Feed EUROPERIKELEN Blog

  • Fraude Bulgaren Pak armoede aan!

    13 Mei 2013

    KRO Brandpunt zond zondagavond 21 april een reportage uit over Bulgaarse fraude met huur en zorgtoeslagen. De reportage was gebaseerd op informatie uit het Bulgaarse bTV uit december 2012. In Bulgarije werden de organisatoren opgepakt door de politie. In Nederland werden pas begin deze week twee medeplichtigen aangehouden. Politie en belastingdienst wisten al van de fraude sinds mei 2012. Staatssecretaris Weekers moet diep door het stof. En terecht.

    Toch leidt het politieke circus rondom Weekers af van een van de belangrijkste oorzaken van deze fraude, namelijk de rauwe armoede in Bulgarije zelf. In dit armste land van de Europese Unie deelt de huidige financiële crisis flinke klappen uit. Het gemiddelde loon is er 400 euro, terwijl de prijzen van veel levensmiddelen op Nederlands niveau liggen. De werkloosheid liep in februari op tot boven de 12 procent. In diverse plattelandsdorpen is dat zelfs 90 procent. En er is nog steeds geen fatsoenlijk sociaal vangnet.

    Roma en gepensioneerden het hardst getroffen

    Op een kleine groep na, raakt de crisis elke Bulgaar. Toch zijn het vooral de gepensioneerden en Roma die het hardst getroffen worden. Wie in Bulgarije is geweest, kan het niet gemist hebben: bejaarden die in containers wroeten, zigeuners die in krotten leven die niet onderdoen voor de hutjes in de Braziliaanse favelas. Het is niet nieuw; de crisis in Bulgarije duurt al decennia. De huidige is er slechts een pijnlijke verdieping van. Maar wel eentje die mensen tot wanhoop drijft.

    Afgelopen maart staken zes Bulgaren zichzelf in brand. Uit totale uitzichtloosheid en onvrede met het politieke mismanagement, de hoge werkloosheid en desastreuze armoede. Al meer dan 750.000 Bulgaren zijn de afgelopen twintig jaar wegens de malaise naar het buitenland 'gevlucht'. En ze blijven gaan. Geef ze eens ongelijk.

    Opmerkelijk genoeg worden hier in Nederland nauwelijks vragen gesteld over die achtergrond. Roma weg, criminelen opgepakt, en misschien rolt straks de kop van Weekers. Hoera, zaakje opgelost.

    Lijkt sterk op een ontwikkelingsland

    Minister Lilliane Ploumen van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (PvdA) kwam onlangs met haar nieuwe beleid voor ontwikkelingssamenwerking. Haar inzet is meer investeringen van Nederlandse bedrijven in arme landen en het bevorderen van handel. Immers: handel en investeringen zorgen voor groei en werkgelegenheid. Eindelijk eens een minister met realiteitszin, schreven 'fans'. De oude mechanismen leidden immers te vaak tot ineffectiviteit en geldverkwisting.

    Bulgarije lijkt op sommige punten sterk op een ontwikkelingsland. Meer dan 22 procent van de Bulgaren leeft onder de armoedegrens, bijna zoveel als Ghana en Oeganda, Nederlandse ontwikkelingspartners. Het woord 'ontwikkelingshulp' kan de vergelijking met de structuur- en andere EU-fondsen goed doorstaan. Ook in Bulgarije is veel geld gepompt. Maar de armste groep ziet machteloos toe hoe het geld verdwijnt in de zakken van corrupte ambtenaren en politici.

    Handel dus. Dat kan werken. Er is al het een en ander op gang gekomen. Nederlandse bedrijven staan nu op de tiende plaats van investeerders in Bulgarije. Ze profiteren van de lage lonen en belasting, de laagste in de Europese Unie. Maar er kan veel meer gedaan worden. De – paspoortvrije – Schengenzone openen voor Bulgaren bijvoorbeeld. Dat zou handel drijven gemakkelijker maken. Maar juist voor die toetreding steekt Nederland een stokje. Bulgarije zou te weinig doen aan corruptiebestrijding en het aanpakken van de georganiseerde misdaad.

    Belabberde omstandigheden

    Interessant is dat uit deze fraude blijkt dat ook Nederland zijn zaakjes niet op orde heeft. Terwijl het toch voor de hand ligt dat er bij dit soort criminele acties Nederlanders zijn betrokken. Hoe kunnen Bulgaren anders weten waar de mazen in de wet zijn en de jungle van regels en voorschriften omzeilen?

    En ja, er zullen meer Bulgaren komen: de schoonmaaksters, bouwvakkers en fabrieksarbeiders. Al die mensen die het werk doen waar blijkbaar geen Nederlander voor te vinden is. En ze zullen zich ook schikken naar de vaak belabberde omstandigheden waarin ze moeten wonen en werken: met zijn vieren op een kamertje en permanent door Nederlandse werkgevers die voor een dubbeltje op de eerste rang willen zitten. Ze zullen komen. Niet omdat ze zo graag in Nederland willen zijn. Zo lollig is het hier echt niet. Maar omdat het in Bulgarije slecht is.

    Als je 'ze' hier niet wilt hebben, zul je – aan de bron – moeten investeren. Dat had natuurlijk al lang meer en beter moeten gebeuren, maar het is nog niet te laat. En vooral een kwestie van lef tonen.

  • Interview Luuk van Middelaar: “Wees niet bang voor ‘tegendemocratie’ ”

    02 Mei 2013

    De Nederlandse filosoof en historicus Luuk van Middelaar is wat men noemt een geëngageerd waarnemer. Hij is de auteur van een van de meest prikkelende boeken over de Europese Unie van de afgelopen jaren: De passage naar Europa, Geschiedenis van een begin. Met dit boek heeft hij diverse prijzen gewonnen, waaronder de Europese Boekenprijs 2012. Maar sinds 2009 neemt de 39-jarige Van Middelaar ook zelf een centrale positie in binnen het systeem dat hij analyseert, aangezien hij een van de adviseurs en tevens tekstschrijver is van de voorzitter van de Europese Raad, Herman Van Rompuy.

    “Onderschatte overdracht van soevereiniteit”

    Met die dubbele blik plaatste Luuk van Middelaar onlangs de crisis en de veranderingen die de Unie doormaakt in perspectief, toen hij in Parijs te gast was op een conferentie in het Maison de l’Europe. Hij constateert enerzijds dat de Europese Unie momenteel verdeeld is door de scheiding tussen landen mét de euro en landen zonder de euro. En anderzijds “heeft Europa twee kernen: de gemeenschappelijke markt en de euro, die een enorme en onderschatte overdracht van soevereiniteit met zich meebrengt. Nu trekken de lidstaten daar de conclusies uit, en dat is soms heel pijnlijk.”

    Van Middelaar merkt op “dat het Europees beleid in feite steeds meer nationaal beleid wordt.” Maar deze verandering kan niet tot stand komen door enkel een evenwicht te creëren tussen Brussel en de landelijke regeringen. De EU “heeft behoefte aan democratische legitimiteit op zowel nationaal als Europees niveau.” Vanuit dit oogpunt meent Luuk van Middelaar:

    Het Europese publiek is als het koor, dat naar het toneel kijkt maar er zelf ook aan deelneemt en commentaar levert. Het wordt acteur tijdens verkiezingen, maar ook als het de straat opgaat om tijdens demonstraties uiting te geven aan zijn ontevredenheid. Het Europese publiek zoekt naar manieren om zich te doen gelden als actief publiek. Bij nationale verkiezingen draait het steeds vaker ook om het Europese aspect. In het debat tijdens de Italiaanse verkiezingen ging het erom welke positie men ten opzichte van Europa innam. De verkiezingsuitslag kan worden gezien als een daad, als een boodschap van de Italianen. Wij moeten niet bang zijn voor wat [de Franse intellectueel en historicus] Pierre Rosanvallon ´de tegendemocratie´ noemt.

    Gekozen voorzitter van Commissie is “slecht idee”

    De Europese verkiezingen in 2014 zullen dus een cruciale stembusgang worden. Maar terwijl velen ervoor strijden dat de voorzitter van de volgende Europese Commissie gekozen wordt uit de politieke richting die de verkiezingen wint, merkt Luuk van Middelaar op:

    Deze politisering, die de Commissie kan versterken, kan ook afbreuk doen aan haar neutraliteit in haar hoedanigheid van hoedster van de Verdragen. De Commissie heeft nieuwe bevoegdheden (met name op het gebied van toezicht op de nationale begrotingen), die vereisen dat zij neutraal is. En dan is er nog de kwestie van de publieke opinie, en van haar teleurstelling. Want de Commissie heeft niet de bevoegdheden en ook niet de middelen om het systeem omver te werpen. Meer in het algemeen stelt dit ons voor het probleem van de uitvoerende macht: wie is er in staat om besluiten te nemen voor de hele club van lidstaten? Ik ben tegen zogenaamd goede ideeën die slecht uitpakken, en het idee om de voorzitter van de Europese Commissie rechtstreeks te laten kiezen, is daar een van.

