Het Deense parlement heeft de regels voor gezinshereniging onlangs aangescherpt. De Duitse krant Frankfurter Rundschau ziet hierin wederom een stap op weg naar een openlijk agressief vreemdelingenbeleid dat zich over het hele continent zou kunnen verspreiden.
Er was eens een klein land in het noorden van Europa dat bekend en geliefd was om zijn menslievendheid en liberale grondslag en hier trots op was. Dat land was Denemarken, een voorbeeld voor ons allemaal. Nu vormen de Denen het middelpunt van discussie door hun xenofobe standpunten en de strengste immigratiewetten van Europa, een ware belediging voor het liberale gedachtegoed. De Denen blijven evengoed een rolmodel, ook al zijn hun bewonderaars niet meer dezelfde mening toegedaan. “Onze maatregelen zullen spoedig een referentie vormen voor andere Europese landen” klinkt het van de zijde van rechts. De geschiedenis leert ons dat zij wel eens gelijk kunnen krijgen.
De roep om “niet-westerse” immigratie aan banden te leggen klinkt steeds luider door heel Europa. Denemarken neemt het voortouw door te eisen dat de buitenlandse huwelijkspartners (die van buiten de Europese Unie afkomstig zijn) ten minste 24 jaar oud moeten zijn om in aanmerking te kunnen komen voor gezinshereniging. Ze moeten voortaan punten verzamelen, maar dit systeem is zo opgezet dat onderdanen uit de derde wereld die niet gestudeerd hebben, buiten de boot vallen. En de regering maakt van haar hart geen moordkuil: “Sommige mensen moeten gewoon niet tot ons land worden toegelaten”, aldus de Deense minister-president, Lars Løkke Rasmussen.
Denemarken heeft de lat nu al zo hoog gelegd voor mensen die een verblijfsvergunning voor lange termijn aanvragen en kandidaten voor het staatsburgerschap dat immigranten die niet kunnen aantonen dat zij lang hebben gestudeerd, in zekere zin geen schijn van kans maken. Soortgelijke eisen zullen binnenkort ook gelden voor iedereen die aanspraak wil maken op gezinshereniging. Alleen huwelijkspartners die Denemarken kan gebruiken worden met open armen ontvangen. Voor alle anderen blijven de grenzen potdicht.
Lastercampagnes tegen buitenlanders
Niemand ontkent de problemen in verband met de gebrekkige integratie van bepaalde buitenlandse bevolkingsgroepen. Toch hebben de oplossingen die de politieke leiders in Denemarken jarenlang voorstonden de discussie op scherp gezet en konden in de meeste andere landen debatten ontstaan die voorheen nooit voor mogelijk werden geacht.
In welk ander land zouden volksvertegenwoordigers de islam kunnen bestempelen als de pest en een terroristische organisatie? Of moslims ervan beschuldigen dat zij hun dochters vermoorden als ze hen al niet laten verkrachten door hun ooms? En dat alles zonder dat er ook maar één iemand verontwaardigd opstaat om hun aftreden te eisen? De ernstigste aantijgingen zijn in Denemarken al zo’n dagelijkse kost geworden dat de meeste mensen hier alleen nog maar hun schouders over op kunnen halen. En de partij die al deze beschuldigingen op haar conto schrijft, vertegenwoordigt de achterban van de conservatieve regering.
Het liberale model is een gedrocht geworden. Hoe heeft het zover kunnen komen? Daarvoor is geen objectieve oorzaak aan te wijzen. De “niet-westerse” immigranten maken slechts 6% van de bevolking uit en de “getto’s” waarin zij wonen zijn fraaie buurten met veel groen. Denemarken heeft geen last van werkloosheid [4,2% in september 2010] of een hoog misdaadcijfer. Toch hebben de rechts-populisten veel succes geboekt door hun niet aflatende lastercampagnes tegen buitenlanders.
Het immigratievraagstuk heeft er ook voor gezorgd dat de traditionele partijen al drie verkiezingen hebben gewonnen. Zelfs de sociaaldemocraten en de socialisten volgen deze trend uit vrees voor nieuwe verkiezingsnederlagen. Momenteel is er maar één sociaalliberale partij en een linkse partij – samen goed voor minder dan 10% van de stemmen – die zich tegen de algemeen verbreide xenofobie uitspreken.
Voortdurende uitsluiting
Deze situatie heeft een stortvloed aan nieuwe regels en wetten tot gevolg gehad die bedoeld zijn om het immigranten het vuur aan de schenen te leggen. En iedere keer als de regering het uiterste van immigranten gevergd lijkt te hebben, vindt zij wel weer een nieuwe manier om de duimschroeven aan te draaien. Zo is de bijstand de eerste zeven jaar teruggebracht tot de helft en wordt de kinderbijslag opgeschort als kinderen zich misdragen.
Deze voortdurende uitsluiting creëert een kloof tussen de Deense maatschappij en de buitenlanders, met name jongeren die afkomstig zijn uit gesloten gemeenschappen, wat kan uitmonden in haat. Hoe kun je integreren als je dag in dag uit te horen krijgt dat je aanwezigheid een probleem vormt? Dat zouden politici die ook maar een greintje verstand hebben zich moeten afvragen.
Al bijna tien jaar lang durft de regering haar vingers niet te branden aan het “immigratievraagstuk” in het land. Voor 2011 staan nieuwe verkiezingen op stapel en gezien de lege staatskas en de talrijke schandalen zijn de winstkansen van de coalitie gering. Daarom zet zij haar troeven voor de zoveelste keer in op immigratie, want daarmee heeft ze al drie keer eerder gewonnen, maar wel ten koste van de integratie en de waarden waarop Denemarken ooit zo trots was.
