Bijna 1.000 dakloze migranten die asiel willen aanvragen in Groot-Brittannië, wonen in de Noord-Franse stad Calais in zeer slechte omstandigheden. Bij gebrek aan douches, lijden veel migranten aan schurft. Op 1 juli heeft de Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen van de VN er een kantoor geopend met als doel de situatie van de vluchtelingen te verbeteren.
Hij staat tot aan zijn middel in het water, zijn bovenlijf en hoofd zitten vol zeep. Lachend accepteert hij dat we een foto van hem nemen. De man, een Afghaan, wast zich in de lauwe afwatering van de chemische fabriek Tioxide in Calais. Dat was vrijdagmiddag, dicht bij het bos waar een deel van de 1.000 dakloze migranten leven die de stad telt. Het zijn kandidaten voor asiel op weg naar het Verenigd Koninkrijk en clandestiene passagiers die ‘s nachts in (of onder) vrachtwagens naar Dover gaan.
Nu de Secours catholique [humanitaire non-profitorganisatie], die overvol is, sinds zes maanden is gestopt met het hun bieden van douches, is schoon zijn een hele opgave geworden voor de migranten. Naast het moeten vluchten voor de politie die ze achtervolgt, het zich beschermen tegen gewapende mensensmokkelaars en het leven als wolven in de bossen.
“De Afghanen wassen zich dicht bij de fabriek en de Eritreëers in de haven”, vertelt Céline Dallery, nachtverpleegster bij de zorgpost die hoort bij het ziekenhuis van Calais. In deze polikliniek voor gratis zorg is een douche. En met veertig per dag verdringen ze zich daar om zich er te komen wassen en hun huidziekten te verzorgen. Het sluiten van de douches geeft ook problemen voor de volksgezondheid: de schurft heerst vanwege het leven in de bossen en verspreidt zich omdat men deze niet kan behandelen zonder douche. “Het aantal bezoeken aan de zorgpost is door de schurft gestegen van 15 per middag tot 40. Je hoeft hiertegen alleen maar antibiotica in te nemen, je te wassen en te verkleden.”
In het dagblad Nord Littoral vergelijkt een dokter de ziektes bij migranten met die van de soldaten in de loopgraven tijdens de Eerste Wereldoorlog. De verzorging van schurft neemt tijd in beslag die niet meer kan worden besteed aan het behandelen van ernstiger ziektes zoals tuberculose, diabetes en de vele botbreuken.
De prefect heeft bij het gemeentehuis gevraagd om een handmatig te bedienen fontein te installeren bij de ingang van de grootste van de jangal, zoals de migranten het bos noemen waar de Pathaanse Afghanen wonen. Het is een komen en gaan van mensen die er hun emmers en flessen vullen. In het enorme kamp, dichtbij hutten van pallets en dekzeilen, zijn er “badkamers”, zeggen de Afghanen met een glimlach: blauwe zeiltjes die tussen wilgen zijn gespannen, douchekabines zonder douche met een houten palet op de grond. Het water wordt verwarmd op een houtvuurtje, in een zwartgeblakerde zinken teil. Lege conservenblikjes worden gebruikt om water over het lichaam te gieten. Op de grond liggen flessen shampoo, wegwerpscheermesjes, lege conservenblikjes. “Je wast je, maar de volgende dag ben je weer vies”, verzucht de Afghaan Ahmad, “het hele lichaam is eigenlijk ziek.”