    “We zijn niet in staat ons als Europeanen te zien”

    Na afloop van de conferentie zetten wij het gesprek met Luuk van Middelaar voort in een café-restaurant in [de Parijse wijk] Le Marais, samen met het team van het Maison de l’Europe. Op het menu: een stoofpotje, kalfsniertjes en de crisis van het Europese sentiment. Datgene wat de filosoof, historicus en politiek adviseur de ´zoektocht van het publiek´ noemt. “Toen er een aanvang werd gemaakt met de Europese integratie, begon het woord ‘Europees’ aan betekenis te verliezen”, herinnert hij zich:

    Er werd niet meer over ons gesproken als Europeanen, omdat de wereld van de Koude Oorlog in drieën was verdeeld: het Westen, het Oosten en de derde wereld. Het woord ´Europees´ kreeg een ideologische betekenis. ´De Europeanen´ waren de bouwers van Europa, en behoorden eerder tot de interne sfeer [in zijn boek omschreven als de communautaire instellingen] dan tot de externe sfeer [die van het Europese continent in zijn geheel]. Daar begon verandering in te komen door de hereniging van Europa in 1989 – dus door een historische ontwikkeling – en door initiatieven als een Europese vlag en het Erasmus-programma. In zekere zin zijn wij nog altijd niet in staat om onszelf als Europeanen te zien, behalve als we naar andere werelddelen reizen. Maar ook al zorgt de crisis ervoor dat er nieuwe spanningen tussen de volkeren ontstaan, deze spanningen ontstaan door het feit zelf dat wij Europeanen zijn.

    Coördinatie van economisch beleid

    Zoals wij weten worden de instellingen en het bestuur van de EU sinds drie jaar behoorlijk op de proef gesteld door de crisis en de spanningen die ermee gepaard gaan. Hoe analyseert de auteur van het in 2009 geschreven De passage naar Europa deze ontwikkeling?

    Het besluitvormingsproces is hetzelfde. De Europese Raad houdt zich nog steeds bezig met uitzonderlijke gevallen. Het verschil zit hem in de tijdsduur. Maar er is een omslag die ingrijpender is. De Griekse crisis heeft de communautaire methode op de proef gesteld, in die zin dat de Unie op zoek is naar een ander type besluitvorming. Opdracht geven voor een witboek over de houdbaarheid van de overheidsfinanciën werkt niet onder tijdsdruk. Er moest buiten de regels om worden gehandeld, in ieder geval in het begin, en daarna moest de schok worden opgevangen, bijvoorbeeld door de instellingen erbij te betrekken. Het gevolg van de besluiten van de staatshoofden en regeringsleiders is dat de Europese Commissie meer bevoegdheden heeft dan ooit tevoren, zowel op het gebied van toezicht en aanbeveling als uitvoering. De Europese Raad blijft een rol spelen als de plek waar de verschillende nationale beleidslijnen moeten worden gecoördineerd. Als de crisis voorbij is, zijn er twee hypothesen: ofwel we keren terug naar de situatie van vóór de crisis, met de Raad op de achtergrond, ofwel we realiseren ons dat er iets is veranderd. Ook ontkomen we waarschijnlijk niet meer aan een versterkte coördinatie van het economisch beleid van de lidstaten.

    Inbreng van Herman Van Rompuy

    Zouden de 27 EU-landen de crisis anders hebben aangepakt als Herman Van Rompuy, de voorzitter van de Europese Raad en de ´baas´ van Luuk van Middelaar, er niet was geweest? “Dan hadden we het roulerend voorzitterschap van de Raad gehad”, antwoordt Van Middelaar, waarbij hij achterwege laat dat afgezien van Polen geen enkel groot land het voorzitterschap van de Europese Raad heeft bekleed, in tegenstelling tot – de verzwakte landen – Ierland en Cyprus, en – het ernstig in diskrediet geraakte – Hongarije. “Het Verdrag van Lissabon [waarbij de functie van voorzitter van de Europese Raad werd ingesteld] trad in werking op het moment dat de crisis uitbrak. De crisis en de veranderingen die ze teweeg heeft gebracht hebben dus een rol gespeeld.” Daarom is het moeilijk om de inbreng van Van Rompuy vrijuit te beoordelen.

    En als de filosoof in de spiegel kijkt, welke lering trekt hij dan uit zijn ervaring? “Toen ik De passage naar Europa schreef, dacht ik dat de beslissende gebeurtenissen van buiten de EU zouden komen, en niet van binnenuit. Maar deze gebeurtenissen bevestigen mijn analyses dat de Europese politiek vorm krijgt door belangrijke gebeurtenissen. Politiek is daarom een kwestie van de lange termijn, maar ook van anticiperen.”

    Vertaling: Nelleke Foppen

  • Justitie Veroordeling Kim De Gelder zaait twijfel

    26 maart 2013

    De veroordeling van moordenaar Kim De Gelder geeft de nabestaanden een vorm van genoegdoening, maar deze man hoort niet in de gevangenis, klinkt het in de Belgische pers. Het proces legt de hiaten in de Belgische rechtspraak bloot en het ontbreken van adequate opvang van criminelen die psychiatrische hulp behoeven.

    Is Kim De Gelder ziek of slecht? De jury van het Gentse hof van assisen heeft geoordeeld: hij is slecht, want volledig toerekeningsvatbaar. Kim De Gelder, de man die in 2009 twee baby's doodstak en een kinderverzorgster in een crèche in Dendermonde, is op 22 maart veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf. De nabestaanden zijn opgelucht en tevreden met het vonnis.

    Veroordeling staat haaks op standpunt pers

    De veroordeling staat echter haaks op het standpunt dat in de Belgische pers naar voren komt: de veroordeelde is ziek en hoort in een psychiatrische instelling, en zijn toerekeningsvatbaarheid is twijfelachtig. De Gelder is onvoldoende geobserveerd en de jury moest uitspraak te doen over iets waarover zelfs psychiaters het niet eens konden worden.

    Zo schrijft Bart Eeckhout in De Morgen:

    Wie zijn levensloop, zijn daden en zijn bijna letterlijke gewetenloosheid overschouwt, kan moeilijk anders dan concluderen dat Kim De Gelder behalve een wrede kindermoordenaar ook een ernstig zieke mens is.

    Ook De Standaard schrijft dat "niemand nog betwist dat hij een gestoorde geest is".

    België heeft geen observatiekliniek

    In Nederland legt NRC Handelsblad de vinger op de zere plek door de situatie met die in Nederland te vergelijken:

    De Gelder is nooit uitvoerig geobserveerd in een speciale kliniek omdat België – anders dan Nederland – die niet heeft[...] Antwerpen en Gent krijgen nu psychiatrische klinieken mét observatiecentrum. In Antwerpen moet de bouw nog beginnen, in Gent zou de instelling er volgend jaar kunnen zijn [...] Voor [De Gelder] komt observatie te laat.

    Ook wijst de krant erop dat “de Belgische rechtspraak niet zoals in Nederland begrippen kent als 'verminderd', 'enigszins' of 'sterk' toerekeningsvatbaar”.

    Gerechtspsychiater gelooft niet in ‘assisenziektes’

    De krant vervolgt:

    Volgens de wet hoeven rechters ook niet per se het advies van een deskundige te vragen als er twijfel is over de toerekeningsvatbaarheid. En er zijn geen duidelijke regels of criteria voor zo’n onderzoek. In zijn slotpleidooi zei de advocaat van De Gelder gisteren: "Het is in België makkelijker om psychiater bij de rechtbank te worden dan Prins Carnaval in Aalst. Want dan moet je nog een blanco strafblad hebben."

    In De Morgen valt bovendien te lezen dat op voorhand al duidelijk was dat het college van rechtsdeskundigen zou verklaren dat De Gelder toerekeningsvatbaar was. Het college werd immers voorgezeten door een 83-jarige gerechtspsychiater, Roger Deberdt, die reeds in Humo has gezegd dat "alle psychopaten toerekeningsvatbaar zijn":

    Deberdt gruwt van de geestesziektes waarmee advicaten komen aanzetten [...] hij gelooft niks van al die ‘assisenziektes’. Hij gelooft ook niet in therapie. Nee, gooi criminelen in de gevangenis, zo eenvoudig is het.

