Missen de Europese toppolitici het nodige leiderschap om de crisis het hoofd te bieden, zoals hen vaak verweten wordt? Volgens Paul Brill, columnist van De Volkskrant, zijn het eerder de politieke verdeeldheid en de publieke opinie die hen parten spelen.

Het is een aansporing die je dezer dagen geregeld kunt horen in de corridors van de macht in de westerse wereld: Never waste a good crisis. Maar dat vereist de nodige politieke slagkracht, en een kernelement van de huidige malaise is nu juist dat daaraan zo'n bedroevend gebrek is. Zodat je commentaren krijgt als die in de jongste editie van The Economist: “De schuldencrisis duurt nu al 18 maanden, en de leiders in de eurozone hebben alleen maar geschitterd door incompetentie”.

Dit minachtende oordeel vind ik wat al te gemakkelijk. Natuurlijk scoren de politieke leiders een onvoldoende. Maar de vraag is of dit vooral komt door persoonlijke tekortkomingen dan wel doordat ze moeten opereren in een politieke ambiance die veel weerspanniger is en minder bewegingsruimte biedt dan een paar decennia geleden. Beschikt Angela Merkel over minder kwaliteiten dan Helmut Schmidt of Helmut Kohl? Heeft Nicolas Sarkozy beduidend minder in zijn mars dan François Mitterrand of Jacques Chirac?

Prestaties van vroegere leiders worden geromantiseerd

Geen twijfel mogelijk: zowel Obama als 'Merkozy' heeft steken laten vallen. En misschien is Sarkozy inderdaad geen Mitterrand, heeft Merkel niet het gewicht van een Kohl en moet Obama het qua politiek vernuft afleggen tegen een Bill Clinton. Maar de prestaties van vroegere leiders worden ook nogal eens geromantiseerd en daarnaast zijn de politieke marges bijna overal aanwijsbaar smaller geworden.

Voornaamste reden: de afkalvende staatsmacht. De politicoloog Alfred van Staden vergeleek in 2008 de handelingsvrijheid van de hedendaagse regeringsleider met die van een automobilist in een verkeersfile: 'Hij is de baas over zijn eigen stuur en af en toe slaagt hij erin zich naar voren te dringen, maar het rijtempo wordt in hoge mate door het gedrag van de andere weggebruikers en verkeersregels bepaald.' Zelfs de Verenigde Staten zitten in die file, al menen veel Republikeinen nog steeds in de tijd te leven waarin je als Amerikaan veelvuldig kon doorrijden.

Een tweede remmende kracht is de politieke verdeeldheid die alom opgeld doet. In veel landen regeren moeizame coalities en tiert de polarisatie welig. Het is een politiek klimaat waarin successen snel vervliegen. Zie de politieke lotgevallen van Sarkozy. De Franse president heeft her en der lof geoogst voor zijn gedurfde optreden bij de frontvorming tegen het bewind-Kadhafi. Maar hij krijgt er in eigen land nauwelijks punten voor.

Commissie zou door iemand uit een Triple-A land moeten worden geleid 

De conclusie die hieruit volgt, is helaas weinig bemoedigend, vooral voor Europa: de politieke verbrokkeling laat zich niet wegtoveren. Misschien niet zozeer onze hoop stellen op betere politici alswel op een meer volwassen publieke opinie. Want daar ligt een enorm knelpunt. De euroscepsis, hoe begrijpelijk ook, heeft geleid tot een algeheel wantrouwen tegen bijna elke machtsvorming. Maar zonder machtsvorming en zonder aanvaarding van de macht van een zelfgekozen partner zijn we gedoemd tot doormodderen.

Het traditionele federalistische antwoord is: meer macht voor Brussel. Maar de laatste maanden heeft de intergouvernementele aanpak een comeback gemaakt. In concreto: een leidende rol voor Berlijn, met Parijs als eerste bijkantoor. En de les van de huidige perikelen is ook: als het federale Europa in de toekomst weer een voornamere rol wil kunnen spelen, is het beter als de Europese Commisse wordt geleid door iemand uit een land met Triple-A Rating dan door een vertegenwoordiger van een land dat omstandig moet worden gestut.