Uit angst en onwetendheid probeert de politiek al vanaf het begin van de financiële crisis om de beurzen met hun eigen wapens te verslaan. De Europese leiders hebben inmiddels miljarden beschikbaar gesteld, maar als zij zich nu niet gaan bezinnen op de spelregels van de politiek, dan zullen ze de krachtmeting verliezen.

Sinds het faillissement van de relatief kleine bank Lehman Brothers de grote financiële crisis een paar jaar geleden inluidde, zijn politici bang geworden. Bang voor een vijand die ze niet kennen en met wiens spelregels ze niet vertrouwd zijn. Sinds het begin van de grote financiële crisis een paar jaar geleden probeert de politiek de spelregels van banken, hedgefondsen, de beurzen en speculanten te doorgronden. En daar blijft het niet bij, want de Europese leiders proberen ze ook nog eens met hun eigen wapens te verslaan.

Daar begon het onheil mee. Niet dat zich vroeger niet al dergelijke gebeurtenissen hebben voorgedaan. Zoals de tulpenzeepbel in de zestiende eeuw, toen speculanten op vergankelijke bloembollen een hele natie ruïneerden. In de middeleeuwen kwam het ook voor dat landen failliet gingen. Vorstenhuizen leverden zich over aan de grote banken van onder meer de families Welser, Fugger en de Medici. En de grote depressie van de jaren dertig van de vorige eeuw liet ook destructieve krachten vrijkomen. We weten nog niet in welke richting de financiële crisis van 2011 ons voert. We weten, of nee, merken alleen dat de politiek ten einde raad is. Net als wij.

Wij zien politici, economen en zogenaamde deskundigen overtuigingen uitspreken en antwoorden geven, terwijl de radeloosheid van hun gezicht valt af te lezen. Hoe eenvoudiger de antwoorden zijn en hoe minder twijfel er wordt uitgesproken over de juistheid van deze of gene weg, des te leugenachtiger lijken de zaken die ons worden voorgeschoteld.

Machteloze politiek

De politiek lijkt machteloos. Dat is ook zo. Ze is machteloos omdat ze is ingegaan op de regels van haar tegenstander. Democratie bestaat bij de gratie van transparantie, openheid, dankzij overtuigingskracht en door het feit dat burgers snappen wat hun democratisch gekozen volksvertegenwoordigers doen, ook al zijn ze het daar lang niet altijd mee eens. Op dit moment handelt de politiek echter buiten de democratie om. Ze gedraagt zich alsof ze een speler is op de anarchistische, internationale financiële markten, die uitsluitend gehoorzamen aan de logica van geldgroei. De politiek heeft zich ingelaten met een krachtmeting die ze wel moet verliezen.

Waarom wordt het reddingsfonds steeds groter? Omdat de politiek van mening is dat alleen een gigantisch, volstrekt niet te overtreffen reddingsfonds speculanten ervan zal weerhouden tegen munten en naties ten strijde te trekken. Waarom komen staatshoofden en regeringsleiders van Europa uitsluitend bijeen op dagen dat de beurzen zijn gesloten? Omdat ze bang zijn voor de markten en de aandelenkoersen. Waarom worden besluiten over het reddingsfonds haast systematisch buiten de Bondsdag om genomen? Omdat de politieke leiders niet eens meer zeker weten of ze de parlementariërs nog wel kunnen overtuigen. Laat staan dat de politiek nog aan burgers denkt.

We zien de zelfdoding van de politiek. De regeringsleiders bedrijven geen politiek meer. Wat betekent politiek bedrijven? In de eerste plaats voorschriften opstellen, wetsontwerpen indienen en doorvoeren. En in dit geval is het de bedoeling om speculanten ervan te weerhouden te speculeren en niet om als staatsspeculant tegen speculanten te gaan speculeren. En juist dat wordt met het reddingsfonds gedaan. Het is een verdedigingsscherm tegen speculanten dat steeds groter moet worden naarmate het vermoedelijke risico op speculatie stijgt. Misschien is twee biljoen veel te weinig. Misschien hebben we het over vier weken op een nieuwe EU-top wel over vier biljoen. Misschien wordt er een manier gevonden om de zogenoemde hefboom nog verder te vergroten. Die logica is absurd.

Geen consensus over aandeel van de banken in crisis

We maken nu mee hoe een zeer kwetsbaar, labiel en intussen wereldwijd web van financiële relaties aan flarden dreigt te worden gescheurd. En hoe Europa uit alle macht probeert zich immuun te maken voor de gevolgen daarvan. Hoewel, Europa? Er is niet eens overeenstemming met Groot-Brittannië over de invoering van een belasting op financiële transacties. Er bestaat geen consensus over het aandeel van banken in de crisis. Landen beseffen niet dat ze zich met hun enorme schulden zelf als prooi voor de voeten van valutaspeculanten hebben geworpen. We beseffen nog lang niet allemaal hoe we door onze wens om geld niet alleen te laten groeien door onze eigen inspanningen, maar het liefst ook nog op de een of andere manier uit zichzelf, zelf hebben bijgedragen en nog altijd bijdragen aan het feit dat we zijn overgeleverd aan de markten.

Wie een risico neemt, moet de gevolgen daarvan ook aanvaarden. Veel mensen zullen deze bewering onderschrijven. De politiek echter niet. Die handelt momenteel volgens het principe: wie een risico neemt, moet tegen risico’s worden beschermd. Landen worden gered, banken worden gesteund en burgers die bereid zijn risico te lopen meteen ook. Maar mensen die zich niet wagen aan avontuurlijke vormen van financieel beleid krijgen toch het volledige risico voor hun kiezen. Moeten ze het daar dan zo maar mee eens zijn?