    Het gevolg is dat de veroordeelde, ongeacht zijn psychiatrische problemen, de cel in gaat net als elke andere veroordeelde. De Standaard schrijft hierover:

    De Gelder wacht tientallen, misschien wel vijftig jaar opsluiting. Zonder behandeling en dus zonder hoop. Dat is de donkere kant van een juridische waarheid die geen nuance toelaat over wat toch twijfelachtig is.

    “Ons juridisch systeem is ongeneeslijk ziek”

    Al deze tekortkomingen in ogenschouw nemend, kan men niet om de vraag heen wat de uitspraak van de jury waard is. Zoals justititewatcher Jan Nolf zegt in Knack, “heeft de jury niet altijd gelijk”.

    In De Morgen schrijft hoogleraar Paul Verhaeghe dat het eigenlijk het gerechtelijk apparaat is dat "ontoerekeningsvatbaar" is:

    De ontsporing van een falend gevangenisbeleid, van een falend interneringsbeleid, van een falend juridisch beleid. Iedereen weet dat, over die diagnose bestaat er geen enkele twijfel. Ons juridisch systeem is ongeneeslijk ziek, brengt de maatschappij ernstige schade toe en moet zo snel mogelijk geïnterneerd worden.

    Het Europees Comité voor de Preventie van Foltering en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens hebben België overigens al op de vingers getikt wegens het schenden van de rechten van geïnterneerden, gevangenen die psychiatrische hulp nodig hebben maar die niet of onvoldoende krijgen. De advocaat van Kim De Gelder, Jack Haentjes, overweegt de zaak van zijn cliënt aanhangig te maken bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.

  • Bestuur Einde van het Franse dorpje

    23 maart 2013

    Als we de OESO mogen geloven vormt schaalvergroting een groot deel van de oplossing voor Frankrijk. Weg met de kleine gemeentes en de departementen! Waar in Frankrijk deze boodschap nog als schokkend en onwerkelijk wordt ervaren, is Nederland al een heel stuk verder in het proces.

    Dat het niet goed gaat met de Franse economie, zal geen verrassing zijn. “De groei ligt dit jaar rond de 0 procent waardoor de tekorten oplopen”, bericht Le Nouvel Observateur op 19 maart. Bovendien zal het land aan het eind van 2013 een werkloosheidscijfer van 11,25 procent hebben, blijft het overheidstekort op 3,5 procent van het bbp steken en is het hoge percentage van jongeren en ouderen dat zonder baan thuis zit “de achilleshiel van de Franse samenleving”.

    Uit het tweejaarlijkse rapport van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) blijkt dat “overdreven regulering en te hoge belastingen” de concurrentiepositie van Frankrijk “uithollen”, zo schrijft de Volkskrant.

    De uitweg uit de malaise ziet de OESO niet in een verdere lastenverzwaring door belastingen te verhogen en te korten op uitkeringen. Er moeten structurele verbeteringen worden doorgevoerd. […] De Franse overheidsuitgaven zijn de op een na hoogste van alle OESO-landen en zijn […] de afgelopen jaren niet drastisch gedaald.

    “Verwoestende hervorming”

    De procedures in Frankrijk zijn volgens de OESO enorm omslachtig, ambtenaren op verschillende niveaus houden zich bezig met dezelfde dossiers en een gemiddelde gemeente (Frankrijk telt in totaal 36.700 “communes”) heeft een omvang van nog geen tweeduizend inwoners. “Ter vergelijking: de gemeenten in Denemarken hebben gemiddeld 100.000 inwoners”, aldus de Nederlandse krant. Het Europese gemiddelde ligt op 5500 inwoners.

    De meest “schokkende maatregel” die door de OESO is voorgesteld, is echter de afschaffing van de 101 Franse departementen, schrijft Le Figaro. “Een verwoestende hervorming die niet voorkomt in het programma van de regering van [premier, red.] Ayrault.”

    Fusie Nederlandse provincies

    Nederland is al veel verder in het proces van schaalvergroting. Het kabinet heeft bijvoorbeeld plannen om de provincies Noord-Holland, Flevoland en Utrecht te laten samengaan. En minister Plasterk van Binnenlandse Zaken wil “reusachtige taken” overdragen aan de gemeenten: van de jeugdzorg via de AWBZ tot het activeren van werklozen, schrijft Vrij Nederland.

    Om die verantwoordelijkheden aan te kunnen, dienen de gemeenten volgens Plasterk de komende jaren te fuseren tot eenheden van minimaal honderdduizend mensen. De operatie moet honderden miljoenen euro’s aan bezuinigingen opleveren.

    Hoewel in Nederland de vrees bestaat dat met de schaalvergroting van de gemeentes, ook de gemeenschapszin wordt aangetast en uit onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen is gebleken dat een herindeling veelal duurder in plaats van goedkoper uitpakt, wordt gestaag doorgegaan met de gemeentefusies.

    En waarschijnlijk zal ook Frankrijk er niet aan ontkomen. Dat een gemiddelde gemeente in Frankrijk nog geen tweeduizend inwoners heeft, is schokkend. Niet alleen omdat het zo’n enorm laag getal is, maar ook omdat het aantoont dat Frankrijk op het gebied van modernisering van het bestuur nog een hele slag te maken heeft.

    Foto: © Janod.

  • Islam in Europa Imam-opleidingen ook elders in kinderschoenen

    08 februari 2013
    De enige imam-opleiding in Nederland zal ophouden te bestaan. In Duitsland zijn ze een succes, in het seculiere Frankrijk komen ze moeilijk van de grond.

    De enige Nederlandse beroepsopleiding voor imams stopt ermee, meldt Trouw op 8 februari. En dat terwijl de regering zo graag “volwaardige Nederlandse imams” wil. Den Haag spreekt zelfs van een maatschappelijke urgentie, aldus woordvoerder Yassin Elforkani van Contactorgaan Moslims en Overheid, geciteerd door de krant. "Nu al zit dertig tot veertig procent van de moskeeën zonder eigen imam. Veel jongeren luisteren naar preken van buitenlandse geestelijken. De kans dat Marokko of Saudi-Arabië zich gaat inmengen is nu erg groot”. Hogeschool Inholland, die de beroepsopleiding in Amstelveen biedt, zegt dat de opleiding teveel kost, ondanks subsidies. De studie telt momenteel 105 studenten.

    Net als in Nederland bestaat ook elders in Europa de politieke wens tot meer imams ‘van eigen bodem’. Hoe zit het in Duitsland en Frankrijk? In Duitsland worden sinds kort vergelijkbare opleidingen aangeboden in Erlangen-Nürnberg, Münster en Osnabrück, en beroepsopleidingen aan de hogescholen van Karlsruhe, Ludwigsburg en Weingarten. Het gaat om opleidingen tot Duitstalig imam of islamitisch godsdienstleraar, schrijft Deutschlandradio op zijn website. Zes opleidingen dus, terwijl het collegegeld in Duitsland -als er al collegeld moet worden betaald – lager is dan in Nederland: zo'n € 500 per semester. De Bondsdag discussieert momenteel over de ervaringen die de opleidingen tot zover hebben opgeleverd.

    Angst voor ‘Duitse staatsislam’

    Mathias Rohe, Islamwetenschapper in Nürnberg, betreurt echter dat de meeste moskeeverenigingen geen geld hebben “om zich een academisch gevormde imam te permitteren”. Deutschlandradio spreekt van “een absurde situatie” omdat “de in Duitsland theologisch opgeleide generatie juist geacht wordt de moskeeën minder afhankelijk te maken van buitenlandse imams”, hetzelfde doel dus wat men in Nederland voor ogen heeft.

    Ondanks “bedenkingen binnen de moslimgemeenschap uit angst voor een ‘Duitse staatsislam’” zijn de opleidingen in Duitsland “een groot succes. Heel wat studenten komen uit Zwitserland, Oostenrijk, Engeland en Frankrijk”.

    Strikte scheiding van kerk en staat

    In Frankrijk, waar de scheiding van kerk en staat strikt wordt nageleefd, zijn imam-opleidingen dun gezaaid ondanks de vele moskeeën. De staat geeft uit principe geen subsidie aan religieuze instellingen en scholen, maar dit debat laait regelmatig weer op. Het land kent wél veel universitaire en hogeschoolopleidingen in de islamitische cultuur en religie, zoals de cursus “Religie, Laïciteit, Interculturaliteit” aan het Institut Catholique de Paris. Een soortgelijke opleiding bestaat aan de Universiteit van Straatsburg. Dit zijn echter geen opleidingen tot imam, maar aanvullende opleidingen voor bestaande imams en theologen. Le Monde schreef in 2012 dat beide opleidingen geen daverend succes zijn en relatief weinig animo hebben.

