Overal klinkt dezelfde kreet: Griekenland moet geloofwaardiger worden. Maar we moeten eens ophouden met dat gezucht en gesteun en eindelijk eens beginnen met het uit de weg ruimen van het zelfbedrog in onze samenleving, schrijft de Duitse krant Frankfurter Allgemeine Zeitung.

Alle Kretenzer liegen, zegt een Kretenzer. In de originele versie, de brief van Paulus aan Titus, klinkt het filosofische modelvoorbeeld van een logische paradox nog drastischer: “Iemand uit hun kring, hun eigen profeet, heeft gezegd: Kretenzers zijn altijd leugenaars, kwade beesten en luie buiken.” Inmiddels heeft de zogenaamde paradox van Epimenides een politieke wending gekregen. Iedereen windt zich immers op over het feit dat de Grieken hebben gelogen. Dat ze boven hun stand leven. Dat ze meer schulden maken dan ze ooit zullen kunnen terugbetalen en dat ze verwachten dat de rest van Europa – of beter gezegd: een deel van de rest van Europa – wel als rentmeester zal optreden. Dat hebben ze gemeen met de banken die Griekse obligaties in hun portfolio hebben opgenomen, vermoedend dat een land misschien wel failliet kan gaan, behalve een EU-lidstaat.

Geen enkele politicus zou niet teruggrijpen op goedkope trucs

Toch maakt die opwinding op zich deel uit van de leugen. We zijn allemaal Kretenzers, in elk geval als het om leugens gaat, niet direct in kwesties als zelfbeschuldiging. De boodschap luidt dat Athene verder moet bezuinigen. Maar elk ander Europees land zou zijn eigen volk over de fiscale situatie net zo goed in het onzekere laten. En er bestaat ook geen volk dat geen goedkeuring zou verlenen aan de sloopregeling, aan het fantaseren over belastingverlaging en aan eufemistische omschrijvingen voor financieringstekorten. Af en toe ontstaat er dan enige opwinding, maar daar blijft het vaak ook bij. Geen enkele politicus die daarom voor de verkiezingen, zoals nu in de Duitse deelstaat Nordrhein-Westfalen, niet zou teruggrijpen op zeer goedkope trucs om de belastingbetaler in het stemhokje bij de neus te nemen. 

Athene moet verder bezuinigen, zegt Angela Merkel. De absurde, theatrale manier waarop ze de Grieken laat spartelen dient vooral om te laten zien dat Duitsland zijn begroting in eigen land onder controle heeft. Onder controle? In hetzelfde Brussel, waarover nu wordt beweerd dat het Griekenland onder buitengewoon streng toezicht stelt, is men jarenlang niet bereid geweest om te trachten het ergste te voorkomen. Zijn de Kretenzers in Brussel op de hoogte van de fiscale situatie van de Portugezen, de Bulgaren, de Hongaren, de Italianen? Of van de Duitsers? Het antwoord daarop kan alleen maar zijn: ja, daar zijn ze wel degelijk van op de hoogte.

Maar als het beleid bestaat uit het integreren van landen en hele continenten via de welvaart, dan kan het haast niet anders of de ogen worden gesloten voor de onmogelijkheid om deze goede doelen te financieren – het Europese begrip hiervoor luidt 'cohesie'. "Als je een gemiddelde samenleving het zelfbedrog afneemt, dan ontneem je haar daarmee tegelijkertijd ook de politieke orde", zou je – vrij naar Ibsen – kunnen beweren.

Banken liegen ons voor en buiten ons uit, maar we willen dat niet geloven

Bij dit soort zelfbedrog hoort de hele retorische santenkraam waarmee we onze valse rationaliteithypotheses opstellen. We leven kennelijk in een samenleving van permanente observatie en toezicht, van onophoudelijk evalueren en certificeren. De kredietbeoordelaars in kwestie worden er in elk geval voor betaald. Kennelijk leven we ook in een kennismaatschappij. Waarom schiet er dan niemand in de lach als dergelijke begrippen worden gebezigd? Zelfs de opvallendste politieke drama’s worden blijkbaar pas veroordeeld als de meest luie buik ze niet langer kan ontkennen. Zou iemand van de afdeling tijdsdiagnostiek deze frasen eens kunnen vergelijken met de werkelijkheid van een samenleving die zichzelf voortdurend over haar eigen situatie heen evalueert?

Griekenland is in dat opzicht slechts een voorbeeld. We geven certificaten uit waarvan we weten dat ze precies zoveel waard zijn als het papier waarop ze zijn gedrukt. We kwalificeren alle bevolkingen in Europa alsmaar hoger. Duizenden politici zijn voortdurend per vliegtuig onderweg naar conferenties waarop overeenstemming wordt bereikt en waarop wordt vastgesteld dat ‘we op de goede weg zijn’. Als banken ons voorliegen en ons uitbuiten, willen we dat een wereldseconde lang niet geloven, om vervolgens gewoon weer op onze bank te vertrouwen. Hetzelfde geldt voor politici, presentatoren en bedrijfsadviseurs.

Met behulp van ingewikkelde redeneringen tonen we aan dat schulden de investeringen in de toekomst zijn, dat Europa iets geweldigs is of dat kerosine, een stijging van de autoproductie, stand-by schakelaars en gesubsidieerde veehouderij geen schuld kunnen hebben aan de klimaatveranderingen. We verzuchten dat de Chinezen en de Amerikanen eindelijk eens in actie zouden moeten komen. En we doen dat omdat onze regering ons dat heeft voorgekauwd. En Griekenland zou geloofwaardiger moeten worden. Net zo geloofwaardig als wij, als banken, als talkshow presentatoren, als bondskanselier Merkel, als Kretenzers.