Cultuur & debat Boeken en muziek

Literatuur: De Europese roman bestaat tóch

4 Juni 2010
El País Madrid

Kun je een roman schrijven waarin de literaire sfeer van een aantal Europese landen samenkomt? Als we de Spaanse schrijver Félix de Azúa mogen geloven heeft de jonge, getalenteerde schrijver Patricio Pron dat nu juist gedaan in zijn boek "El comienzo de la primavera".

Elk land kent zo zijn eigen literaire sfeer. We kunnen ons maar moeilijk voorstellen dat een Italiaanse roman zich afspeelt in de stromende regen en diepe duisternis, zelfs al doen dergelijke omstandigheden zich ook in Italië wel voor. Dat zou dwaasheid zijn. In elke zichzelf respecterende Italiaanse roman is een basis van mandoline nodig, jongeren die half naakt op het strand liggen en het verhaal dient zijn hoogtepunt te bereiken met het onteren van een volwassen vrouw, die te veel voor haar maagdelijkheid heeft gewaakt. Het ijskoude, sombere Italië, dat door de noodlottige Boreas (de Griekse god van de noordenwind) werd geteisterd, wordt beperkt tot de socialistische school van Milaan en een paar in vergetlheid geraakte schrijvers uit Triëste.

De enorme veelzijdigheid van Frankrijk in sociaalgeografisch opzicht, die onderdak biedt aan zowel de Bretonse schaarste als de Provençaalse luiheid en de overdreven Parijse oppervlakkigheid, moet zich wel presenteren als stilistische hoogvlieger, die in alle eerlijkheid laat zien dat de auteur zeer intelligent is of in elk geval erg vindingrijk, want het woord esprit valt gewoon niet te vertalen. Een andere voorwaarde sine qua non om respect af te dwingen: de auteur moet ten minste het werk van de Franse literatuurcriticus en filosoof Barthes hebben gelezen.

De grootste vrees van een Britse schrijver is dat hij wordt aangezien voor een Franse intellectueel

Engelsen daarentegen houden er niet van om zichzelf bloot te geven in hun schrijfsels, en dat is ongetwijfeld de reden dat Britse autobiografieën zo zedeloos zijn. Na al die jaren waarin een auteur zich achter een sober, elegant, sceptisch, afstandelijk proza kon verschuilen, komt er kennelijk een moment dat zo’n luisterrijke uitbarsting uitlokt. De grootste vrees van een Britse schrijver is dat hij wordt aangezien voor een Franse intellectueel, een bevolkingsgroep waar hij nog meer afkeer voor voelt, als dat al mogelijk is, dan voor schreeuwerige Zuid-Europese toeristen. In een roman à l’anglaise ontdekken we daarom al snel dat het personage dat doet alsof het een idioot is in werkelijkheid de enige intelligente persoon is, zelfs als onze eerste indruk aan het eind van het verhaal de overhand krijgt.

Ongetwijfeld bestaat ook de Russische roman nog, met personages die tranen met tuiten huilen, terwijl hun moeder ze probeert toe te dekken met een armzalige overjas uit de Tweede Wereldoorlog, zodat ze niet sterven van de kou in de sneeuw, omringd door lege flessen wodka, maar dit genre raakt enigszins in vergetelheid en verliest steeds meer terrein aan de spionageroman, vol geheim agenten in dienst van vijf landen (de Verenigde Staten, China, Italië, Rusland en Panama) of aan romans over maffiose lieden uit Georgië die in werkelijkheid de lakens blijken uit de delen in de Sint-Pietersbasiliek in het Vaticaan, of aan de roman van de dorpsgek, aan wie God verschijnt in de vorm van een rendier met een hoge hoed. Dit alles maakt dat de Russische roman vandaag de dag zo zeer op een Amerikaanse roman is gaan lijken dat we het er verder niet over hoeven te hebben.

Vandaag de dag is er geen Brit meer die Engelse romans schrijft

Het meest volledig en degelijk, en gezien de magere bijdrage aan het genre, het kon haast niet minder – is echter de Duitse roman. De kou die in deze roman heerst doet het bloed in onze aderen bevriezen en door de mist kunnen we niet verder kijken dan het puntje van onze neus, maar het heeft geen zin om daar te lang bij stil te staan. De hoofdpersoon leeft zijn leven, samen met zijn buren die allemaal erg aardige, hoewel wat saaie mensen lijken te zijn, maar in de loop van het verhaal moeten we constateren dat de één een bende à la Baader-Meinhof aan het oprichten is, een ander ooit een bedrijf heeft gehad met zeep uit Auschwitz en weer een ander een doctoraalscriptie heeft geschreven over de wiskundige bodemverhoudingen van een Sachertorte.