    Ook de Universiteit van Lyon III biedt een opleiding “voor imams en islam-theologen gericht op een betere kennis van de scheiding van kerk en staat [in Frankrijk]”, zo valt te lezen in het Turks-Franse blad Zaman France. De opleiding heeft als doel om antwoord te kunnen geven op vragen vanuit de gemeenschap over het verzoenen van het geloof met de wetten van de Franse Republiek, zoals het vaak gehoorde “Waarom zijn de schoolvakanties eigenlijk aangepast aan de data van christelijke feestdagen?””. De opleiding wordt gedeeltelijk gefinancierd uit publieke middelen. Maar ook hier geldt: geen opleiding tot imam.

    7-jarige opleiding tot imam voor €3.400 per jaar

    Direct Matin meldde in 2010 dat Frankrijk één opleiding tot imam “made in France” kent, aan het Europees Instituut voor Menswetenschappen (IESH) in Saint-Léger-de-Fougeret. Slechts een tiental studenten haalt zijn diploma, na een zevenjarige cursus. Zij mogen zich vervolgens imam noemen, het vrijdagse gebed leiden en preken in een moskee. Ook al al had de minister van Binnenlandse Zaken, Manuel Valls, hier in 2003 op aangedrongen, toch wordt de opleiding nog niet door de staat erkend... De oprichting van het IESH is “gefinancierd door de Golfstaten”, maar de instelling leunt veel op collegelden: € 3.400, kost en inwoning incluis.

    RMC meldt dat Straatsburg sinds begin 2013 een andere vijf-jarige opleiding tot imam kent, maar gefinancierd door Turkije. Het Oosten van Frankrijk kent relatief veel Fransen van Turkse afkomst.

    Geld voor moskeeën, maar niet voor imamopleidingen

    La Croix schrijft dat Franse moskeeën dus “de grootste moeite hebben om Franssprekende kandidaten te vinden die een minimum aan theologische opleiding hebben genoten”. Abdessalem Souiki, zelf imam van de moskee An Nour in Marseille, zegt in La Croix: “Voor moskeeën wordt altijd wel geld gevonden dankzij de hadith ‘Wie omwille van Allah een moskee bouwt, zal in het paradijs een huis krijgen”. Zo'n hadith zou ook moeten bestaan voor de opleiding van imams”. Voor een land met meer dan 2.000 moskees zou dat geen overbodige luxe zijn.

    Foto: Moskee van Parijs, Philippe Streicher

  • Oorlog in Mali Frankrijk doet, Europa kijkt toe

    24 januari 2013

    Terwijl in sommige media aanvankelijk werd gesuggereerd dat Frankrijk slechts luchtaanvallen uitvoerde om de moslimterroristen in Mali een halt toe te roepen, begint nu een realistischer beeld door te dringen. Zoals de VRT schrijft, worden er wel degelijk Franse troepen ingezet voor een grondoorlog. Het foutieve beeld van een 'klinische' oorlog wordt langzaamaan bijgezet, en de vraag welke steun andere Europese landen zouden moeten geven, dringt zich steeds meer op.

    Frankrijk heeft wel de morele en wettelijke steun van de VN-veiligheidsraad (zelfs Rusland en China hebben ingestemd), maar kan tot nu toe slechts op weinig materiële steun rekenen. Tot op heden hebben slechts Groot-Brittannië, België en Denemarken logistieke steun gegeven, maar van troepen is geen sprake. Wel heeft Catherine Ashton, chef EU-buitenlandbeleid, aangekondigd dat de Europese trainingsmissie EUTM uitgebreider zal zijn dan aanvankelijk gepland (500 trainers) en eerder (op 12 februari) van start zal gaan, schrijft Le Monde De krant schrijft verder:

    De Europese steun heeft koudwatervrees, zoals president François Hollande dinsdag in Berlijn heeft kunnen vaststellen. Parijs wordt overstelpt met beloftes, maar wacht nog steeds op militaire toezeggingen van zijn Europese partners [...]De lidstaten spelen verstoppertje in Brussel. Veel van hen interesseren zich niet voor de situatie in de Sahel, ook nu deze regio wordt gezien als een van de grootste terroristische haarden ter wereld. Er blijft wantrouwend tegen het Franse beleid in deze regio worden aangekeken. En het 'op eigen houtje' handelen van Hollande valt niet in goede aarde. Frankrijk is overigens een van de weinige EU-landen waar een president in een paar uur een oorlog kan ontketenen.

    Volgens Gérard Errara, voormalig Frans ambassadeur in het Verenigd Koninkrijk, kan Europa tegenwoordig niet meer om militair ingrijpen heen. In de Financial Times schrijft hij:

    Mali zou een wake-up call moeten zijn voor alle Europeanen die soft power als het enige instrument zien voor het EU-buitenlandbeleid, en militair ingrijpen aan de VS overlaten. Helaas zit de wereld zo niet in elkaar. Als de Europeanen serieus genomen willen worden in plaats van de VS de last te laten dragen om Mars te spelen terwijl zij zelf Venus spelen, dan moeten ze gebruik maken van de instrumenten die ze tot hun beschikking hebben, waaronder desnoods dwangmaatregelen om de Europese belangen te verdedigen.

    In The Spectator schrijft David Blackburn, zonder direct een lans te breken voor een breder Europees militair ingrijpen, dat Mali wel degelijk een "Europese zorg" is, zowel op economisch als humanitair gebied:

    Mali wordt gezien als een veiligheidsprobleem. In EU-documenten over voedselgebrek en etnische en religieuze opstanden in de Sahel wordt gewezen op de gevolgen van humanitaire crises (en mensenrechtenschendingen) [...] Ook vormt Mali een bedreiging voor een paar vitale economische Europese belangen. De nabijheid van olieproducerende landen (Algerije, Libië en Nigeria) speelt duidelijk een rol, vooral omdat elk van deze landen op hun grondgebied strijd voeren tegen interne islamitische elementen die in contact lijken te staan met rebellen in Mali. Het doet misschien denken aan een linkse samenzweringstheorie om buitenlandbleid te zien als het veiligstellen van de energievoorziening, maar Europa, met haar ouderwetse energie-infrastructuur, oplopende energieprijzen en afnemende reserves, zal voorlopig niet in de voetstappen van de VS kunnen lopen, die onafhankelijk zijn op energiegebied. De Europeanen zullen dus zaken blijven doen met een paar zeer slecht functionerende, zelfs angstaanjagende regimes [...] Door de dreiging van de islamisten in Mali en elders wordt de noodzaak van EU-hervormingen, en een nieuw inzicht in het functioneren van de EU in deze snel veranderende wereld, steeds meer voelbaar.

  • Voorzitterschap Eurogroep Dijsselbloem “mister euro” ondanks Frans verzet

    18 januari 2013

    Ondanks verzet van de Franse minister van Financiën, die de Duitse pers hem niet in dank afneemt, lijkt de benoeming van Dijsselbloem als voorzitter van de Eurogroep in kannen en kruiken. Volgens velen is deze enige kandidaat de geschikte bruggenbouwer.

    Aangezien Jeroen Dijsselbloem de enige kandidaat is om de Luxemburgse premier Jean-Claude Juncker op te volgen, en op vrijdag 18 januari zijn kandidatuur heeft bevestigd in een onderhoud met Juncker, ziet het ernaar uit de Nederlandse minister maandag wordt aangewezen als nieuwe voorzitter van de Eurogroep.

    Met de officiële kandidaatstelling van Dijsselbloem lijkt de Franse minister Pierre Moscovici, zijn enige geduchte tegenstander, hiermee het zwijgen te zijn opgelegd, aldus Le Figaro:

    De [officiële] kandidaatstelling van Jeroen Dijsselbloem, die zoals iedereen weet de steun van Berlijn geniet, lijkt een eind te maken aan wat velen zagen als het achterhoedegevecht van een andere potientiële kandidaat, Pierre Moscovici.

    In een interview met de Frankfurter Allgemeine Zeitung had de Franse minister zijn kritiek geuit op de benoemingsprocedure en gezegd dat Dijsselbloem “zijn visie” op het financieel-economische beleid van de eurozone niet afdoende had toegelicht. Volgens de FAZ was deze kritiek slechts een “tactische manoeuvre uit eigenbelang”.

    De Frankfurter Rundschau hekelt eveneens de kritiek van Moscovici op Dijsselbloem. De krant spreekt van een “kandidaat in gijzeling" en schrijft:

    De manier waarop hij de Nederlandse minister van Financiën Dijsselbloem beschadigt, zegt veel over de de politieke stijl van Europa en over de stand van de Frans-Duitse betrekkingen. [Dijsselbloem] is al gehavend voordat hij goed en wel in zijn functie treedt. Maar er loert nog een gevaar. De Nederlandse economie hapert, de huizenprijzen dalen, de SNS-bank wankelt. Het land, zo economisch ingesteld, zou de Maastricht-criteria weleens niet kunnen nakomen. Dat zou een fataal signaal zijn, zowel voor Dijsselbloem als voor Europa.

