Cultuur & debat Media en multimedia

Maatschappij: Leven als een bohemer in Berlijn

14 augustus 2012
Frankfurter Allgemeine Zeitung Frankfurt

Internetactivisten in café Sankt Oberholz, een van hun vaste ontmoetingsplaatsen in Berlijn.

Internetactivisten in café Sankt Oberholz, een van hun vaste ontmoetingsplaatsen in Berlijn.

smallcaps

Van sociale media tot start-ups, Berlijn heeft de reputatie de Duitse stad te zijn waarin je nog iets voor elkaar kunt krijgen. Maar ondertussen gedijt het wel op de subsidies afkomstig van andere Duitse deelstaten en leeft er een boheemse bevolkingsgroep die droomt van een 'Onvoorwaardelijk Basisinkomen' voor hun creatieve denken. Een portret van een beruchte blogger. Fragmenten.

Mijn vriend H. is bang, want hij zit in een kritieke levensfase en nadert het punt, waarop men hem in de 'echte' economie als 'oudere werknemer' zou kunnen aanduiden. In Berlijn is midden veertig echter een leeftijd die je, met enig doorworstelen, kunt bereiken zonder ooit een reguliere baan te hebben gehad. H. zelf behoort niet tot de 'beroepsjongeren,' die zich er met onbetaalde projecten doorheen geslagen hebben; hij heeft in de mediasector gewerkt. Toen ik hem acht jaar geleden in Berlijn leerde kennen, leefde hij bij de dag en gaf hij zijn geld met bakken tegelijk uit.

Tegenwoordig bezit hij vastgoed, frist hij zijn studiekennis op en is hij bang. En omdat hij bang is, komt hij op voor een Onvoorwaardelijk Basisinkomen (OBI). H. is een zwoeger. Wat hij onderneemt, lijkt te floreren, hij heeft charme en talent. Zo'n OBI, zegt hij, zou hem vrijer maken. En alle anderen van de noodzaak bevrijden zich voor een schijntje in het zweet te werken. Het OBI zou zijn psychologische bevrijding zijn. Hij zou zeker doorgaan met ondernemen en louter van zijn irrationele angst worden verlost.

Duizend euro is genoeg in Berlijn

Het is deze zelfde angst voor de toekomst, die mijn twintig jaar jongere vrienden in München over een studie aan de Universiteit van Harvard laat dromen. Zij vragen zich net als H. af welke kansen zij hebben in een volledig geoptimaliseerde wereld. Daarom gaan zij naar Harvard, als ze de kans krijgen. Anderen hebben geen zin in die druk en gaan naar Berlijn, waar in kringen van internetadepten velen er soortgelijke gedachten op na houden, het leven in vergelijking met afgelegen provinciestadjes goedkoop is en bij projecten niemand vraagt, over welke vaardigheden men beschikt.

Duizend euro netto zou je in Berlijn maandelijks nodig hebben om te kunnen overleven, hoor je overal om je heen. En ook al is dat weinig, op een of andere manier moet het bij elkaar worden gescharreld: bij de staat, bij opdrachtgevers, bij ouders of bij vrienden. In de wiki van Christian Heller, een internetfilosoof, kun je je tot op de cent nauwkeurig laten informeren hoe lang een jong iemand kan overleven op goedkope chocolade, kip-döner en kant-en-klaarsoep.

Als er eenmaal meer geld binnenkomt, is het moment aangebroken om nieuwe Apple-producten te kopen en op twitter te melden dat je jezelf een cadeautje hebt gegeven. Als het minder is, gaat de discussie op het net over de vraag of je je beter met bier of met hasj kunt verdoven. De overtuiging overheerst dat de geregelde arbeid van de oudere generaties haar langste tijd heeft gehad.

Deskundige op het gebied van deze mentaliteit is Johannes Ponader, de politieke leider van de Piratenpartij, die ook in Berlijn woont. Over Ponader lopen de meningen uiteen. Hij noemt zichzelf een 'maatschappijhervormer,' anderen zien hem als een gevaar voor de verzorgingsstaat. Want Ponader is niet alleen een belangrijke voorvechter van het OBI, maar dankt zijn positie ook aan het feit dat hij zijn partij heeft beloofd iedere week veertig uur onbetaald aan deze bezigheden te zullen wijden. 

Zonder dwang doen wat jij wilt

Terwijl de werkloosheidsuitkering eigenlijk bedoeld is om mensen als Ponader snel weer aan een baan te helpen, beschouwt Ponader deze uitkering als subsidie voor zijn partijwerkzaamheden: “De staat betaalt, zodat ik kan leven, en mijn politieke engagement is het gevolg van het feit dat ik leef.” Van het Onvoorwaardelijk Basisinkomen, waarvan mijn vriend H. hoopt dat het hem van zijn angst zal bevrijden, verwachten mensen als Ponader dat het hem in staat zal stellen te doen wat in zijn ogen zinvol is, “zonder dwang tot arbeid of andere tegenprestaties”.

