Politiek Instellingen

Griekse crisis: Duitsland heeft een probleem met Europa

19 Mei 2010
Gazeta Wyborcza Warschau

Eigenwijs Duitsland.

Eigenwijs Duitsland.

Roger Wright

De Griekse crisis is weliswaar de ernstigste die de Europese Unie ooit heeft gekend, maar hij is ook een test van wat Europa nu eigenlijk voor Duitsland betekent, schrijft Gazeta Wyborcza.

“Ms Europa is veranderd in Frau Germania,” schreef de Duitse voormalig minister van Buitenlandse Zaken Joschka Fischer begin april waarmee hij suggereerde dat Angela Merkel, die doorgaat voor een echte Europese staatsvrouw, gegrepen was door nationaal egotisme. Mevrouw Merkel had overigens goede redenen om niet te zwichten voor de druk vanuit de markten en het Europese publiek.

Het Griekse reddingspakket indekken met een groot aantal harde voorwaarden en de inmenging van het IMF zekerstellen kostte tijd maar was noodzakelijk. Financiële steun voor Griekenland was nooit een vraag voor Berlijn – niet alleen vanwege de stabiliteit van de euro maar ook voor het nationale belang. Het Griekse bankroet zou in de eerste plaats de Duitse banken treffen, aan wie Athene zo’n 40 miljard euro schuldig is. Dan zouden de Duitse belastingbetalers de rekening moeten betalen.

Krenterigheid

Dat Duitsland tegenwoordig een probleem heeft met Europa, is niet een kwestie van krenterigheid. Het onvermogen van Duitsland om Europees optimisme op te brengen heeft meer te maken met de veranderingen die plaatsvinden in het Europese milieu dan met postunificatie, renationalisatie en normalisatie. Berlijn moet zijn nieuwe rol in de EU vormgeven. Het probleem is dat de belangrijke premissen waarop die rol was gestoeld niet meer van toepassing zijn.

“De dynamiek van de Duitse betrokkenheid bij Europa is altijd gekenmerkt geweest door grote projecten: de unieke markt, de uitbreidingen, een unieke munt, de Europese grondwet. Tegenwoordig bestaat er niet zo’n emotioneel, elitedrillend doel”, verklaart Rainder Steenblock, de vroegere Europakenner bij uitstek van de Groenen. Vanuit Duits oogpunt gezien hadden al deze projecten veel gemeen. Ten eerste resulteerden ze in een EU waarin Berlijn in zijn element was.

De elementen van federalisme, het subsidiariteitsprincipe, structurele hulpverlening, een Europese munt naar voorbeeld van de Duitse mark, spelregels vergelijkbaar met die van het Duitse politieke systeem, dat alles werd fundamenteel voor het functioneren van de EU. Duitsland was een voorbeeld om na te volgen: dat was goed voor de EU en voor Duitsland zelf. Het model van de EU’s internationale aanwezigheid – de missie van een civiliserende, democratiserende macht – strookte mooi met de Duitse politieke cultuur, bedachtzaam op elke vorm van militarisme of machtsgebruik.

Springplank Duitse economie

Ten tweede waren al deze mijlpalen in de Europese integratie perfect congruent niet alleen met de raison d’être van de naoorlogse Federale Republiek die zich graag in het Westen wilde verankeren, maar ook met de meer onmiddellijke belangen. En boven alles werden ze een springplank voor de Duitse economie. Tussen 2000 en 2008 groeide de Duitse eurozone export van negentien naar 25 procent van het BNP.

Uitbreiding naar het oosten en het verdwijnen van het valutarisico gaven een extra boost aan de export. In 2008 schreef de ‘wereldkampioen export’ een overschot van tweehonderd miljard euro. Jarenlang pasten het Duitse en het Europese model perfect bij elkaar. Hoewel projecten als de euro of de uitbreiding door het publiek met enige aarzeling werden ontvangen, realiseerde de elite zich dat de achtereenvolgende stappen van de opbouw van een ‘steeds hechtere Unie’ fundamenteel waren voor de welvaart en veiligheid van Duitsland.

Die betekenis is nu verloren gegaan. ‘Meer Europa’ voedt het Duitse model niet langer. De Griekse crisis heeft aangetoond dat Europa helemaal niet Duits wordt. In tegendeel, instrumenten die de Duitsers tot nu toe het beste uitkwamen – onafhankelijkheid van de centrale bank, lage inflatie als absoluut doel, soevereiniteit van het economisch beleid – verliezen snel hun betekenis. Wereldkampioen export

Voor Berlijn komt er een einde aan een belangrijke periode in de Europese integratie. Het Duitse model verliest zijn aantrekkelijkheid voor Europa. Als alle landen wereldkampioen export worden, wie koopt er dan hun goederen? De restrictieve richtlijnen van het stabiliteitspact – een Duits idee – met straffen voor gebrek aan begrotingsdiscipline zijn niet effectief gebleken en hebben de EU ook niet behoed voor een crisis of geleid tot economische convergentie in Europa. De EU gaat momenteel een richting uit die niet alleen leiderschap van Berlijn vergt, maar ook een grondige herziening van het denken over en het voeren van het economisch beleid. 

Duitsland heeft behoefte aan sterkere nationale vraag, meer overheidsgeld voor onderwijs, research en innovatie, een sterkere dienstensector, zeggen de voorstanders van een nieuw model voor de Duitse economische groei. In de innovatie-index, die vorig jaar werd gepubliceerd door het Duitse Instituut voor Economisch Onderzoek (DIW Berlijn), stond Berlijn slechts op de negende plaats van de zeventien ontwikkelde landen en in termen van financiering van het onderwijssysteem en academisch onderzoek stond Berlijn helemaal onderaan.

Een beleid gericht op de traditionele takken van industrie (auto’s, chemie, techniek), die voordeel hebben bij exportgaranties, onderzoekssubsidie, belastingbonussen en overheidsbescherming, is een relikwie uit lang vervlogen tijden. “Duitsland moet beginnen haar favoriete kind, de dieselauto, vaarwel te zeggen” schrijft de bekende economische commentator Uwe Jean Heuser in zijn boek Was aus Deutschland werden soll. De toekomst ligt elders – in geavanceerde technologieën en een goed opgeleide beroepsbevolking. Lastig om leidersrol te vervullen

Het huidige Europese probleem van Duitsland komt niet voort uit een verlangen naar een soort neo-Wilhelmisme maar uit een conceptuele zwakte die het lastig maakt voor Duitsland om de leidersrol te vervullen. Berlijn is ideologisch in de verdediging omdat het niet precies weet wat nou het beste voor het land is.

Het feit dat de binnenlandse discussie over de toekomst van het economische model samenviel met grote uitdagingen op dit gebied binnen de EU, maakt de zaken er niet makkelijker op voor de Duitsers.Maar de paradox is dat een steeds minder Duits Europa wel eens veel voordeliger voor het land zelf zou kunnen zijn. De vraag is nu hoe snel ze dat doorhebben.