Politiek Lidstaten

Hongarije: Doemscenario’s blijven vooralsnog uit

13 april 2010
Lidové noviny Praag

Sympathisanten van de partij Fidesz vlak na de eerste verkiezingsronde op 11 april.

Sympathisanten van de partij Fidesz vlak na de eerste verkiezingsronde op 11 april.

AFP

Hongarije is noch in de handen van het fascisme gevallen, noch het zwarte schaap van Midden-Europa geworden: de pessimistische voorspellingen voor de verkiezingen van 11 april zijn niet helemaal uitgekomen. De rechtse partij Fidesz heeft weliswaar de absolute meerderheid van de stemmen behaald in de eerste verkiezingsronde, maar de doorbraak van de nezonazipartij Jobbik is niet zo spectaculair als verwacht, schrijft de Tsjechische krant Lidové Noviny.

Iedereen die zich wel eens op het terrein van de journalistiek heeft begeven weet het: sommige bijeenkomsten en gebeurtenissen lopen precies zoals voorzien, maar andere kunnen een volledig onverwachte wending krijgen. 

Voor mij gebeurde dat tijdens het interview dat ik had met András Inotai, de beroemde Hongaarse econoom en directeur van het Economisch Instituut van de Hongaarse Academie voor de Wetenschappen. Ik wilde weten hoe ernstig Hongarije werd getroffen door de crisis. Hij antwoordde dat het beeld van een land dat getroffen werd door onoverkomelijke problemen zeer overtrokken was. Voor hem ging het er zeker niet om de werkelijkheid van de crisis en de problemen voor de Hongaarse munt, de forint, te verdoezelen. Het blijft een feit dat zonder de steun van het Internationaal Monetair Fonds het land eind 2008 zeker failliet zou zijn gegaan. Maar tijdens het interview bleef hij hameren op dit idee: "We dachten dat Hongarije het voorbeeld van een economische ramp zou worden, het zwarte schaap van Centraal-Europa, maar dat bleek gelukkig niet zo te zijn". Met cijfers onderbouwd liet hij me zien dat alle landen uit Centraal Europa (met Polen als de opmerkelijke uitzondering waaraan de crisis voorbij ging) hun economie hebben zien instorten, dat de Hongaarse staatsschuld niet zo enorm was vergeleken met die van veel andere landen uit de Europese Unie, dat de Hongaarse forint niet minder sterk was dan de Tsjechische kroon of de Poolse zloty en dat de werkloosheid in Hongarije minder hoog was dan in Slowakije of Polen. 

We kunnen de term "catastrofaal" uit ons vocabulaire schrappen 

Maandagochtend, toen ik in een hotel in Warschau de resultaten vernam van de eerste ronde van de Hongaarse parlementsverkiezingen, schoot me dit gesprek met onverwachte wending weer te binnen. Iedereen maakte zich op voor 'catastrofale' resultaten: een ruime overwinning van Fidesz, dat dankzij een 2/3 meerderheid in het parlement de grondwet zou kunnen aanpassen; de neonazi's van Jobbik zouden bijna 20% van de stemmen krijgen en de op één na grootste politieke partij worden met wie weet een mogelijkheid om te regeren; voor de socialisten zou er slechts 10% van de stemmen overblijven zodat ze van het politieke toneel zouden verdwijnen om een oppositiepartij te worden. 

De resultaten van de eerste verkiezingsronde werden dan wel geen totale verrassing maar waren verrassend genoeg om de term "catastrofaal" uit ons vocabulaire te schrappen. De partij Fidesz van Viktor Orbán haalde 53% van de stemmen. Hij heeft dus al na de eerste ronde een kleine meerderheid in het parlement. Toch blijft dat ver achter bij de 60 tot 70% van de stemmen waar hij op hoopte. 

De socialisten blijven op het politieke toneel aanwezig met 20% van de stemmen. Een heel mooi resultaat en een prima beloning voor het serieuze werk dat de socialistische regering van Gordon Bajnaj in ieder geval afgelopen jaar leverde. Hij slaagde er bijna in Hongarije uit de financiële en economische crisis te halen, ondanks dat er drastische gesneden werd in de begroting, waarvan de effecten pijnlijk ingrijpen in het leven van de meeste Hongaren. Tot slot nog groot nieuws: de socialisten blijven de grootste oppositiepartij. De zogenaamde 'revolutie' in het Hongaarse politieke systeem zal dus niet plaatsvinden.

Het resultaat van Jobbik is niet schokkend in vergelijking met andere Midden-Europese landen

Zoals verwacht behaalde Jobbik, de antisemitische en xenofobe neonazipartij, 15% van de stemmen. Dat is zeker een aanzienlijk resultaat. Maar het is nog lang niet schokkend in vergelijking met de resultaten die de extremistische partijen in andere Midden-Europese landen of de landen van de Europese Unie halen. Deze 15% zijn niet heel verontrustend wanneer we rekening houden met de kwetsbare situatie waarin Hongarije zich momenteel bevindt.  

Het resultaat komt overigens overeen met het resultaat van de Europese verkiezingen van afgelopen jaar, waarmee wordt aangetoond dat het aantal aanhangers van extreemrechts in Hongarije stagneert. Voordat we dus over Hongarije praten als een land dat de weg van het fascisme inslaat, mogen de Tsjechen dus niet uit het oog verliezen dat de communisten de afgelopen 20 jaar in hun land haalden veel stemmen behaalden. Want de communisten vormen, in dezelfde mate als een partij als Jobbik, een bedreiging voor de democratie. Daarnaast kunnen we ons verheugen over nog een onverwacht nieuwtje: de nieuwe centrumlinkse ecologische partij Politiek kan anders, die gezien kan worden als opvolger van de Liberalen of het Hongaars Democratisch Forum, komt het parlement binnen met 7% van de stemmen.

De tweede verkiezingsronde kan nog voor wat veranderingen zorgen. Fidesz zal waarschijnlijk nog wat steviger in het zadel komen te zitten. Maar er is nu al één ding zeker: we kunnen stellen dat er in Hongarije geen ramp is gebeurd. Hongarije blijft in Centraal-Europa. En er is zelfs geen sprake van een zwart schaap.