Duitsland: ‘Bulgarenindustrie’ in Frankfurt
25 april 2012
Frankfurter Allgemeine Zeitung
Frankfurt
Met de belofte van werk en inkomen worden steeds meer Bulgaren naar Duitsland gelokt. Daar staan hen echter een hongerloon en illegaal onderdak te wachten.
Misschien was het de auto. Hij stond daar al weken, de enige met een Bulgaars kenteken in de hele buurt, een twintig jaar oud model met roestplekken op de motorkap. En het waren de naambordjes op de brievenbus met steeds weer andere namen, die de bewoners van de straat enigszins wantrouwig maakten.
Het huis staat in het keurige stadsdeel Sachsenhausen in het zuiden van Frankfurt. De deur staat open. Vieze verwarmingslucht dringt vanuit de woning door tot in het trappenhuis. Middenin deze muffe geur zit de familie Petrova (de naam is veranderd) op matrassen voor een klein tafeltje in een ruimte, waarin als eerste een reusachtige schimmelplek in de hoek opvalt.
Ongeveer drie weken geleden heeft het gezin zijn huis in een dorp in de buurt van de Bulgaarse stad Varna verlaten. Vader, moeder en drie kinderen zijn in de auto gaan zitten en hebben bijna de hele nacht doorgereden. Voor hun vertrek ontvingen de Petrova’s een telefoontje, een man belde om te zeggen dat hij een woning en werk voor ze had als ze naar Frankfurt zouden komen.
Toen ze na bijna twintig uur rijden aankwamen, hoefden ze alleen de sleutel nog op te halen. Sindsdien komt er iedere maand een soort huismeester langs om de huur te incasseren, 600 euro contant. En soms, aldus de Petrova's, komt er een andere man die hen naar een bouwplaats brengt om te werken. Zonder arbeidscontract. Zonder verzekering. Zonder uitzicht op ander werk.
‘Bemiddelaars’
De Petrova's zijn één van de duizenden Bulgaarse gezinnen die naar Duitsland zijn gelokt om daar te gaan werken. 'Bemiddelaars', vooral uit de bouwsector, zoeken gericht naar jonge mannen uit Oost-Europa, via het internet of via bekenden. De bemiddelaars werken in de regel voor onderaannemers.
Frankfurt geldt intussen als de hoofdstad van deze 'Bulgarenindustrie.' Een business die de bonafide ondernemingen verdringt, die hun werknemers wél verzekeren en gewoon belasting betalen. Door de uitbreiding van de Europese Unie is volgens de douane de deur opengezet voor deze vorm van misbruik.
Eén zo'n geval werd onlangs in Frankfurt ontdekt door het migrantenberaad van de Deutsche Gewerkschaftsbund. Ali S. en Hyusein D., twee Bulgaren van Turkse afkomst, waren naar Duitsland gekomen om te werken. De mannen vertellen dat ze zes weken lang in de bouw hebben gewerkt, maar dat hen nog steeds een deel van hun loon wordt onthouden. Van begin maart tot half april hebben ze 349,5 uur gewerkt. Daarvoor hadden ze 4526,03 euro bruto moeten krijgen, maar er is slechts 1200 euro betaald.
Angst
Toch worden dergelijke zaken slechts zelden voor het arbeidsgerecht uitgevochten of door de politie en de openbare aanklager aanhangig gemaakt. De meeste Bulgaren zijn niet bereid tegen hun opdrachtgevers te getuigen – uit angst.
Hoe 'ontwikkeld' de markt voor Bulgaarse arbeiders inmiddels is, merken ook het stedelijk bureau voor huisvesting. Dat van Frankfurt heeft al een paar jaar geleden geconstateerd dat verhuurders steeds meer woningen per kamer verhuren aan personen uit Roemenië en Bulgarije. Voor de dikwijls in slechte staat verkerende woningen wordt veel geld gevraagd. Zo wordt misbruik gemaakt van de nood van de Zuid-Europeanen.
Momenteel onderzoekt het openbaar ministerie in Frankfurt of er ook sprake is van zwendel. Eind januari doorzochten zo'n honderd politieagenten een heel woonblok. De razzia duurde tot in de vroege ochtend. Uiteindelijk werd het vermoeden bevestigd dat een 48-jarige Duitse Turk in een paar jaar tijd bijna één miljoen euro had verdiend door het illegaal onderbrengen van Bulgaarse arbeiders. Maar liefst 39 woningen, waarin oorspronkelijk uitkeringstrekkers hadden gewoond, had hij illegaal doorverhuurd aan Bulgaren.
Veertien personen in een tweekamerwoningen
Duran Ö. had de uitkeringstrekkers overgehaald tegen betaling een onderkomen bij vrienden te zoeken. Hun woningen, die door het arbeidsbureau werden gefinancierd, verhuurde hij tegen een maandhuur van 210 euro per persoon aan arbeiders uit Zuidoost-Europa. Hij bracht op deze manier acht tot soms wel veertien personen in de tweekamerwoningen onder.
Duran Ö. gaf de Bulgaren papieren, waarmee zij zogenaamd als 'zelfstandigen' in de bouw of bij schoonmaakbedrijven aan de slag konden. In een van de woningen had Duran Ö. een bureau ingericht, van waaruit hij leiding gaf aan deze lucratieve handel. Tegen betaling bood hij allerlei diensten aan, waarop de Bulgaren door hun geringe beheersing van het Duits waren aangewezen.
Precies daarnaar zijn de autoriteiten ook op zoek in het geval van de familie Petrova. Concrete aanwijzingen over bemiddelaars hebben zij nog niet. “We hebben het hier goed”, zegt de oudste zoon. “We doen al het werk dat bij ons langskomt.” Binnenkort komt de gemeente de woning controleren.
Als de Petrova's geluk hebben, moet de verhuurder op aanzegging van de gemeente de schimmelplek in de hoek van de kamer verwijderen, waar de Petrova's slapen. Buiten voor de deur staan de met leem besmeurde bouwvakkerslaarzen van vader en zoon. Morgenvroeg moeten ze weer aan het werk.
Vertaald uit het Duits door Menno Grootveld