Economie

Bezuinigingen: Olli Rehn belichaamt incompetent despotisme

22 april 2013
El País Madrid

Olli Rehn bij een persconferentie in Brussel, 18 december 2012.

Olli Rehn bij een persconferentie in Brussel, 18 december 2012.

Begrotingsdiscipline, bezuinigingen... er klinkt steeds meer kritiek over deze remedie die de crisis in de eurozone te lijf moet gaan. Helaas staan de kiezers buiten spel: zij die verantwoordelijk zijn voor dit falende beleid, zijn niet-gekozen politici zoals Europees Commissaris Economische en Monetaire Zaken, Olli Rehn.

Verbijstering. Dat is het gevoel dat ons bekruipt naar aanleiding van het conflict rond de bezuinigingen die de Europese Commissie en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) voorstaan. Het debat is zowel extreem technisch als diepgaand politiek. Waar het op neerkomt, is dat wordt berekend hoeveel het bnp van een land daalt met elk procent belastingverlaging. Dat lijkt misschien wat ingewikkeld maar is het niet: al naargelang de waarde van de zogenaamde “fiscale multiplier” kunnen bezuinigingen een economie redden of doen instorten.

Achter discussie gaat fel debat schuil

De nationale en internationale blogs waarop economen over dit onderwerp discussiëren, wemelen van analyses en tegenanalyses waarin het bezuinigingsbeleid van de EU wordt verdedigd dan wel aangevallen. Het probleem is niet alleen dat de discussie over fiscale multipliers zo complex is geworden dat je ervoor gestudeerd moet hebben, wil je er iets van begrijpen. Het punt is dat de oplossingen en ideeën van al die economen er met de bijbehorende grafieken, tabellen, casestudies en statistische formules op papier geweldig uitzien, maar dat bij een kijkje in de keuken blijkt dat een fel debat wordt gevoerd waarin vaak scherpe beschuldigingen worden geuit over incompetentie, het manipuleren van gegevens en ideologische vooroordelen.

Gerede twijfel over beleid van Brussel

Wat kunnen we opmaken uit deze discussie? In het beste geval, dat wil zeggen, uitgaande van de veronderstelling dat alle deskundigen te goeder trouw zijn en rekening houdende met de beperkingen van de economische wetenschap, die geen exacte wetenschap is zoals natuur- of scheikunde, kunnen we concluderen dat er meer dan gerede twijfel bestaat over de kans van slagen van het beleid dat door Brussel (de Europese Commissie, de Eurogroep en de Centrale Bank) wordt opgelegd. Als we één ding met 100% zekerheid weten, dan is het dat we niet genoeg weten en dat dus niemand met 100% zekerheid kan beweren dat hij gelijk heeft. Het is niet veel, maar genoeg om een publiek debat aan te zwengelen over een oplossing die meer weg heeft van een dogma of een vaststaand feit dan van beleid dat is gericht op het algemeen belang.

Commissie en IMF verschillen openlijk van mening

Bij alle verwarring en wantrouwen komt nog de verbijstering die zich van ons meester maakt bij de constatering dat twee van de drie instellingen die samen de trojka vormen, namelijk de Commissie en het IMF, zich keer op keer veroorloven om openlijk van mening te verschillen over het bezuinigingsbeleid. Die instellingen, met aan het hoofd gezagdragers die niet democratisch zijn gekozen, zijn in het leven geroepen vanuit de gedachte dat hun grote technische kennis over hoe een economie kan groeien en arbeidsplaatsen kunnen worden gecreëerd hen het recht geeft om te regeren zonder de instemming van het volk en zonder dat ze bij periodieke verkiezingen kunnen worden teruggefloten. Accepteren dat over sommig beleid niet kan worden gestemd betekent een grote stap terug in onze democratie, want een belangrijk kenmerk van democratie is nu juist dat slechte bestuurders die een slecht beleid voeren naar huis kunnen worden gestuurd. Dat we die stap toch zetten is omdat tegenover het verlies aan legitimiteit en vertegenwoordiging een efficiëntere aanpak staat.

Electoraat kan niets beginnen

Kunnen we ons het motto “alles voor het volk, maar zonder het volk” van het verlicht despotisme nog herinneren? Welnu, in het huidige Europa zijn we terecht gekomen in een sfeer waarin van het verlicht despotisme nog slechts despotisme rest, zonder Verlichting. Technisch incompetent despotisme waartegen we noch met intelligente economische analyses noch met politieke controle door electoraat en parlement iets kunnen beginnen. Dit feit wordt nog het meest belichaamd door Eurocommissaris Rehn, de Fin die verantwoordelijk is voor de (in veel gevallen bindende) aanbevelingen die zijn dienst net aan Spanje heeft gedaan, waaronder de aanbeveling om de BTW te verhogen en de ontslagvergoeding te verlagen.

De moed om de juiste vragen te stellen

Eurocommissaris Rehn is niet bepaald een technocraat maar een actief politicus (van 1988 tot 1994 kamerlid en vice-voorzitter van de Finse Centrumpartij, en van 1995 tot 1998 Europarlementariër voor de liberaal-democratische partij ALDE). Rehn is gepromoveerd in politicologie aan de Universiteit van Oxford, wat heel prijzenswaardig is, maar daarmee biedt hij als het gaat om fiscale multipliers niet meer statistische of empirische zekerheid dan u of ik. Toch ligt de toekomst van een land (Spanje), waar het aantal werklozen is gestegen tot boven de zes miljoen en het werkloosheidscijfer gevaarlijk dicht in de buurt komt van 27%, in zijn handen. Verkeerde keuzes maken als het om economisch beleid gaat, is een luxe die we ons niet kunnen veroorloven. Doen we dat toch, zeggen we dan tegen de volgende generatie dat het geen opzet was of zeggen we dat we niet de moed hadden om de juiste vragen te stellen?

Vertaald uit het Spaans door Marlene Lokin