Economie: Is keynesianisme ‘thoughtcrime’ geworden?
7 maart 2012
The Irish Times
Dublin

De Britse econoom John Maynard Keynes (1883-1946).
Dat Ierland als enig EU-land een referendum gaat houden over het begrotingsverdrag zorgt voor veel ophef in Europa. Maar waar het volgens een Ierse columnist echt om gaat is dat een neoliberale ideologie wordt verheven tot onschendbare wet.
“. . . the essential crime that contained all others in itself. Thoughtcrime they called it.”George Orwell, 1984
In het referendum dat de Ierse regering heeft aangekondigd, gaat het om de vraag – ja, wat is de vraag eigenlijk?
Het referendum gaat over een 'thoughtcrime'
Het referendum gaat niet over de vraag of Ierland de eurozone zou moeten verlaten, zoals de Ierse minister van Financiën Michael Noonan vorig jaar verkeerd beweerde. (Ze kunnen ons er niet uitgooien.) Het gaat ook niet over ‘economisch herstel’ of over ‘banen’ of over de vraag of we ‘vanaf nu willen meedoen aan de Europese Gemeenschap, de euro en de eurozone’ zoals onze premier vorige week afwisselend beweerde.
Het gaat ook beslist niet over de vraag hoe we een structureel begrotingstekort van 0,5 procent moeten vaststellen. Als dat wel het geval was, zou dat het eigenaardigste onderwerp ooit voor een volksraadpleging zijn.
Waar het referendum echter wel over gaat, is het creëren van een ‘thoughtcrime’. Een bepaalde manier van denken dient te worden verboden en dan hebben we het niet over nazisme, racisme of een ander soort kwaadaardige ideologie.
Nee, het gaat om een manier van denken die gedurende 30 jaar na de tweede wereldoorlog in een groot deel van de ontwikkelde wereld het heersende ‘gezonde verstand’ in de economie was: het gedachtegoed van John Maynard Keynes.
De theorieën van Keynes vormen het intellectuele kader van de meeste Europese centrumlinkse partijen en van de New Deal democraten in de Verenigde Staten. En dit gedachtegoed moet nu door een internationaal verdrag worden verboden, net als mensenhandel of chemische oorlogvoering.
Basisvoorstel EU: een regering moet handelen als in een huishouden
Het verbieden van keynesianisme na de grote krach van 2007 komt op hetzelfde neer als het reageren op een massale schietpartij door het verbieden van kogelvrije vesten. Ierland is een goed voorbeeld. Keynes was van mening dat regeringen anticyclisch beleid moesten voeren, waarbij ze de uitgaven verhoogden om kwijnende economieën aan te zwengelen en de uitgaven verlaagden om oververhitte economieën af te koelen.
In het basisvoorstel van het Europese begrotingsverdrag staat echter het primitieve idee dat een regering moet handelen als in een huishouden, dus in vette jaren het geld rijkelijk laten stromen en in magere jaren voorzorgsmaatregelen treffen. In het verdrag is de weloverwogen opvatting over een keynesiaans economisch beleid: we willen er niet eens over nadenken. Anticyclisch begrotingsbeleid is ‘verboten’ (verboden).
Een opvatting transformeren tot onbetwistbaar feit
Ook al vind je de keynesiaanse aanpak niet juist, is het dan toch een goed idee om een populaire orthodoxie zomaar te verheffen tot onschendbare wet? Dit is de dwaasheid van een ideologie waarbij aanhangers niet bereid zijn de mogelijkheid onder ogen te zien dat ze het mis zouden kunnen hebben. Het is bot, ideologisch opportunisme, waarbij de crisis wordt gebruikt om één bevooroordeelde opvatting over de economie te transformeren tot een onbetwistbaar feit.
Maar het begrotingsverdrag handelt niet in ‘feiten’. Het is een opvatting van de rechtervleugel die de kracht van wet krijgt. Het ‘structurele begrotingstekort’ is een uitermate betwiste interpretatie van ingewikkelde gegevens – het is van de gekke om te proberen daar een wettelijk concept van te maken.
Alsof omstandigheden en context niet bestaan
Sterker nog, ideeën over wat wel of niet een houdbaar niveau voor overheidsschulden zou zijn, staan nog overal ter discussie. Het antwoord hangt altijd af van omstandigheden als economische groei, demografie, politieke stabiliteit.
Japan heeft een overheidsschuld van 230 procent van het bbp – dat is bijna vier keer de limiet in de eurozone. De markten, wier oordeel wij allen geacht worden als evangelie te beschouwen, lijken zich daar echter niet al te druk over te maken: de Japanse rente op obligaties met een looptijd van tien jaar ligt onder de 1 procent. Omstandigheden, niet het absolute schuldniveau, bepalen of er al dan niet sprake is van een crisis.
Het begrotingsverdrag veronderstelt echter dat omstandigheden niet relevant zijn. Het neemt zeer willekeurige regelgeving op over de staatsschuld, maakt er een obsessie van en dwingt ons allemaal het verdrag eer aan te doen. In het verdrag wordt gedaan alsof omstandigheden en context niet bestaan: er is maar één correct niveau voor staatsschuld en dat geldt overal en altijd.
Een slecht uitgewerkte ideologische greep naar macht
Er wordt niet eens moeite gedaan om te motiveren waarom bepaalde limieten die in het verdrag zijn opgenomen hout snijden. Onder economen bestaat ruwweg consensus dat een overheidsschuld van meer dan 80 procent van het bbp de economische groei schaadt. In de eurozone bedraagt die limiet 60 procent, een cijfer dat alleen maar lijkt gekozen omdat het wel goed klonk.
Ons wordt met andere woorden gevraagd om te stemmen voor een slecht uitgewerkte ideologische greep naar de macht waarmee wordt getracht één kant van het debat over het begrotingsbeleid te verbieden.
Dat is net zo paradoxaal als de ‘oorlog om een einde te maken aan oorlogen’, een democratisch debat om een democratisch debat over één van de karakteristieke problemen in de politiek te verbieden, een stemming om de betekenis van het stemmen in te perken.
Vertaald uit het Engels door Elsowina Ruitenberg