Twee eeuwen lang zijn de Europese modellen voortdurend bezig in alle bescheidenheid vaste vorm te krijgen en vandaag de dag is er dus geen enkele Brit meer die Engelse romans schrijft (in plaats daarvan schrijft hij Italiaanse romans, zoals Martin Amis), geen enkele Rus die prat gaat op het schrijven van Engelse romans, Zweden die schrijven als Zwitsers en zo kan ik nog wel even doorgaan… Ze doen het allemaal, behalve Fransen, die gewoon Franse romans blijven schrijven.

De banaliteit van de geschiedenis van de Spaanse roman

En, zult u nu zeggen, hoe zit het dan met de Spaanse schrijvers in dit verhaal ? In de Spaanse uitgekristalliseerde roman moet een commissaris voorkomen die thuis aankomt en schreeuwt: ”Ik ben een aanhanger van Franco en ik ga nu direct mijn vrouw seksistisch geweld aandoen!” Of een onderwijzer van de dorpsschool die met een schattig jochie praat en tegen hem zegt: “Aangezien ik een republikeins onderwijzer ben, ga ik je de deugden van de democratie en het humanisme laten zien aan de hand van het fraaie voorbeeld van vlinders." Dit model kent vele varianten, de commissaris kan ook een conservatieve topman uit het bedrijfsleven zijn van de Volkspartij die zich 's avonds verkleedt als Afrikaans bisschop of misschien is de onderwijzer wel een transseksueel uit Cádiz, die een schattig jochie weet te redden van de schunnige neigingen van de pastoor. Het stramien is wel bekend en bevindt zich in een catatonische staat.

We moeten echter onderstrepen dat Spaanse schrijvers, juist vanwege de banaliteit van de geschiedenis van de roman, gespecialiseerd zijn geraakt in de buitenlandse roman en dat ze tegenwoordig steeds meer geslaagde voorbeelden van de buitenlandse literatuur produceren, zodanig zelfs dat we een ommekeer van de situatie meemaken: tegenwoordig zijn het de Britse schrijvers die de Britse romans van Spaanse schrijvers tot in perfectie imiteren.

Patricio Pron, de meest in het oog springende jonge romanschrijver

Goed, zo zouden we nog wel even kunnen doorgaan, maar alles wat hiervoor werd beweerd, is slechts schijn. Net als in de film: een Mac Guffin. Oftewel een geraffineerde afleidingsmanoeuvre, bedoeld om de aandacht van de lezer op een goedkope manier te trekken en hem naar het serieuze deel van dit artikel te brengen, namelijk een lofdicht op de man die volgens mij op dit moment als jonge romanschrijver het meest in het oog springt, maar ik besef dat ook nu pas: Patricio Pron, auteur van het boek "El comienzo de la primavera", een meesterwerk. Ik heb een onhandige truc gebruikt om deze beknopte, perfecte roman de hemel in te prijzen, want ik wilde uw leesplezier niet bederven, maar ik denk dat ik het boek het beste kan samenvatten als een Duitse roman, in de meest nobele zin van het woord. En dat is, volgens Spaanse traditie, een hapax.

Als ik daar dan aan toevoeg dat Pron op gelijke hoogte staat als de beste Sebald, de eerste Handke, dat hij Bernard mag tutoyeren of dat hij Jelinek is voorbijgestreefd, dan zou u me niet geloven. Daarom heb ik gekozen voor deze wat nonchalante toon, uit pure lafheid. Een uitstekende zet, want het verhaal dat Pron vertelt is boeiend en toont een opvallend goed uitgewerkt kader, waarin een onderzoeker half Duitsland doorkruist, op jacht naar een voortvluchtige filosoof, aanhanger van Heidegger, totdat de achtervolging van deze man overgaat in een vervolging van het concept zelf, en waarbij wij gaandeweg van emotie overgaan op reflectie, over deze fragiele materie, die ons doet geloven dat we iets zijn en dat anderen dat uiteindelijk ook zullen weten. Maar aan het eind van het verhaal zijn wij niet meer dan een oude foto, die niemand zich meer herinnert.

Er is geen groter plezier denkbaar dan een jonge meester te groeten en hem te kunnen zeggen: “De eer is aan jou ! Nu is het onze beurt om naar jouw lessen te luisteren.” Het op een na grootste plezier is luisteren naar de lessen van de jeugd.