Zestig jaar na de verklaring van Schuman op 9 mei 1950, waarmee het Europese project werd gelanceerd, ondermijnt de crisis in de eurozone de politieke constructie. Om het vertrouwen te herstellen moeten de 27 lidstaten afscheid nemen van de clichés van de afgelopen decennia, aldus de Duitse krant Frankfurter Allgemeine Zeitung.

Het Verdrag van Lissabon trad in december vorig jaar in werking, nadat het bijna 10 jaar had geduurd om deze hervorming van de Europese Verdragen te verwezenlijken. Een groot aantal uitgeputte betrokkenen is als gevolg van de slepende hervormingsprocedure tot de slotsom gekomen dat het verdrag binnen afzienbare tijd niet nog eens dient te worden herzien. Het is nog maar de vraag of de neiging om een op zich wenselijke hervorming van de verdragsbepalingen omtrent het begrotingsbeleid en de overheidsfinanciën onder druk van de crisis in Griekenland nu toch zal toenemen. Vermoedelijk zou er, ondanks de druk van de crisis, toch niet zo snel een poging worden ondernomen tot nieuwe aanpassingen van het verdrag, te weten permanente zondaars hun stemrecht ontnemen of hen zelfs uitsluiten van de monetaire unie. 

In elk geval zouden een paar maanden geleden nog maar weinig Europeanen hebben gedacht dat de kreet 'hervorming van het verdrag' al zo snel weer de ronde zou doen. De meeste mensen hadden immers gehoopt dat de Europese Unie dankzij het Verdrag van Lissabon nu eindelijk in een fase terecht was gekomen, waarin de interne positie geconsolideerd en de externe positie verstevigd zouden worden. Misschien was dit bij voorbaat al ijdele hoop of gewoon een brug te ver – in elk geval heeft de kredietcrisis die nu min of meer de grond ingeboord. In plaats daarvan wordt er nu gesproken over de risico’s voor de eurozone als gevolg van het drama in Griekenland en in plaats daarvan maken zowel burgers als politici zich zorgen over de stabiliteit van de euro en de cohesie van de monetaire unie.

Is de EU zo onomkeerbaar als zijn oprichters ooit beweerden?

Het tempo waarmee de politieke kopstukken de afgelopen dagen hebben getracht het faillissement van Griekenland af te wenden weerspiegelt niet alleen desillusie, maar paniek. Het gaat daarbij inmiddels niet langer alleen om Griekenland, het geheel heeft meer het karakter gekregen van een operatie ‘Red de Euro’. Loopt de stabiliteit van de euro dan inderdaad gevaar vanwege de financiële nood in Griekenland, een land dat met 2,5% slechts een minimale bijdrage levert aan de totale economische ontwikkeling in de EU? Een paar maanden geleden hadden we ons niet kunnen voorstellen dat we die vraag nog eens zouden moeten stellen.  

Is de monetaire unie, deze zo genoemde lotsverbondenheid, inderdaad zo onomkeerbaar als zijn oprichters ooit beweerden? Is de EU werkelijk op weg naar een steeds inniger unie der volkeren? En willen die volkeren dat eigenlijk wel? De publieke opwinding naar aanleiding van de crisis in Griekenland doet de twijfel daaraan groeien. Kennelijk bevinden we ons in een fase, waarin een aantal zekerheden is gaan wankelen. 

Het Duitse vertrouwen in de eenheidsmunt is essentieel

Bovendien wordt al geruime tijd door vooraanstaande Europese politici geklaagd over een 'renationalisering', en die klacht wordt verdacht vaak in de richting van Berlijn geuit. Mochten de Duitsers het vertrouwen in de gemeenschappelijke munt verliezen, dan zal dat immers nog sterker afbreuk doen aan hun enthousiasme voor Europa. Er zijn maar weinig dingen zo onpopulair als het voorstel dat Duitsland de rol van Europese rentmeester op zich zou moeten nemen (d.w.z. dat Duitsland de grootste betaler wordt in de EU). En de opmerking dat dit in het Duitse belang is vindt met het oog op de algemene ontevredenheid nog maar nauwelijks gehoor. Die ontevredenheid groeit in elk geval juist alleen maar door aansporingen dat Duitsers zich ‘solidair’ moeten opstellen, vooral omdat de meeste Duitsers van mening zullen zijn dat het opgeven van de D-Mark als geste al bijzonder 'solidair' is geweest, terwijl Griekenland de toetreding tot de monetaire unie door bedrog zou hebben verkregen.

Veelzijdigheid van Europa is ook haar zwakte

Het is onzin om nu al de eerste zwanenzang te gaan zingen op het grote Europese gemeenschappelijke programma. Het einde van de Europese eenwording is nog niet nabij. Misschien is het nu gewoon hoog tijd geworden om afscheid te nemen van een aantal clichés en een aantal waarheden onder ogen te zien. 

Een van die waarheden luidt dat de Europese eenwording ruim twintig jaar na de val van de Muur niet langer dezelfde dynamiek heeft als voor die tijd. Een andere waarheid luidt dat het argument, dat je in een globalistische wereld alleen als gemeenschap kunt bestaan, mensen bij lange na niet zo laat warmlopen voor eenwording als het ‘originele motief’ van oorlog en vrede. Maar de herinnering aan de oorlog vervaagt. Het is duidelijk wat ons nu te doen staat: vasthouden aan wat we hebben, vooral aan de euro. Daarbij mogen de interne culturele, politieke en economische tegenstellingen, bijvoorbeeld de verschillen in mentaliteit ten aanzien van de begrotingspolitiek, echter niet worden gebagatelliseerd. Lang niet alles is immers gemaakt om bij elkaar te passen. Europa’s veelzijdigheid kenmerkt enerzijds haar charme, is anderzijds echter ook een permanente zwakke schakel, niet in de laatste plaats op het moment dat Europa de andere grootmachten van de wereld tegemoet treedt. Maar zo is Europa nu eenmaal.