Politiek Instellingen

Instellingen: Europese lat mag wel wat hoger

1 december 2009
Dziennik Gazeta Prawna Warschau

Beeld: Presseurop, William Murphy

Beeld: Presseurop, William Murphy

Presseurop, William Murphy

Nu het Verdrag van Lissabon in werking treedt, moet de EU haar verantwoordelijkheid nemen als zij een rol op het wereldtoneel wil spelen. Maar het signaal dat is afgegeven bij de benoeming voor de nieuwe topfuncties gaat daar lijnrecht tegenin, betreurt de Poolse politicoloog Aleksander Smolar.

Herman Van Rompuy, president van Europa, en Lady Ashton, chef van de Europese diplomatie, hebben één ding gemeen: zowel de Belgische regeringsleider als de Commissaris voor handel waren in Europa en de rest van de wereld redelijk onbekend. Zo vormt een koppel onbekenden nu het gezicht van de Unie.

Voor een groot aantal commentatoren maakt een dergelijke keuze duidelijk dat de Unie er niet naar streeft om een wereldmacht te worden. Het wekt de indruk dat Europa de geschiedenis moe is en er slechts op uit is om die achter zich te laten. Europa wil een welvarend, stabiel, democratisch, maar in zichzelf gekeerd continent zijn, met weinig oog en geen verantwoordelijkheidsgevoel voor de rest van de wereld. Maar kan Europa zich een dergelijke houding wel permitteren? Kan de EU zomaar de ambities opzij leggen, waar zij door haar geschiedenis en geografie niet omheen kan? Europa kan zich niet afwenden van de noodzaak om de wereld actief te beïnvloeden en tegelijkertijd het continent veiligstellen. 

Toch is de benoeming van deze politici ook positiever geïnterpreteerd. Zo stelde Wolfgang Münchau in de Financial Times dat de EU gezien haar huidige situatie interne discussies moet aangaan en op zoek moet gaan naar consensus over centrale thema's. Europa is nooit in staat gebleken een gemeenschappelijk standpunt in te nemen, of het nu gaat om de houding ten opzichte van Rusland, het energievraagstuk en zelfs de betrekkingen met de Verenigde Staten. Net zomin heeft Europa eensgezindheid aan de dag weten te leggen voor beleid ten opzichte van China of het Midden-Oosten. Zo bezien is het verstandiger om te kiezen voor mensen die zich kunnen opwerpen als bemiddelaar en niet zozeer over sterk leiderschap beschikken. De keuze voor personen die consensus weten te creëren is in die optiek ook logischer dan de benoeming van sterke persoonlijkheden die de kloof tussen de zevenentwintig lidstaten niet zullen weten te dichten.

Benoemingen in strijd met de geest van Lissabon

De redacteur van de Financial Times schrijft terecht dat er gelukkig geen nieuw decennium aanbreekt waarin wordt gesteggeld over de interne organisatie van de Unie. Nu het Verdrag van Lissabon van kracht is geworden, kan en moet de Unie zich gaan richten op de belangrijkste problemen en uitdagingen buiten haar grenzen: energie, internationale betrekkingen, milieuproblemen en bevordering van de democratie in de wereld.

Ook aan haar eigen grenzen staat de EU voor grote uitdagingen, met de landen die snel willen toetreden: de Balkanrepublieken uit het voormalige Joegoslavië en Turkije. Nog een omvangrijk probleem vormen de landen tussen de EU en Rusland die deel uitmaken van het oostelijk partnerschap dat op initiatief van Polen en Zweden is opgezet. Wat moeten we doen om deze landen dichter bij de Unie te brengen, en zo hun internationale oriëntatie en interne organisatie te sturen? Aan uitdagingen dus geen gebrek. Europa moet hiervoor zijn energie en goede wil inzetten. Kan een dergelijke wil echter wel ontstaan zonder sterke leiders, die hiervan de verpersoonlijking zouden zijn en deze goed zouden gebruiken? Ik sluit niet uit dat een dergelijk scenario op lange termijn realiteit kan worden, maar dit vergt veel optimisme.

Met de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon zou de Europese Unie doeltreffender moeten functioneren. Er is een benoemde president, een minister van Buitenlandse Zaken en een diplomatiek korps. Bovendien zijn er aanzienlijk meer beleidsterreinen waarvoor een gekwalificeerde meerderheid is vereist, waarmee het vetorecht van geïsoleerde lidstaten of minderheidscoalities wordt beperkt.

Er bestaat dus een zekere tegenstelling tussen de formele mogelijkheden die het Verdrag van Lissabon biedt en de keuze van degenen die de Unie moeten leiden. Door deze tegenstelling kan de Unie een van de bovengenoemde richtingen inslaan. Hoe kan het tij worden gekeerd en Europa meer ambitie worden ingeblazen? Hoe kan de EU ertoe worden aangezet om beter na te denken over haar rol in de wereld? De crisis was een test, want toen heeft zij actie ondernomen. De maatregelen waren weliswaar niet toereikend, maar de lidstaten hebben eensgezindheid getoond. Het valt moeilijk te geloven dat de Unie wakker kan worden geschud als hiervoor geen externe aanleiding is die haar doet inzien dat zij niet meer aan de zijlijn mag blijven staan.