Terwijl werkloosheid en emigratie een hoge vlucht nemen lijkt de rekening voor het redden van de Ierse banken naar de vijftig miljard euro op te lopen. Dat is een ongelofelijke 32 procent van het nationaal inkomen. Net als de rest van de nationale en Britse pers vraagt de Guardian zich af of de voormalige Keltische Tijger op het punt van instorten staat.

Van Griekenland tot Japan tot de VS: de bankencrisis heeft overal ter wereld verwoestingen aangericht. Maar geen enkele economie heeft er zo erg onder geleden als de Ierse. De voormalige Keltische Tijger heeft zijn nationale inkomen in de afgelopen drie jaar met zeventien procent zien afnemen – de diepste en snelste krimp die een Westers land sinds de crisis van de jaren dertig heeft meegemaakt. Op het hoogtepunt van de lange hausse tussen 1990 en 2007 was onroerend goed in Dublin meer waard dan in Londen. Sindsdien zijn de prijzen er met veertig procent gedaald, en dalen nog steeds. Als het zo doorgaat zal het land binnenkort de dubieuze eer te beurt vallen dat het de grootste luchtbel van onroerend goed uit de moderne geschiedenis heeft laten knappen. Toen financiers in 2008 grapten dat het enige verschil tussen het failliete IJsland een letter [Iceland en Ireland in het Engels, red.] en een paar dagen was, hadden ze het mis. De problemen die het Groene Eiland nu teisteren zijn veel erger.

En de hele weg omlaag bleven ministers uit Dublin hun kiezers beloven dat de zaken beter zouden gaan. De noodleningen aan de banken zouden daar wel voor zorgen. En anders die enorme bezuinigingen wel. Of het besluit garant te gaan staan voor vrijwel het hele banksysteem (zonder veel vragen te stellen), dat zou pas echt werken. Helaas... De Ierse economie bleef maar vallen, als een lichaam dat vanaf een wolkenkrabber naar beneden stort.

Op spectaculaire manier failliet gaan

Gisteren hadden ze het er weer over. De Ierse minister van Financiën, Brian Lenihan, beloofde de kiezers dat de nationale "nachtmerrie" waarin ze de afgelopen paar jaar leefden, gauw over zou zijn. "We zijn die periode nu aan het afsluiten." Hij overtuigde de financieel deskundigen niet, die hetzelfde verhaal elke keer al van hem hoorden als hij weer eens met een nieuw onverstandig plan op de proppen kwam. Maar zelfs in vergelijking met de eerdere gokken die de minister nam, is deze gigantisch. In het reddingsplan van gisteren wordt ook Anglo Irish meegenomen, de favoriete bank van projectontwikkelaars, naast All-in Irish en Irish Nationwide. Het begrotingstekort van rond de twaalf procent van het nationaal inkomen zou hiermee toenemen tot een verbijsterende 32 procent.

Wanneer een land op zo'n spectaculaire manier failliet gaat, blijken er heel wat oorzaken genoemd te kunnen worden. Als eerste oorzaak kunnen we de onroerend goedprijzen noemen, waarop teveel vertrouwd werd omdat het zo goed voelde en veel geld in het overheidslaatje bracht. Zodra de zeepbel knapte, stortten de inkomsten in. In andere opzichten kunnen beleidsmakers zich erop beroepen dat ze zich eenvoudigweg hielden aan de internationale leer voor economisch succes: trek zoveel mogelijk buitenlands kapitaal aan, buit je concurrentievoordelen uit (dat in Dublin, net als in Reykjavik, als financiering werd gezien) en blijf open. Maar een van de lessen van wat Gordon Brown ooit typeerde als de eerste globaliseringcrisis, is dat tegen iedere prijs openstaan voor zaken niet goed werkt voor kleine landen met een homogene economie. En dat het al helemaal niet werkt met luie beleidsmakers.

Geslotener dan een oester

Zoals Pete Lunn van het Economisch en Sociaal Onderzoeksinstituut van Dublin opmerkt, is de elite die de Ierse economie bestuurt geslotener dan een oester, zodanig dat een topambtenaar bij het ministerie van Financiën ervan uitgaat dat zijn volgende baan die van directeur van de centrale bank is. Beleidsmakers noemden de luchtbel van onroerend goed een luchtbel totdat die knapte. En toen die knapte, werd de bewering van bankiers dat ze een liquiditeitsprobleem hadden in plaats van failliet te zijn, te gemakkelijk geaccepteerd. Ze deden wat het IMF adviseerde en kondigden de grootste bezuinigingen ooit aan. Het resultaat daarvan is dat bijna een op de zes arbeidskrachten nu werkloos is en er een nieuwe economische neergang in gang is gezet.

Andere landen maken een vergelijkbare situatie mee: vraag maar aan Gordon Brown. Het grootste verschil met het VK is echter dat Ierland, als lid van de euroclub, zijn valuta niet eenzijdig kan devalueren. De enige weg terug naar concurrentievermogen is het verlagen van de levensstandaard van werknemers. En dat betekent, wat Lenihan ook beweert, dat de Ierse economie nog verder zal instorten.