Europa en de wereld

Democratie: Kom eindelijk op voor Tunesië!

17 januari 2011
Frankfurter Allgemeine Zeitung Frankfurt

De poster van Ben Ali vervalt al van dit gebouw in Ariana, een buitenwijk van Tunis. 16 januari 2011.

De poster van Ben Ali vervalt al van dit gebouw in Ariana, een buitenwijk van Tunis. 16 januari 2011.

AFP/Martin Bureau

Nu Ben Ali die lange tijd lang door Europa werd gesteund het land is ontvlucht, moet de politieke oppositie in Tunesië het opnemen tegen de oude garde van het in verval geraakte regime. Zal Europa nu wel in staat zijn om de nodige steun te geven voor democratie?

'Nabuurschapsbeleid', het woord alleen al klinkt overzichtelijk, haast gezapig. Daarbij betekent deze Brusselse omschrijving niet meer dan de tweeslachtige afspraken met lastige buurlanden van de EU, die vroeger naar de 'achtertuin' van Europa werden gedirigeerd, maar die we vandaag de dag nodig hebben als partner.

Laten we met de klok mee een rondje maken: Wit-Rusland met dictator Loekasjenko en Oekraïne met zijn autoritaire president Janoekovitsj en de gaspijpleidingen in beide landen. Dan gaan we verder via de Kaukasus en de weinig vredelievende streken in het nabije Oosten tot aan de streek in Noord-Afrika. Alleen al vanwege de grote voorraden aan olie en gas, maar ook aan (geïmporteerde) drugs, (geïmporteerde) vluchtelingen en (geïmporteerde) islam trekken de leiders in deze regio’s de aandacht van Europa.

Het koorddansen van de EU in de Tunesische crisis toont aan hoe naïef het idee was om alle moeilijkheden met de streken in de buurt van het Nabije Oosten en Noord-Afrika samen met Europese buurlanden te laten opgaan in een gemoedelijke Unie voor het Middellandse Zeegebied.

Sarkozy als aanvoerder

De Franse president Sarkozy begon met koorddansen en zocht, in zijn streven om het geopolitieke accent van de Europese integratie van de as Parijs-Berlijn naar het zuidwesten te verschuiven, uitgerekend de bejaarde kleptocraat Ben Ali als voorkeurspartner uit, terwijl Graddafi intussen hoofdzakelijk door premier Berlusconi in de watten werd gelegd. Was dat nu echt zo handig? Het simpele feit dat er in het verhoudingsgewijs welvarende Tunesië, ingeklemd tussen het steeds weer onrustige Algerije en het erratisch bestuurde Libië, een zone van gematigd islamisme bestond, rechtvaardigde een dergelijke beloning niet.

Vanuit Tunesisch oogpunt bezien is Parijs de hoofdstad van Europa. Toch moedigde de regering van Frankrijk de demonstranten pas aan tot democratie toen Ben Ali het land heimelijk was ontvlucht.

Ook al heeft de inmenging in voormalige kolonies zich al zo vaak gewroken, dan nog had Parijs allang meer middelen en manieren kunnen vinden om de Tunesische burgers en de politieke oppositie te steunen. Hoe sneller de oude mannen van het in verval geraakte regime nu een verkiezingsspektakel gaan organiseren dat lijkt op democratie, des te lastiger wordt het voor de voorvechters van de vrijheid om zich tijdig te formeren.

Het Tunesische volk mag er trots op zijn dat het voor elkaar heeft gekregen waarvan Europa nauwelijks durfde te dromen. Laten we hopen dat Europese steun, in welke vorm dan ook, in deze beslissende fase niet te laat komt.