Politiek Uitbreiding

Toetreding: EU is tweeslachtig ten opzichte van Turkije

25 maart 2010
Le Soir Brussel

Niet Europees genoeg, maar te belangrijk om te negeren. Beeld: Rengim Mutevellioglu

Niet Europees genoeg, maar te belangrijk om te negeren. Beeld: Rengim Mutevellioglu

De bijna unanieme stilte die in Europa volgde op de recentelijke uitlatingen van de Turkse minister-president over uitzetting van illegale Armeniërs getuigt opnieuw van een tweeslachtige houding van de lidstaten ten opzichte van Turkije: het land is nooit Europees genoeg om de deur naar de EU wijd open te zetten, maar te belangrijk om zonder te kunnen.

Stelt u zich eens voor dat Angela Merkel zou dreigen alle illegale Turken het land uit te zetten omdat ze het niet eens zou zijn met een verklaring over de Holocaust van de Turkse autoriteiten. Zo’n reactie van de bondskanselier zou een golf van verontwaardiging oproepen. Immers, iedereen verwacht van Duitsland dat het de verantwoordelijkheid op zich neemt voor het zwartste hoofdstuk uit zijn geschiedenis en dat het het internationaal recht respecteert, dat elke collectieve straf uitsluit. 

Toch heeft geen enkel Europees land heftig gereageerd toen de Turkse president, geërgerd door de internationale berispingen over de Armeense genocide, vorige week heeft gedreigd om ”de 100.000 inwoners van Armenië die illegaal in Turkije verblijven” uit te zetten. De stilte die volgde op deze ”uitval” van Recep Tayyip Erdogan is verbazingwekkend. De Europese Unie heeft tot nu toe gezwegen in alle officiële talen die ze rijk is. 

Waarom? Je moet er niet aan denken dat de Europese autoriteiten zich zouden hebben neergelegd bij het idee dat Turkije, immers kandidaat voor toetreding, een andersoortig land is dat niet langer beoordeeld zou hoeven worden volgens de normen en waarden die de Unie aanhangt. Nee, de autoriteiten handelen alsof ze bang zijn ”Turkije te verliezen”. Het land is de 17de industriële wereldmacht, een belangrijk transitland voor de Europese energiebevoorrading, een ”strategische pion voor het Westen” en een ”brug tussen de joods-christelijke en islamitische beschaving”.

Voorstanders van Turkse toetreding vragen zich af hoe ze de publieke opinie mee kunnen krijgen

Of the record erkennen deze zelfde hoogwaardigheidsbekleders dat Turkije, ondanks echte toenadering, nog lang niet voldoet aan de belangrijkste criteria voor een Europese democratie. De grondwet van Turkije  (waarvoor op 22 maart een hervormingsproject  is voorgesteld in het Parlement) en het Turkse strafrecht bevatten artikelen die niet verenigbaar zijn met de Europese juridische verworvenheden. Het leger blijft, ook al heeft het een defensieve rol, te sterk. Het Koerdische dossier ligt in de koelkast. De erkenning van de Armeense genocide blijft een taboe, ondanks de duizenden verzamelde handtekeningen na de oproep ”Wij vragen vergeving” die werd gedaan door een groep Turkse progressieve intellectuelen. En ook al beschouwt de AKP, de conservatieve moslimpartij die aan de macht is, zichzelf als gematigd, tegelijkertijd is er wel sprake van een lichte toename van de islamisering in de maatschappij en bij overheidsinstellingen.

Nu ze worden geconfronteerd met hun eigen twijfels vragen de Europese voorstanders voor Turkse toetreding zich af hoe ze – de terughoudende Europese publieke opinie in hun achterhoofd – van Ankara een nieuwe Europese hoofdstad te maken. Maar er is nog iets dringenders waar ze bang voor zijn : de irritatie van Turkije over de Europese aarzelingen, die voelbaar begint te worden. Ook al wordt in Turkse hoge kringen steeds herhaald dat ze zich bij Europa willen aansluiten, ze maken ook steeds meer toespelingen op alternatieven en op het feit dat ze best hun eigen weg zouden kunnen kiezen. 

Turkije is zich bewust van zijn demografische, economische, culturele, geografische en seculier-religieuze voordelen, en beschouwt zich niet meer als een staat aan de rand van Europa, die de Westerse belangen zou moeten verdedigen in een van de meest onrustige gebieden van de wereld. Turkije ziet zichzelf als een ”centraal” gelegen land dat zelf in staat is om zijn visie en belangen te bepalen. En dat heeft Turkije gedaan met betrekking tot Irak, Israël en Iran, door zich te distantiëren van de Europese en Amerikaanse benadering. 

Nadat het enkele ”eisen uit Brussel” heeft geaccepteerd, lijkt Turkije nu minder geneigd tot het doen van ”concessies”. In de loop van het onderhandelingsproces heeft het ontdekt wat toetreding daadwerkelijk inhoudt –met name het verlies van soevereiniteit waarmee fundamentele elementen uit het Turkse staatssysteem en politieke cultuur aan het wankelen zouden worden gebracht.

Turkije en Europa moeten samen bepalen aan welke waarden niet te tornen valt

Met andere woorden, als Turkije lid zou worden van de EU en daarbij een deel zou kunnen behouden van zaken waarvan een groot deel van zijn leiders en opiniemakers vindt dat daar niet over te onderhandelen valt (een niet aflatend nationalisme, prioriteit voor de soennitische islam en het propageren van de Turkse identiteit , etc.), dan zou deze toetreding betekenen dat het Europese democratische referentiekader geheel van karakter zou zijn veranderd. De ”Turkse kwestie” kan niet opgelost worden door de Engelse of Deense opt-out-formule, want het ondergraaft het post-nationale en pluralistische politieke systeem dat aan de basis staat van de Europese opbouw. 

Maar in hedendaags Turkije wordt dit model slechts begrepen en geaccepteerd door een kleine ”liberaal-seculiere” of moderne islamitische elite, die weliswaar groeit maar nog altijd een minderheid is. Turkije en de Europese Unie staan zo met hun rug tegen de muur. Beide moeten duidelijk bepalen aan welke waarden niet te tornen valt. Dit gaat veel verder dan berekeningen van strategen en zakenlui. Het gaat over essentiële vraagstukken over de plannen die we hebben voor de toekomst van onze maatschappijen. En op dit beslissende moment is Turkije niet de enige die zich te rade moet gaan.