    Volgens Euractiv is Dijsselbloem echter de perfecte consensuskandidaat:

    De dubbele pet van deze Nederlander, een PvdA'er die zich in dienst van een conservatieve regering heeft gesteld, zou wel eens de verbinding kunnen vormen waar de Eurogroep naar op zoek is, ookal is de uitspraak van zijn naam voor de Zuid-Europeanen een uitdaging.

    Ook Der Spiegel schrijft over Dijsselbloem, "der überfliegende Holländer", (woordspeling van "vliegende Hollander" en "de hoogvlieger":

    Zijn onervarenheid staat in schril contrast met de rijke ervaring van zijn voorganger, Juncker, die de geboorte van de eenheidsmunt van het begin af aan heeft meegemaakt. Zijn gebrek aan profilering is niet per se een nadeel, in tegendeel. De praktijk wijst uit dat fletse politici uit kleine landen in Europa de beste kans maken om succesvolle bruggenbouwers te worden [zoals] Herman Van Rompuy, die ook een onbeschreven blad was toen hij in 2009 de eerste voorzitter van de Europese Raad werd. Hij werd met veel scepsis onthaald, maar bewees zich al snel als iemand die efficiënte de touwtjes in handen heeft.

    Volgens de Wall Street Journal zijn er een paar duidelijke redenen waarom “lichtgewicht politici" als Dijsselbloem hoge EU-functies bekleden.

    Nationale politici hebben het niet op met prominente figuren die er in Brussel op agressieve wijze beleid doorheen proberen te jagen dat in hun thuisland grote consequenties kan hebben. Bovendien dragen [de ‘lichtgewichten’]niet de bagage met zich mee die politici hebben met een high-profile carrière [Zo kreek Tony Blair geen EU-functie omdat hij te gekleurd zou zijn door de Irak-oorlog].

    Voor Dijsselbloem speelt tevens in zijn voordeel dat hij niet uit een van de grootste vier EU-landen komt, en dat hij “Nederlander is op het juiste moment": Hij is volgens de WSJ:

    een linksgeöriënteerde politicus uit een land dat een van de meest fervente pleitbezorgers is van bezuinigingen als oplossing voor de crisis in de eurozone [...] Het ziet er niet naar uit dat hij belangrijke politieke veranderingen wil bewerkstelligen [...] hij zal niet veel mensen tegen de haren in strijken. Hij zal de vergaderingen leiden en de formele agenda bepalen.

  • Racisme Zwarte Piet houdt ongelijkheid in stand

    06 december 2012

    “Is Sinterklaas een slavendrijver zonder dat hij dat zelf weet? vraagt Euronews zich af.  De discussie over Zwarte Piet laait elk jaar weer op in Nederland, en België.  De website vat in één zin samen waar het de discussie over Zwarte Piet om te doen is. Zijn zijn “Afrikaanse hulpjes” een teken van racisme of niet?

    Elk jaar laait de discussie weer op, maar deze keer wordt het ook door buitenlandse media opgepikt, zoals door de Daily Telegraph, The Independent, de Frankfurter Rundschau en het Amerikaanse Christian Science Monitor. Het meest lezenswaardige is wellicht het diepgaande artikel van Siji Jabbar op de website This is Africa, gebaseerd op onderzoek en interviews met blanke en zwarte Nederlanders: “Black Pete the slave: Race, Power and Identity in The Netherlandswaarin hij de traditie uitlegt en uitvoerig becommentarieert. Terwijl het artikel met name bedoeld is voor niet-Nederlanders die niet bekend zijn met het fenomeen, kan zijn analyse juist voor (blanke) Nederlanders een eye-opener zijn. In zijn ogen houdt het fenomeen onbewust discrimnatie en ongelijkheid in stand. Een paar fragmenten:

    Er zijn  een aantal subtiele en onsubtiele manieren waarop blanke Nederlanders zwarte Nederlanders herinneren aan hun plaats – en hun daar houden – , die van tweederangs burgers die getolereerd worden, maar nooit 100% geaccepteerd. De meest onsubtiele manier gebeurt om deze tijd van het jaar door middel van een personnage genaamd “Zwarte Piet” [...] Wat is er aan de hand met de Nederlanders? Hoe kan zo'n afschuwelijk anachronisme bestaan in een schijnbaar modern en progressief land? [...] Stel je eens voor  wat er zou gebeuren als men zou zingen “Sinterklaas kom maar binnen met je Joodse Piet”, en je weet meteen dat dit meer is dan een onschuldig liedje. 

    Het vieren [van Sinterklaas en Zwarte Piet] wordt normaal gevonden, net zoals mensen zichzelf er ooit van overtuigden dat slavernij slechts een uitdrukking was van een natuurlijke orde, en dat dus ook normaal vonden. 

    Sommigen zeggen dat het te maken heeft met de vrijheid van het Nederlandse volk om maar alles te kunnen doen wat ze normaal vinden zonder rekenschap te hoeven afleggen aan anderen [...] Maar je hoeft geen psycholoog of socioloog te zijn om te snappen dat het fenomeen Zwarte Piet, en woorden zoals “neger” en “allochtoon” zorgen voor een voortzetting van het idee van superioriteit bij blanke Nederlanders en inferioriteit en marginalisering van zwarte Nederlanders.

    Foto: CC, celesteh.blogspot.com

  • Europees Jeugd Parlement Een verenigd Europa, het bestaat écht

    11 november 2012

    Jongeren niet betrokken bij politiek, laat staan de Europese politiek? Dat zou je niet zeggen als je de verhitte debatten van de afgelopen dagen hoorde die – soms tot tranen aan toe –  gehouden werden in Amsterdam bij het Europees Jeugd Parlement (EYP).

    300 jongeren uit 36 Europese landen kwamen hier van 2 tot en met 11 november samen voor een simulatie van de debatvoering in het Europees Parlement. Het uiteindelijke doel was de stemming over vijftien resoluties over heel uiteenlopende onderwerpen, van de eurocrisis tot defensie, van klimaatverandering tot energie en van werkgelegenheid tot mensenrechten. Niet alleen toonden de jongeren zich bevlogen en uitstekende debaters, ook inhoudelijk vielen hier veel goede ideeën op te doen. Niet voor niets worden de resoluties aangeboden aan het Europees Parlement, de Europese Commissie en andere internationale instellingen. 

    De zeventienjarige Fien Baert uit Tielt, een van de Belgische gedelegeerden, hoopt dat het Europees Parlement zich zal laten inspireren door de voorstellen van het EYP: "Er wordt niet genoeg naar ons jongeren geluisterd', zegt ze. "Onze mening wordt onderschat". Ook Zephyr Brüggen is deze mening toegedaan. "Wij zijn de jeugd, wij kunnen dingen veranderen en vernieuwen", zegt deze 18-jarige scholiere van het Barlaeus Gymnasium in Amsterdam. Voor haar is het belangrijk dat jongeren hun kennis  vergroten over de Europese politiek. Maar volgens medescholier Tade Hogenelst (16 jaar) kijken veel van zijn klasgenoten niet eens naar het nieuws, in tegenstelling tot hemzelf.

    "Ik geloof niet in een 'European dream' "

    Eurofiel, al deze jonge Europeanen? Niets is minder waar. "Ik ben ontzettend pro-Europees, maar ik geloof niet in een 'European dream'', zegt Brüggen. "De EU moet niet belangrijker worden dan ons eigen land. Ik zie de EU dan ook niet voor me als een federatie". Ook Wim van Doorn, comité-voorzitter, laat doorschemeren dat het EYP geen lobbyclub van EU-federalisten is. "Veel mensen hier zijn eurosceptisch. Je hoeft hier ook niet per sé pro-EU uit te komen. Het is veel belangrijker dat je een constructieve houding aanneemt".  

    Het moet gezegd: het EYP doet er alles aan om deze jongeren die uit alle Europese windstreken samenkomen, samen te smeden tot één geheel. Vóór de debatvoering gaat veel aandacht gaat uit naar teambuildingsactiviteiten om de communicatie te bevorderen en wederzijds begrip te kweken voor elkaars cultuur. Het EYP legt de lat namelijk nog een stukje hoger dan het 'echte' Europees Parlement: maar liefst 36 landen moeten hier tot consensus zien te komen. Naast de 27 EU-lidstaten, doen ook landen uit de Raad van Europa mee, alsmede Kosovo en Wit-Rusland. Van Doorn merkt op dat in Wit-Rusland het EYP misschien wel "het enige democratische jeugdproject is waarin jongeren een actieve stem hebben".