Dat deze mentaliteit zich binnen de Piratenpartij vooral in Berlijn manifesteert, heeft mogelijk ook iets met de toestand van deze stad te maken. Berlijn zelf functioneert sinds 1945 volgens de beginselen van het OBI, of – zoals dat tegenwoordig heet – van de wederzijdse financiële steun tussen de Duitse deelstaten. Of het nu om de Berlijnse luchthavens of om het Landesbankschandaal gaat, over de S-Bahn of over het onvermogen de straten in de winter berijdbaar te houden: Berlijn leeft voortdurend in een staat van insolvabiliteit. 

Jaar in jaar uit moet Berlijn worden geholpen door de rijkere Bundesländer, wier vermogen en productiviteit als kleinburgerlijk worden geminacht. Internetfilosoof Michael Seemann spreekt in een bijdrage over de “culturele waarden van onze op prestaties gerichte en in de protestantse arbeidsethiek gedrenkte maatschappij”. 

Weiggeraars worden weggehoond

De rest van het land wordt als oudbakken afgedaan, maar men verwacht tegelijkertijd dat de overdrachtsbetalingen voor zijn zwierige metropool steevast blijven doorgaan.

Als men zich daartoe niet bereid toont, gebruiken de Berlijners hun netwerken om de rest daartoe te dwingen. Tijdens het in West-Duitsland op verbitterde toon gevoerde debat over Google Street View probeerde Jens Best, een andere Berlijner uit de sfeer van de sociale media, een groep bijeen te brengen, die de op grond van de wensen van de bewoners onzichtbaar gemaakte huizen in het hele land weer zichtbaar moest maken en tegen hun wil op het web moest zetten. 

In een interview zei hij bereid te zijn daarvoor de gevangenis in te draaien. Voor dit project werden met grote weerklank Berlijnse websites ingericht, en op internetfora werden de weigeraars weggehoond. Toen kwam de winter en in het voorjaar waren er weer andere oproerkraaiers actief op het web.

Berlijn als een cynische ‘bad bank’

In zijn heerlijk kwaadaardige roman Mandels Büro heeft Berni Mayer deze onrustige en door opportunisme gedreven figuren uit de stad geportretteerd. De helden van het verhaal raken hun levensonderhoud kwijt en proberen het vervolgens als detectives, maar zitten al snel aan de grens van wat ze nog aankunnen. Ze ondernemen wel iets, maar meestal loopt het fout. Door alle nederlagen verandert hun vriendschap in een vrijblijvend samenzijn. De enige betrouwbare factor in de roman is de gele Audi 8 uit Beieren. Overtuigingen, relaties en gevoelens zijn handelswaar geworden.

Het Berlijn uit deze roman is een cynische 'bad bank,' waarin allen op de volgende steunoperatie wachten, zodat ze hun bonus kunnen incasseren en alles kan verdergaan. En als dat niet gebeurt, gaan ze gewoon op zoek naar iets nieuws.

Neem Sascha Lobo. Lobo wilde na zijn faillissement in de Nieuwe Economie een blog voor personeelsadvertenties opzetten, om zo het Duitse bloglandschap te professionaliseren. Dat functioneerde net zo goed als de Berlijnse S-Bahn. Hij probeerde het vervolgens met boeken, die onder meer 'second life' als maatschappijmodel propageerden. 

Er kwam een roman over zijn belevenissen in de Nieuwe Economie, waarover je tegen personeelsleden van uitgeverij Rowolt alleen moet beginnen, als je heel wreed wilt zijn. Niettemin dwaalt Lobo nog steeds rond op congressen en confronteert hij daar zijn toehoorders met hun achterlijkheid als het om de digitale toekomst gaat.

Volledige vrijheid, zonder prestatiedruk of angst

Daar, waar Lobo is, op zijn plekje in de zon of bij Spiegel Online, daar willen ze allemaal graag heen en gastcolums schrijven, of wat er verder ook voor nodig is om aan die duizend euro per maand te komen, zolang er nog geen Onvoorwaardelijk Basisinkomen bestaat. Met zo'n OBI kun je het in Berlijn lang uithouden – jaren, misschien zelfs decennia. 

Steeds weer doet zich de kans voor Duitslands volgende Lobo of Ponader te worden en in een talkshow te mogen zitten, en dit alles in volledige vrijheid, zonder prestatiedruk of angst. Misschien komt er ooit een uitgeverij langs waaraan je iets kunt verdienen, omdat die denkt dat die kletsers op het net de huidige jeugd vertegenwoordigen.

Hoe je uit het net een boek kunt samenstellen en auteur kunt worden, is gedemonstreerd door Helene Hegemann. Anderen zullen haar vorbeeld volgen. Je wordt lid van de Piratenpartij, waar veel mandaten voor amateurs beschikbaar zijn. Gisteren nog gesjeesd voor je studie, morgen afgevaardigde.

Het verhaal over zijn angst en het OBI heeft mijn vriend H. in het zuiden van Duitsland verteld, voordat we naar Italië reden. In Hall hebben we het vervolgens over taarten gehad, in Zuid-Tirol over spek en aan het Gardameer over de vraag of hij, als hij zijn vastgoed verkoopt, niet weg kan gaan uit Berlijn. Alleen nog aan het meer zitten en iets doen, wat hij werkelijk goed kan. Wellicht zou dat ook zijn angst en de pleitbezorgers van het OBI uit de stad verdrijven, die niemand heeft besteld, maar heel precies weten waar ze die duizend euro moeten ophalen.

Vertaald uit het Duits door Menno Grootveld