De Griekse schuldencrisis ondermijnt niet alleen de euro, maar legt ook de eerste barsten in de grondbeginselen van de eurozone bloot. Ter gelegenheid van de bijeenkomst van de 27 EU-landen op 25 en 26 maart in Brussel betoogt Robert Skidelsky in The Guardian dat een gemeenschappelijke markt niet kan functioneren zonder een gemeenschappelijke regering.

Levensgrote uitdagingen maar middelmatige antwoorden: de geschiedenis van de Europese Unie in een notendop. Het komt maar zelden voor dat de EU is opgewassen tegen het niveau van bepaalde gebeurtenissen en daarom is Europa zowel in economisch als in geopolitiek opzicht langzaam aan het verdwijnen. 

Het Verdrag van Rome, dat in 1958 werd gesloten en waarmee de Europese Economische Gemeenschap werd opgericht, vormde een enorme sprong voorwaarts voor Europa. Maar het besluit om een gemeenschappelijke markt te creëren zonder een gemeenschappelijke regering betekende niets anders dan de problemen doorschuiven naar de toekomst. Alles wat er sindsdien is gebeurd in Europa, zoals de uitbreiding tot 27 lidstaten en het creëren van een eurozone met 16 leden, vergrootte de kloof tussen de retoriek en de realiteit alleen maar meer. Euroland is voortdurend veel meer blijven beloven dan het op basis van zijn geschiedenis kan waarmaken. 

Na toetreding tot de eurozone zetten de Middellandse Zeelanden hun verkwistende levenswijze voort 

De financiële crisis in Griekenland is het laatste voorbeeld van deze kloof. In feite gaat het hier om een crisis van de ‘uitbreiding’, in dit geval van de eurozone. Dankzij een ongehoorde inspanning op het gebied van fiscale maatregelen in de jaren ‘90 van de vorige eeuw – in Griekenland nog een handje geholpen door creatief boekhouden – slaagden Portugal, Italië, Griekenland en Spanje er in 2002 in om te voldoen aan de toelatingscriteria. Maar toen ze eenmaal in de eurozone zaten, viel de druk van hun schouders. De meeste landen rond de Middellandse Zee zetten hun verkwistende levenswijze voort, in het volste vertrouwen dat ze door de markt niet ter verantwoording zouden worden geroepen. 

Maar de Duitse minister van Financiën, Wolfgang Schäuble, heeft nu gezegd dat het genoeg is geweest. Hij pleit voor het oprichten van een Europees Monetair Fonds (EMF), om noodleningen te kunnen verstrekken aan landen die het risico lopen hun overheidsschulden niet te kunnen aflossen. Deze noodleningen gaan gepaard met een ‘afschrikwekkend hoog tarief’, ‘strenge voorwaarden’ en ‘verplichte boetes’.  In gewoon Nederlands betekent dit dat de overheidsfinanciën van een land dat steun heeft gekregen van het EMF een tijdlang onder toezicht komen te staan van externe commissarissen. 

Milton Friedman voorspelde al dat de eenheidsmunt na een jaar of twintig uiteen zou vallen en die voorspelling is nu een stuk waarschijnlijker geworden. Schäuble weet immers ook wel dat de voorwaarden die hij stelt politiek onaanvaardbaar zouden zijn, dus zegt hij dat een land dat niet in staat is om aan deze voorwaarden te voldoen, “als een soort laatste redmiddel de monetaire unie zou moeten verlaten, maar wel lid van de EU kan blijven”. Duitsland zou er zelf wel eens kunnen uitstappen, als het er niet in slaagt om de zwakkere broeders in het gareel te krijgen. 

Milton Friedman voorspelde al dat de eenheidsmunt na een jaar of twintig uiteen zou vallen 

De crisis rond de Middellandse zee heeft de al langer bestaande barst in de eurozone blootgelegd: het ontbreken van een eenheidsregering. De eurozone heeft instrumenten nodig om de zo genaamde ‘asymmetrische schokken’ te kunnen opvangen, schokken waardoor sommige lidstaten zwaarder worden getroffen dan andere. Het  ontbreekt de eurozone niet alleen aan dergelijke instrumenten, maar vooral ook aan een ministerie van Financiën met de macht om belasting te heffen en krediet te verlenen, en aan een centrale bank die in noodgevallen dienst kan doen als kredietverstrekker voor de banken in de lidstaten. 

Er zit een economische en een geopolitieke dimensie aan het voorstel van Schäuble. In economisch opzicht blijkt hieruit de diepe kloof tussen de mensen die geloven dat externe onevenwichtigheden te wijten zijn aan de landen die onvoldoende spenderen en de mensen die geloven dat ze te wijten zijn aan de landen die juist teveel geld uitgeven. Het Duitse fiscale, conservatieve establishment zou het liefst zien dat andere EU-landen met grote begrotingstekorten door middel van fiscale maatregelen, het terugdringen van de binnenlandse vraag en een sterke exportgroei zorgen voor het herstel van hun economie.  De Duitse regering is van mening dat het probleem niet zozeer de hoge spaarrente in eigen land is, maar de buitensporige uitgaven van andere leden binnen de eurozone. 

Martin Wolf van de Britse krant Financial Times noemt dit een in economisch opzicht onsamenhangend argument. Het opeenhopen van spaargeld op een plaats, beweert hij, dwingt de rest tot werkloosheid. Landen waar veel wordt gespaard zouden meer moeten gaan consumeren, waardoor de landen die op grote voet leven meer kunnen exporteren en beginnen te leven naar hun stand, zonder hen te veroordelen tot stagnatie en het boetekleed. Zuinigheid is niet langer een deugd als niemand bereid is geld uit te geven. 

Schäuble heeft het taboe doorbroken om te twijfelen het Europese project 

Maar deze bom van Schäuble heeft nog wel het meeste effect op het geopolitieke beleid van de EU. De politieke elite in Europa ziet de Europese Unie als een van de polen in een veelpolige wereld. Maar wat is Europa eigenlijk? Iets meer dan een confederatie, nog net geen federatie, maar Europa mist vooral een zwaartepunt en vaste grenzen. Zonder interne samenhang of externe vorm is Europa niet veel meer dan een geografische uitdrukking. 

De implicatie van het voorstel van Schäuble is dan ook dat Euroland zou moeten afslanken tot een bestuurbare omvang. Zoals het jongetje dat absoluut niet bang was om te zeggen dat de keizer naakt was, heeft Schäuble de realistische vinger op de pijnlijke plek gelegd van de ambitieuze retoriek, waarmee alle Europese leiders hun uitlatingen nog altijd menen te moeten omkleden. Hij heeft met zijn voorstel het taboe doorbroken om te twijfelen aan enig aspect van het Europese project. Juist mensen die de voorkeur geven aan een stevig fundament boven wishful thinking zouden  zijn woorden moeten toejuichen.