    Geen "exacte replica" van het Europees Parlement

    Zouden andere Europese en internationale instellingen het EYP niet serieuzer nemen als het zich zou beperken tot de 27 lidstaten? Misschien, maar volgens Van Doorn zou er niet veel anders naar het EYP worden gekeken als het een "exacte replica" zou zijn van het Europees Parlement. Bovendien is dat ook niet het voornaamste doel. "De impact die wij kunnen hebben op EU-instellingen is voor ons niet het allerbelangrijkste. Voor ons gaat het om het proces wat al deze jongeren doormaken. Het mooie daaraan is dat verschillende culturen worden gedwongen samen te werken en open te staan voor elkaar, en vervolgens leren een consensus te bereiken. Dat is heel waardevol".  Wel jammer dat dit evenement dan voorbehouden is aan slechts een handjevol jongeren, en daarom een tikkeltje elitair aandoet. 

    Maar Van Doorn gelooft dat het evenement wel degelijk een "positief sneeuwbaleffect" teweeg kan brengen: "Niet alleen de 300 deelnemers waren hierbij betrokken, maar honderden andere jongeren hebben meegedaan: aan de selectieprocedure, aan conferenties door het jaar heen... Dat moet je niet onderschatten. Zij spreken en beïnvloeden ook allemaal weer allemaal jongeren". Klinkt in mijn oren toch een beetje als een 'European dream', maar wel één die het waard is gedroomd te worden.

    Bekijk hier de debatten van het Europees Jeugd Parlement

     

  • Journalistiek Louise Weissprijs, iets voor Nederland of België?

    29 oktober 2012

    De Louise Weissprijs voor Europese Journalistiek, dat is nog eens een mooi initiatief om grensoverschrijdende Europese journalistiek te stimuleren. Sinds dertien jaar organiseert de Franse tak van de Vereniging van Europese Journalisten deze onderscheiding. De prijs heeft ten doel om Franse journalisten in de schijnwerpers te zetten die vanuit een bijzondere Europese invalshoek de actualiteit hebben belicht. Dit jaar zijn vier journalisten in de prijzen gevallen voor hun opmerkelijke reportages over Roemeense artsen in Frankrijk, belastingparadijzen en de Griekse neonazipartij Gouden Dageraad.

    De vereniging pakte het groots aan: de uitreiking vond op 29 oktober plaats aan het Quai d'Orsay, het ministerie van Buitenlandse Zaken. Ten overstaan van een volle zaal in een luissterrijk vertrek à la Versailles namen de drie winnaars hun prijs in ontvangst, waarna de minister van Europese Zaken, Bernard Cazeneuve, en Jean Quatremer, voorzitter van de vereniging en correspondent in Brussel voor dagblad Libération, de aanwezigen trakteerden op een bevlogen betoog over het belang van een breedgevoerd maatschappelijk debat over de toekomst van de EU.

    Volgens Quatremer schieten de Franse radio en TV hopeloos tekort in het aanzwengelen van dit debat: “de geschreven pers doet nog wel zo ongeveer zijn werk, maar de  audiovisuele media berichten veel te weinig over de Europese politiek. De discussie in de media over bijvoorbeeld de begrotingsunie zou NU gevoerd moeten worden, niet pas als  Europese vergezichten werkelijkheid zijn geworden. Maar zoals ten tijde van de monarchie zal ‘het volk’ pas worden verwittigd als het Franse parlement het verdrag zal hebben geratificeerd, en wordt dan dus voor een voldongen feit gesteld”. Volgens hem is er van een democratisch tekort op Europees niveau absoluut geen sprake (“de democratie in Europa draait perfect, kom maar eens kijken in het Europees Parlement”) maar schort het aan democratie op landelijk niveau: het zijn de Franse volksvertegenwoordigers die onvoldoende communiceren naar de Fransen toe over de EU, en de media vervullen evenmin hun rol daarin.

    Voor een Nederlandstalige toeschouwer klinkt het helaas bekend in de oren. Hij had de woorden “Franse” en “Fransen” ook kunnen vervangen door “Nederlandse” en “Nederlanders”, of door “Belgische” en “Belgen”... Uitzendingen als de Slag om Brussel of BNR Europa kunnen de discussie op gang helpen maar zijn helaas zeldzaam. Frankrijk heeft in ieder geval nog een minister van Europese Zaken, de eerder genoemde Bernard Cazeneuve. In het aankomende kabinet Rutte II moet Nederland het voorlopig doen met Frans Timmermans, minister van BuZa die ”Europa erbij gaat doen”, meldt Elsevier. Het voorspelt weinig goeds over het belang dat de regering zal hechten aan de ontwikkelingen in de EU, en over het gewicht dat Nederland daarbij in de schaal zal kunnen leggen.

  • Journalistiek Noord-Korea, tussen fictie en non-fictie 1/2

    19 oktober 2012

    Is het voor een Europeaan mogelijk een waarheidsgetrouw beeld te krijgen van de Noord-Koreaanse maatschappij? Biedt het regime van Kim Jong-un hoop op een iets openere samenleving? Deze vragen stonden centraal bij één van de paneldiscussies van Les Tribunes de la Presse, die van 11 tot en met 13 oktober plaatsvonden in het Franse Arcachon.

    Op de eerste vraag luidde het antwoord van Juliette Morillot, historicus en Noord-Koreaspecialiste volmondig: “ja”; Marc Epstein, rubriekschef buitenland van L'Express, antwoordde daarentegen met “nee”. De eerste heeft het land langzamerhand leren kennen door een plek te bemachtigen binnen de Noord-Koreaanse maatschappij na een studie Noord-Koreaanse taal en cultuur; de tweede heeft het land meermalen bezocht als journalist. Terwijl Morillot beweert na enige tijd “totale bewegingsvrijheid genoot” na het vertrouwen van haar verplichte 'gidsen' te hebben gewonnen en door heeft weten te dringen tot de maatschappij, vertelt Epstein van een “toneelstuk” dat Noord-Koreaanse autoriteiten opvoeren zodra journalisten het land binnenkomen, en dit slechts in het kader van strict georganiseerde persreizen. Waarbij alles in het werk wordt gesteld het land in een positief daglicht te stellen. Ceremonies, opgedofde warenhuizen, feestelijkheden... voor buitenlandse journalisten is dit verplichte kost. Ook Philippe Chancel, een fotojournalist die het land meerdere keren bezocht heeft, met name in het kader van de laatste viering van de geboortedag van Kim Jong-il, spreekt van “fictie”. Een façade waar soms makkelijk doorheen wordt geprikt. Zo ontdekte Epstein bijvoorbeeld dat “zelfs een filmopname die journalisten konden bijwonen, in scène was gezet, want ik ontdekte dat de camera geen filmrol bevatte... [deze in scene zetting] maskeert de werkelijkheid van een totalitair en sinister regime dat een groot deel van de bevolking opsluit in ver weggelegen strafkampen”. Maar na het doorprikken resteert er weinig ruimte om aan onderzoeksjournalistiek te doen.

    “Verkeerde conclusies door onwetendheid”

    Morillot herkent zichzelf niet in de verhalen van Epstein, aangezien zij het land van binnenuit heeft leren kennen. Ook betreurt ze dat journalisten volgens haar “door  onwetendheid al snel conclusies verbinden” aan hun observaties. Als voorbeeld noemt ze een journalist die op straat kinderen had gezien die met hun vingers gras tussen stoeptegels vandaan trokken. “In zijn artikel maakte de journalist maakte hieruit op dat de bevolking nog steeds honger leed”. Maar Morillot heeft kinderen die hetzelfde deden, eens gevolgd. “Ze namen me mee naar het flatgebouw waar ze woonden en lieten me het trappengebouw zien, waar overal konijnen rondhuppelden. Het gras was bedoeld als voer voor de konijnen, die de flatbewoners niet hielden als huisdier maar voor hun consumptie. De bewoners leefden er welsiwaar in erbarmerlijke en onhygiënische omstandigheden, maar de eerste conclusie van de journalist was dus onjuist”.

    Een ander voorbeeld is de berichtgeving in de media over de vele kinderen de wegens de hongersnood “in de steek zouden zijn gelaten door hun ouders”. In werkelijkheid ging het vaak om kinderen die door hun ouders “tijdelijk naar een tehuis werden gestuurd zodat ze genoeg te eten zouden krijgen”, een kleine nuance..  Haar punt is dus dat journalisten soms te snel conclusies trekken, terwijl zij als ‘insider’ minder snel een verkeerde analyse zal maken. Het probleem is echter dat journalisten uit wantrouwen per definitie door de autoriteiten als ‘outsider’ worden gezien en diepgaande privégesprekken met de lokale bevolking tot nu toe worden vermeden. De “onwetendheid” van Europese en andere buitenlandse media is dus uitermate moeilijk te doorbreken.

