Politiek Uitbreiding

Balkan: Ultranationalisten zetten Servië op scherp

13 oktober 2010
Il Sole-24 Ore Milaan

Een groot obstakel op de weg naar de EU: de aanvoerder van de Servische hooligans in het stadion van Genua (Italië), bij de wedstrijd Italië-Servië op 12 oktober 2010.

Een groot obstakel op de weg naar de EU: de aanvoerder van de Servische hooligans in het stadion van Genua (Italië), bij de wedstrijd Italië-Servië op 12 oktober 2010.

AFP

Eind deze maand een beslissing zal worden genomen over het verzoek tot toetreding van Servië tot de EU, maar tegelijkertijd lopen de ultranationalistische spanningen in het land hoog op, zoals de recente rellen van Servische hooligans tijdens de Gay Pride in Belgrado en de EK-kwalificatiewedstrijd Italië-Servië in Genua lieten zien.

Čekamo vas, “Wij wachten u op”. Deze slogan, die vergezeld van bloeddruppels van rode verf in koeienletters op de muren van Belgrado is gekalkt, is waarschijnlijk niet aan de aandacht ontsnapt van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Hillary Clinton, toen ze op 12 oktober voor het eerst de brug over de Sava overstak, op het punt waar deze rivier uitmondt in de Donau op de grens van de Pannonische vlakte en de Westelijke Balkan. Een dreigement dat niets aan duidelijkheid te wensen overliet: afgelopen zondag schopten extreemrechtse nationalistische groepen en Servische hooligans – die veel gemeen hebben met de opruiers in het voetbalstadion van Genua [zie hieronder] – ernstige rellen in de Servische hoofdstad bij hun protesten tegen de Gay Pride.

Dit is een desastreus signaal van intolerantie afkomstig van een land wiens verzoek om toetreding tot de Europese Unie op 25 oktober aanstaande door de lidstaten beoordeeld zal worden. Maar Hillary Clinton verwelkomde de inzet van de politie en president Boris Tadić: “Er is niemand”, sprak ze, “die zich zoveel moeite heeft getroost als Servië en zijn leiders om zich bij Europa aan te sluiten”. Washington steunt de Europese ambities van Belgrado dat, na jaren van revanchisme, de dialoog met Kosovo is aangegaan en het juiste moment afwacht – dat wil zeggen een solide politieke basis – om Ratko Mladić, de voormalige generaal van het Bosnisch-Servische leger die in 1995 in Srebrenica verantwoordelijk was voor de moord op 8000 moslims, in de boeien te slaan.

Er blijft een gemeenschappelijke Balkangeest bestaan

Een drietal Italiaanse ondernemingen – Fiat, het energiebedrijf ENI en de industriële groep Finmeccanica – speelt een cruciale rol in Servië. Door de investeringen van Fiat in de autofabriek van het ex-Joegoslavische automerk Zastava in Kragujevac zouden er in Servië over enkele jaren meer dan 200.000 auto’s van de band kunnen rollen. De export hiervan zou goed zijn voor 1,3 miljard euro per jaar, oftewel bijna 20% van de totale export van het land in 2009. Tien jaar na de val van Slobodan Milošević, op 5 oktober 2000, vormt dit nieuws een flinke opsteker voor een land waarin het werkloosheidspercentage op 30% ligt en de kosten van arbeidsloon bijna de helft van die van Polen bedragen.

Buitenlandse investeringen, die de afgelopen tien jaar goed waren voor het aanzienlijke bedrag van 10 miljard euro, vormen de drijfveer van een economie die zich klaarmaakt om Telekom Srbija (1 miljard euro) te privatiseren. Maar Belgrado heeft ook een startkapitaal van Brussel nodig voor zijn infrastructuur en de samenwerking met zijn voormalige vijanden. Hoewel Joegoslavië niet meer bestaat, is er nog steeds sprake van een gemeenschappelijke Balkangeest, door The Economist beschreven als “Joegosfeer”, een ruimte voor handel en industrie waarin de Slovenen, Kroaten en Serviërs de wapens hebben neergelegd en weer met elkaar gaan samenwerken. Het laatste bewijs wordt gevormd door de joint venture van de drie landen waardoor de goederenspoorlijn via de Pan-Europese Corridor nummer 10 weer opengesteld kon worden.

"Belgrado zal de onafhankelijkheid van Kosovo nooit erkennen"

Maar de grote strategieën op het Servische grondgebied betreffen met name de pijpleidingen. Waarschijnlijk zal het eerste Europese gedeelte van de South Stream, de Russische gaspijpleiding die als joint venture met het Italiaanse energiebedrijf ENI en Turkije is aangelegd en waarin mogelijk ook Duitsland zal participeren, via Servië lopen.

Het gasbedrijf Srbijagas, dat nauwe banden met het Russische Gazprom heeft, heeft aangekondigd dat het bereid is om de onshore-gedeelten van South Stream vanaf eind 2012 te exploiteren. Hierdoor heeft South Stream een flinke voorsprong op Nabucco, het andere megaproject voor het transport van aardgas naar Europa dat door de Amerikanen en de EU wordt ondersteund. Bij de plannen van Nabucco wordt Rusland buitenspel gezet door de aardgaslagen in het gebied rond de Kaspische Zee rechtstreeks te exploiteren en het gas naar Oostenrijk te vervoeren. Dit staat haaks op het South Stream-project dat Europa juist van Russisch gas wil voorzien door de Oekraïne en Wit-Rusland te omzeilen, die met Moskou verwikkeld zijn in een verhitte juridische gasstrijd.

Tadić kan beter met Washington dan met Moskou aanpappen

Tien jaar na de val van Milošević is de lappendeken van de Balkan nog steeds versplinterd door de nasleep van een verleden dat wars is van iedere verandering. Zo heeft Bosnië nog maar net een verkiezingscampagne achter de rug waarin etnische scheidingen weer eens werden bevestigd. Kosovo doet, in afwachting van vervroegde parlementsverkiezingen, verwoede pogingen om het hoofd boven water te houden in een sfeer van instabiliteit en Boris Tadić verkondigde op 12 oktober dat “Belgrado zijn onafhankelijkheid nooit zal erkennen”.

De Verenigde Staten hebben goede troeven om Tadić ervan te overtuigen dat hij beter kan aanpappen met Washington dan met Moskou. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken is bereid een lans te breken voor de aansluiting van Servië bij de NAVO, naast het lidmaatschap van de Europese Unie. Dat is een beslissende stap voor het Servische leger dat een gedaanteverwisseling zal ondergaan: de dienstplicht wordt afgeschaft en het Vojska [leger] wordt vanaf 2011 een beroepsleger dat steeds meer voor internationale missies zal worden ingezet.

De Europeanen, net als de NAVO, de Amerikanen, de Russen en de buurlanden van Servië verwachten wel van Belgrado dat het zichzelf waar zal maken. Čekamo vas, “Wij wachten u op” kunnen wij de Serviërs antwoorden, maar deze keer verre van een context van oorlogszuchtige scenario’s, met minder intolerantie en zonder Joegonostalgie. De domeinnaam “.yu” van het land dat de afgelopen tien jaar in stukjes uiteenviel op landkaarten, is onlangs officieel opgeheven. Dit digitale einde opent wellicht de weg naar een nieuwe generatie Serviërs.