De Europese staatshoofden zullen op 18 en 19 juni bijeenkomen in Brussel en naar alle waarschijnlijkheid José Manuel Barroso opnieuw voordragen als voorzitter van de Europese Commissie. De Portugees heeft echter niet iedereens steun, hetgeen blijkt uit dit portret dat verschenen is in de Guardian.

De komende weken wordt er in Brussel waarschijnlijk maar over één echt onderwerp gesproken: banen. Het gebabbel daarover heeft vast weinig te maken met de harde werkelijkheid van de vele ontslagen, waarover in de rest van de wereld dagelijks wordt bericht in kranten en journaals. De discussie draait eerder om de vraag welke jobs een zelfvoldane kliek ongeïnspireerde en overbetaalde mannen (en een paar vrouwen) voor zichzelf in de wacht zal weten te slepen.

Speculaties over het lot van José Manuel Barroso hebben ongetwijfeld een aantal mensen verslagen achtergelaten, nu hij officieel heeft aangekondigd beschikbaar te zijn voor een tweede termijn als voorzitter van de Europese Commissie. Barroso benadrukte dat zijn herbenoeming nog moet worden goedgekeurd door de EU-regeringsleiders en de leden van het Europees Parlement, maar het zou mij verbazen als hij daarbij op voldoende verzet stuit om zijn ambities te doorkruisen. En dat is een schande.

Aanhangers van Barroso beweren dat hij een soort van stilzwijgende goedkeuring geniet, omdat hij is verbonden met de centrumrechtse partij en centrumrechts bij de verkiezingen van vorige week een meerderheid van de zetels in het Europees Parlement heeft gewonnen. Toch heeft geen enkele inwoner die is gaan stemmen in een van de 27 lidstaten van de EU de naam van Barroso op het verkiezingsbiljet zien staan. Ik kan me ook niet herinneren dat er ook maar één kandidaat is geweest die heeft opgeroepen om op hem of haar te gaan stemmen zodat Barroso in functie zou kunnen blijven.

In het enkele geval waarin EU-burgers iets over het beleid van Barroso hebben kunnen zeggen, was dat vooral afwijzend, dus hij geniet absoluut niet de voorkeur van kiezers. Nadat de EU-grondwet, waar Barroso zo’n voorstander van was, in 2005 in Frankrijk en Nederland werd afgewezen, speelde hij onder één hoedje met regeringsleiders om de grondwet om te vormen tot het Verdrag van Lissabon. Op de dag af bijna een jaar geleden werd dit Verdrag in Ierland, het enige land dat hierover een referendum hield, verworpen, maar Barroso weigerde het Ierse 'nee' te accepteren en stond erop dat het referendum opnieuw wordt gehouden.

Een van de voornaamste redenen waarom Barroso zonder veel ceremonieel zou moeten vertrekken is de minachting die hij tentoonspreidt ten aanzien van de democratie. Maar er zijn nog veel meer redenen. In tijden waarin een combinatie van onbaatzuchtigheid en frisse ideeën noodzakelijk is om een oplossing te vinden voor de economische problemen en milieukwesties in de wereld, heeft Barroso zijn heil gezocht bij mannen die blijk geven van een schandalig soort orthodoxie en een onverzadigbare hebzucht. In een poging de financiële crisis onder controle te krijgen zocht hij advies bij Callum McCarthy, voormalig president van de Britse toezichthouder financiële markten, die nog niet zo heel lang geleden (in 2007) de roep om meer toezicht op banken kwalificeerde als "absoluut overdreven reactie". Barroso stelde Peter Sutherland van de oliemaatschappij BP aan als adviseur op het gebied van klimaatverandering, terwijl BP in 2005 nog werd genoemd als een van de 10 meest milieuvervuilende bedrijven ter wereld.

Keer op keer kende Barroso een hogere prioriteit toe aan bedrijfswinsten dan aan het algemeen belang. Hij streefde ernaar om basisvoorzieningen open te stellen voor  marktwerking, hij spande met Peter Mandelson samen om arme landen door intimidatie te dwingen akkoord te gaan met rampzalige vrijhandelsovereenkomsten, hij was voorstander van genetisch gemanipuleerd voedsel en hij zette zich ervoor in om duizenden chemische producten op de markt te brengen zonder dat die waren getest op veiligheid of op effecten voor de gezondheid.

Vijf jaar geleden moest Barroso zijn plan intrekken om Rocco Buttiglione – een goede vriend van wijlen Paus Johannes Paulus II – te benoemen tot EU-Commissaris van justitie, nadat Europarlementariërs met ontzetting hadden gereageerd op de homohaat van Buttiglione. In reactie daarop beloofde Barroso extra aandacht te besteden aan fundamentele rechten, maar zijn commissie heeft steeds geaarzeld met het uitvaardigen van nieuwe wetten tegen discriminatie. De commissie heeft met betrekking tot asiel en immigratie tot nu toe een agenda gevolgd die werd bepaald door ultrarechts en waarin werd bepleit dat afgewezen asielzoekers een maximumgevangenisstraf van 18 maanden kunnen krijgen.

Als we nog verder teruggaan in de tijd heeft Barroso nog altijd geen overtuigende verklaring gegeven voor de rol van Portugal bij de martelpraktijken van de CIA (ook wel eufemistisch bekend als buitengewone uitlevering) toen hij premier van dat land was. En tegenstanders van oorlog zouden hem nooit moeten vergeven dat hij in 2003 gastheer was van de Azorentop, waarbij George Bush en Tony Blair de laatste hand legden aan een plan voor een illegale invasie die Irak onderdompelde in het bloed van onschuldige mensen.

De Europarlementariërs die nu net zijn verkozen hebben tijdens hun verkiezingscampagne talloze toezeggingen gedaan om op te komen voor de belangen van de burgers van Europa. Als ze dat werkelijk serieus menen, dan zouden ze Barroso nu het sein moeten geven om te vertrekken.