    Foto: Matthijs Gall, cc

  • Hulpverlening Vrijwilligers? Nee, bedankt

    20 september 2012

    De Europese Commissie zet een vrijwilligerskorps op poten om hulporganisaties te ondersteunen in rampgebieden. Organisaties als het Rode Kruis zouden weinig lof hebben voor het project, valt te lezen in La Croix.

    EU zoekt 10.000 vrijwilligers voor rampgebieden”, schrijft De Standaard. Tussen 2014 en 2020 is de Europese Commissie van plan een Europees Vrijwilligerskorps van 10.000 man in te zetten in rampgebieden voor humanitaire operaties als ondersteuning van bestaande hulporganisaties zoals Het Rode Kruis. De Commissie heeft hiervoor 240 miljoen euro gereserveerd, zo valt te lezen in de krant. 

    Europeanen van boven de achttien kunnen zich inschrijven voor vrijwilligerswerk van een maand tot een half jaar. Het klinkt als een lovenswaardig initiatief, maar verscheidene hulporganisaties hebben al kritiek op het plan geuit omdat het contraproductief zou zijn. La Croix schrijft: “Aangezien de sector professionaliteit hoog in het vaandel heeft staan, zitten humanitaire organisaties niet te wachten op goede bedoelingen. Ze zijn vooral op zoek naar geëxperimenteerde en hoog-gekwalificeerde expats, van wie ze mogen verwachten dat ze leiding kunnen geven aan tientallen plaatselijke werknemers”.

    Bovendien is er in Afrika en Azië sprake van een toename van ontvoeringen van westerlingen, waardoor non-profitorganisaties steeds meer op plaatselijke mensen leunen, zelfs als dat betekent dat ze versnelde opleiding van plaatselijk personeel moeten financieren, zo valt te lezen in de Franse krant. Het Franse Rode Kruis is vernietigens in zijn oordeel: “Als het doel is de hulverlening effeiciënter te maken, dan is dit vrijwilligerskorps wel het laatste wat we nodig hebben”, zegt Antoigne Peigney van het Rode Kruis. Deze organisatie heeft in het kader van het EU-programma vorig jaar een eerste groep vrijwilligers begeleid. “In het beste geval krijgen ze een assisterende functie. Maar met het geld dat zo'n vrijwilliger kost, kan ik 10.000 mensen van drinkwater voorzien”. 

    De Europese Commissie was er in 2006 zelf ook al achter gekomen dat het project misschien niet doeltreffend zou zijn. Een onderzoek wees uit dat het “noch realistisch, noch wenselijk” was. Het plan is echter verankerd in het Verdrag van Lissabon, dat voorschrijft dat Echo, het EU-programma voor humanitaire hulpverlening en burgerbescherming, het vrijwilligerskorps desondanks op poten zet. Hoe de politieke besluitvorming tot stand is gekomen en hoe het plan ondanks de twijfels toch in het verdrag is gekomen, is onduidelijk. 

    Foto: © FAO/Sia Kambou, May 2012/EU Humanitarian Aid and Civil Protection

  • Debat Verschrompelende democratie?

    20 september 2012

    Nu onze nationale leiders als verlamd toekijken, zijn het andere instellingen zoals de Europese Centrale Bank, het Duitse Constitutionele Hof en het Europese Hof van Justitie die het stokje van de afhandeling van Europese zaken hebben overgenomen. Een schending van de democratie die zo snel mogelijk hersteld moet worden, vindt een Franse politicoloog. Zouden we niet beter kunnen spreken over de huidige paradox binnen de Europese democratie nu het lot ervan afhangt van de besluiten die de Europese Centrale Bank (ECB) en het Duitse Constitutionele Hof nemen? De Europese politieke leiders lijken momenteel overtuigd van hun onvermogen, of zelfs onwettigheid, om de ‘strijd om de geloofwaardigheid’ van de landen ten opzichte van de markten te winnen. Ze stemmen daarom in met het opgeven van hun bewegingsruimte ten gunste van de ‘onafhankelijke’ instellingen en automatische sanctieprocedures (het beroemde stabiliteitspact). Rechters (nationale en Europese) en centralebankdirecteuren hebben tegenwoordig de hoofdrol bij de dagelijkse afhandeling van Europese kwesties. Beter nog, door een soort van symbolische omkering zijn het voortaan de ‘onafhankelijken’ die het discussieterrein over de toekomst van de Unie bezetten. Daarbij reikt hun invloed een stuk verder dan alleen de functionele legitimiteit die ze aan hun initiële mandaat ontlenen. Zo stapten de bestuurders van de ECB wel heel snel van de verdediging van de ‘prijsstabiliteit’ over op het eisen van ‘structurele hervormingen’ (arbeidsmarkt, loonmatiging, enzovoorts). En zorgden ze er recentelijker nog voor dat ze midden in het hart van de discussie over de structuur van de toekomstige politieke Unie terecht kwamen.

    Benadrukken van grote kwetsbaarheid

    Als ze zich al niet direct bemoeien met de teksten van toekomstige verdragen zelf, zoals nu het geval is met de opdracht die de groep van ‘4 wijzen’ (de voorzitters van respectievelijk de Europese Raad, de Commissie, de Eurogroep en… de ECB) heeft gekregen. Als toppunt van ironie aarzelen deze ‘onafhankelijken’ niet om de lidstaten aan te spreken op hun democratische verplichtingen: stelde president van de Bundesbank Jens Weidmann niet net als ECB-directeur Mario Draghi meermaals dat het nodig is een zekere ruimte vrij te houden voor de ‘democratische verantwoordelijkheid’ binnen de nieuwe institutionele middelen? Stelde het Duitse Constitutionele Hof zich niet meermaals op als uiterste redmiddel voor het nationale parlement? En zo kunnen we nog wel even doorgaan.

    Ondanks twee decennia van de vrijwillige uitbreiding van de bevoegdheden van het Europees Parlement, lijkt alles bij te dragen aan het benadrukken van de grote kwetsbaarheid van de democratische legitimiteit in de Unie en de solide basis van de apolitieke instituten zoals rechtbanken, centrale banken, instellingen en autoriteiten. De delegeringsketen die van de democratisch gekozen machthebbers naar de ‘onafhankelijke’ instituten loopt, wordt daarmee steeds langer.

    Het is daarom moeilijk om zich de zelfverzekerdheid van een José Manuel Barroso eigen te maken, die afgelopen juni tijdens de G20-top nog dacht dat “Europa geen lesje in democratie nodig had” van de opkomende landen. Iemand die de “loop van de Europese opbouw wil veranderen”, kan dat beter doen vanuit de meer realistische vaststelling dat de huidige Europese democratie aan het verschrompelen is. Dientengevolge zou alleen de invoering van de directe verkiezing van de voorzitter van de Commissie – de Duitse diplomatie praat nergens anders over – niet voldoende zijn om een nieuwe democratische impuls te geven aan de hele Europese politiek. Het zou zelfs een nieuwe Europese hersenschim kunnen worden als dat besluit vergezeld zou gaan – zoals de Duitse conservatieven vurig hopen – van een toezegging voor nieuwe bevoegdheden voor de Centrale Bank en het Hof van Justitie.

    Knabbelen aan competentiesfeer

    De omsmelting van de politieke Unie zou in feite vooral gericht moeten zijn op het verzinnen van nieuwe vormen van democratische banden met deze ‘onafhankelijke’ instituten. Het is ongetwijfeld niet langer nodig aan hun competentiesfeer te knabbelen maar eerder om de twee pijlers waaraan ze tot nu toe hun autoriteit ontleenden, te herzien. Enerzijds hebben ze een bepaald idee over hun onafhankelijkheid die beschouwd wordt als het op afstand houden van de belangen waarmee ze geconfronteerd worden, en anderzijds geven ze blijk van een bepaalde pretentie over de wetenschappelijke objectiviteit van hun diagnoses en uitspraken.

    Wat het eerste punt betreft zou de introductie van een vorm van vertegenwoordiging door de sociale partners en politieke minderheden ervoor zorgen dat een werkelijke ‘onafhankelijkheid’ gewaarborgd wordt, en zouden deze nieuwe ruimtes binnen de Europese politiek niet volledig in beslag worden genomen door een groep, een partij of een ideologie. Alleen dat pluralisme is in staat de onlosmakelijk met elkaar verbonden technische en politieke controverses op te lossen die de reikwijdte van het debat verder zullen brengen dan alleen het kringetje van economen en juristen: dat is het tweede punt. Omdat zij de leden van deze instituten nog benoemen, hebben de regeringen nog de middelen om deze zwarte dozen te openen; alleen op deze voorwaarde zullen de democratische Europese instituten, met het Europese parlement op kop, niet vervallen tot eenvoudig gezichtsbedrog.

