur? Is het mogelijk om uitgerekend in Brussel ons domweg maar neer te leggen bij een machtsvacuüm, terwijl we ons midden in een financiële en monetaire crisis bevinden? Of springt de Belgische monarchie nu kordaat in de bres? Niets van dat al.
Zelfs de meest gewiekste compromissenmakers zijn momenteel niet meer in staat een oplossing te vinden voor de steeds terugkerende ellende van het onderling overeenstemming moeten bereiken over de bevoegdheden van de centrale overheid en de Vlaamse of Waalse deelstaten. De vorming van een nieuwe regering is muurvast komen te zitten. Naast specialisten in staatsrecht vragen ook Belgische burgers, die intussen murw zijn geworden, zich openlijk af, waarom een centrale overheid eigenlijk verkiezingen organiseert, als de gekozen volksvertegenwoordigers met het stembusresultaat niet eens een functionerende regering kunnen vormen.
Een definitieve scheiding is allang in alle openheid besproken
In dat verband lijkt het meedogenloze kiessysteem uit het album Asterix op Corsica voor veel mensen een utopie om vurig naar te verlangen. In dit stripverhaal worden de stembiljetten van de eilandbewoners in een urn gestopt, die daarna in de Middellandse Zee wordt gegooid. Dan volgt er een gevecht, waarop de sterkste tot opperhoofd wordt uitgeroepen. En misschien is een dergelijk democratisch gevecht ook wel nodig om de vurige wens van de Vlaamse bond van ondernemers toch nog in vervulling te doen gaan: een krachtige regering die de opdracht krijgt tot staatshervorming, die aan de slag moet met het opstellen van een economisch beleid, een uitgebalanceerde begroting en die federale oplossingen moet bedenken voor de toekomst van de arbeidsmarkt, werkloosheidsuitkeringen en pensioenen.
Dit verlanglijstje zou veel Belgen echter wel eens een cynisch lachje kunnen ontlokken. De hevig verdeelde politieke elite van het land is immers al zo ver van al dit soort zaken verwijderd geraakt, dat er allang in alle openheid wordt gediscussieerd over een definitieve scheiding van beide landsdelen.
Het idee van twee nieuwe naties in het centrum van het Europees bestuur bevalt steeds meer verbitterde burgers steeds beter, terwijl de buren hun ogen uitwrijven. Heeft een staat, waarvan het Franstalige deel zich door de Nederlandstalige bevolking op uitgebreide schaal laat onderhouden, maar diens cultuur en geschiedenis ostentatief negeert, het recht op een eigen bestaan niet verspeeld?
Kafkaëske compromisproza
In verschillende compromisvoorstellen werden al de meest ingewikkelde passages gewijd aan de vraag hoe de hoofdstad van Europa – ingeklemd tussen Vlaanderen en Wallonië, historisch gezien Vlaams en tegenwoordig voornamelijk Franstalig – op het gebied van logistiek, scholen, ruimtelijke ordening eigenlijk nog geregeerd kan worden. Al die voorstellen zijn overigens stukgelopen op de privileges van Franstalige gemeenten.
Met het oog op dit kafkaëske compromisproza, lijkt het een klucht dat de vitale metropool van een meertalige, multiculturele, economische zone, die zich uitstrekt van Lapland tot aan de Canarische eilanden en van Ierland tot aan de delta van de Donau, op zulke futiliteiten moet stuklopen. Hoe kan Europa als systeem van meertaligheid en culturele openheid worden opgevat, als aan de grens van haar hoofdstad een militante francofonie op ideologische basis wordt geïdealiseerd? En hoe moeten Cyprioten en Turken, Ieren en Britten, Catalanen en Castillianen, Basken en Fransen, Zuid-Tiroler en Italianen, Hongaren en Slowaken, Letten en Russen het onderling ooit eens worden, als Belgen het project van grote verscheidenheid naar bijna 200 jaar in alle stilte ten grave dragen?
België heeft daarbij zonder feitelijk democratisch mandaat het voorzitterschap van de Europese Raad geroutineerd geregeld: met raadsvoorzitter Herman Van Rompuy zit er immers een Belg op een sleutelpositie. Dat is geen toeval. België heeft namelijk met zijn ondoorgrondelijke overeenkomsten op het gebied van taal en federale organisatie een gewiekste, eindeloos geduldige soort van bestuurders voortgebracht, die ook in de reusachtige machinekamers van de compromissenfabriek van de EU uitstekend hun weg weten te vinden. Op de een of ander manier lijkt de EU in dat opzicht precies op België.
Belgische politiek: gereduceerd tot decor, symboliek en toneelspel
Kennelijk houdt de Europese Unie geen sterke nationale staten, maar wankele bouwsels bijeen, zoals op de voet kan worden gevolgd bij razendsnel eroderende landen als Griekenland of Ierland, die in werkelijkheid tegenwoordig feitelijk worden geregeerd door de bezuinigingscommissies van de EU. Moeten we hieruit afleiden dat een zwakke staat in het tijdperk van automatisch bestuur geen regering nodig heeft, maar slechts transferbetalingen? Zijn politici dan alleen nog maar goed voor de show in de verkiezingsstrijd en bij persconferenties?
De regeringsblokkade in België brengt niet alleen het functioneren van de al lang opgesplitste federale deelstaten in gevaar, maar de hele economie. Daarom lijkt het uiteenvallen van deze Europese modelstaat nog slechts af te hangen van de kosten op middellange termijn. Want in emotioneel opzicht laat niemand meer een traan om dit België.
Ook dat is een wijze les van de EU, die momenteel de nieuwe kandidaten IJsland en Kroatië toetst en wier gemeenschappelijke munt duidelijk afbrokkelt: op dit beweeglijke continent is alles voortdurend in ontwikkeling. Nationale staten hoeven niet eeuwig te zijn, terwijl blijkt dat talen en tradities wel een ongelooflijk hardnekkig bestaan leiden. In een netwerk van internationaal gekoppelde economieën kan een staat dan zomaar overbodig worden. De politiek in België lijkt zich momenteel inderdaad te hebben gereduceerd tot decor, symboliek en toneelspel.