  • Tweede Kamerverkiezingen Nederland Europa juicht te vroeg

    13 september 2012

    Voor de Europese pers is de verkiezingsuitslag een overwinning voor Europa, maar is dit wel zo? Recente uitspraken van Mark Rutte geven een genuanceerder beeld.

    De Europese pers doet opgetogen verslag van de uitslagen van de Tweede Kamerverkiezingen in Nederland. De teneur is dat de pro-Europese partijen hebben gewonnen, goed nieuws dus voor Europa en de eurozone: “Massale steun voor pro-Europapartijen” (L'Express), “Verkiezingen: een bekrachtiging van Europa” (Le Nouvel Observateur), “Nederlanders laten geloof in Europa zien” (BBC News), “Nederlanders kiezen voor Europa” (Der Spiegel), “Nederland omarmt Europa” (La Vanguardia)...

    Ook binnen Nederland wordt her en der opgelucht ademgehaald: “Goed nieuws voor de belaagde euro is ook dat de gevreesde opstand van de Nederlandse kiezers tegen Europa is uitgebleven. Anders dan PVV-leider Geert Wilders hoopte, is zijn poging mislukt om van de verkiezingen en referendum over Europa te maken”, schrijft Bert Lanting in De Volkskrant.

    Ook al lijkt het ‘eurosceptische gevaar’ geweken met het zetelverlies van de PVV en de tegenvallende score van de SP, uitspraken van Mark Rutte van de afgelopen maanden gebieden ons vraagtekens te zetten bij de zogenaamde pro-Europese koers van het aankomende kabinet: “Genoeg is genoeg” (over extra steunpakket voor Grieken), “Ik ben geen eurofiel”,  "Als ik mijn hand uitsteek naar Zuid-Europeanen dan hoor ik het leer alweer kraken van de stoel waarin ze terugzakken”...Met name de laatste uitspraak is de Europese pers helaas ontglipt.  

    In juni gaf Rutte bovendien in een Kamerdebat aan geen voorstander te zijn van verdere Europese integratie. Hopelijk heeft hij dit standpunt inmiddels gewijzigd, nu voor iedereen duidelijk lijkt te zijn dat verdere integratie de enige mogelijke weg lijkt om uit de crisis in de eurozone te komen. Hoe dan ook, in Brussel zullen zijn ambtsgenoten misschien nog wel voor verrassingen komen te staan.  Met name als het aankomt op zijn solidariteit jegens noodlijdende eurolanden die ondanks bijna onmenselijke bezuinigingen moeite hebben het hoofd boven water te houden. Aan de andere kant: wellicht slaat hij in Brussel een gematigdere toon aan dan binnen Nederland, zoals hem in het verleden al eens verweten is door vertegenwoordigers van de harde lijn.

    Foto: CC Frans Schmit

  • Nucleaire veiligheid De klucht van de Belgische kerncentrales

    27 augustus 2012

     “Op het vlak van nucleaire veiligheid is Europa nergens”, schrijft de Vlaamse politicus Kristof Calvo (Groen) in een opiniestuk dat NRC Handelsblad afgelopen vrijdag publiceerde. Aanleiding van zijn stuk is de driedelige klucht die zich afgelopen zomer in de kerncentrales van België afspeelde. De hoofdrol ging uit naar Willy De Roovere, topman van het Federale Agentschap voor Nucleaire Controle (FANC), bijrollen kregen de overheid en stroomleverancier Electrabel. 

    Het begon allemaal op 12 juli toen La Libre Belgique aan het licht bracht dat er sinds tientallen jaren radioactieve vloeistof uit reactor 1 van de kerncentrale Tihange sijpelt. De gelekte vloeistof, ongeveer twee liter per dag, wordt volgens een woordvoerder van het FANC opgevangen en netjes verwerkt. “Het probleem wordt behandeld en er is geen sprake van externe vervuiling”, vertelde hij de krant. Volgens hem is het “het risico niet onacceptabel zolang het behandeld wordt”. Geen wolkje meer aan de lucht.

    Maar dit veranderde begin augustus toen tijdens een periodieke onderhoudsbeurt bleek dat een reactorvat van kerncentrale Doel te kampen heeft met ‘haarscheurtjes’. Het zou een productiefout zijn. Het FANC nam volgens Le Soir de ontdekking heel serieus en besloot de centrale stop te zetten. Tevens werd er op 16 augustus een spoedvergadering in Brussel georganiseerd. Daarbij waren 31 “nucleaire topexperts uit de hele wereld” aanwezig om te brainstormen over hoe het nu verder moest met de kerncentrale van Doel en wat er gedaan moest worden met de 22 andere reactorvaten van dezelfde makelij die wereldwijd in gebruik zijn. 

    Het topoverleg had volgens Calvo “weinig om het lijf”, want “een afspraak om de potentieel gevaarlijke reactorvaten allemaal te screenen kwam er niet. Waarom niet? De bemoei-je-met-je-eigen-zaken-cultuur van de nationale veiligheidsagentschappen”.

    Gebrek aan transparantie

    En daar zit volgens Calvo het probleem. De zogenaamde experts en ook de overheid houden informatie achter over onregelmatigheden in de kerncentrales.

    Dat de directie van het FANC, een overheidsinstelling notabene, maar weinig transparantie toont werd vorig week helemaal duidelijk. Toen onthulde De Morgen dat de scheurtjes in het reactorvat van Doel 3 als sinds 1979 – nog voordat de kerncentrale aan het draaien werd gezet! – bekend waren bij het FANC. Willy De Roovere, die eind jaren zeventig de constructie en de opstart van Doel 3 leidde; “herinnert zich er niet veel van”, vertelt hij in DM. De reactor voldeed in die tijd aan de eisen. “Kleine fouten komen geregeld voor, meestal zonder gevaar.”  

    Leidt straling tot vergeetachtigheid, of ”botst het veiligheidsdilemma van kernenergie”, zoals de hoofdredacteur Wouter Verschelden van De Morgen in een commentaar schrijft, “met de brute realiteit van een monopolist?” De Roovere werkte namelijk in 1979 voor Electrabel, dat tot op de dag van vandaag de twee kerncentrales uitbaat. Volgens Verschelden is hier sprake van de "traditionele chantage-techniek van Electrabel".

    Europese superregulator nucleaire veiligheid

    Calvo is ervan overtuigd dat het gebrek aan transparantie “een probleem in zowat de hele nucleaire industrie” is. Een “Europese superregulator nucleaire veiligheid” is daarom volgens hem dé oplossing.

    Een Europeanisering van de nucleaire veiligheid zal automatisch zorgen voor meer afstand tussen de controleorganen en de exploitanten. De nucleaire cultuur is hardnekkig en de financiële belangen zijn groot dus eenvoudige oplossingen zijn er niet. Maar voor meer nucleaire veiligheid is het rekenen op meer Europa. Inderdaad, dan bemoeit ‘Brussel’ zich niet alleen met de staatsbegroting, maar ook nog eens met veiligheid en energiepolitiek. Maar het is dat of de lobby die veiligheid van Doel en Tihange blijft bepalen.

    Overigens is het mogelijk dat de klucht nog een staartje krijgt, tot op heden is het namelijk onduidelijk tot wanneer de twee kerncentrales gesloten zullen blijven. Vandaag debatteerde het Belgische kernkabinet over Doel en Tihange. Na afloop vertelde de staatssecretaris van Energie, Melchior Wathelet, dat er geen reden tot paniek is. "Zelfs als het een heel koude winter wordt, zullen er geen problemen zijn". Als de kerncentrales dicht moeten blijven, zal er worden gekeken naar andere oplossingen. Wellicht dat in dat geval de thermische kolencentrale in Ruien weer wordt opgestart, schrijft De Standaard. De donkere wolken zullen nog wel even boven België blijven hangen.

  • Interview Martin Schulz 2/2 “EU-leiders lopen twee jaar achter”

    06 augustus 2012

    Martin Schulz gelooft dat de euro nog kan worden gered. Maar daarvoor moeten de Europese staatshoofden en regeringsleiders de politieke spelletjes vaarwel zeggen en het Parlement een kans geven.

    In een vraaggesprek met Presseurop (lees deel 1 hier) stelt de voorzitter van het Europees Parlement zich reeds op als de leider van het Parlement dat hij wil creëren: een tegenmacht die het volk vertegenwoordigt tegenover de Europese Raad en de Commissie.

    Mijnheer Schulz, de eurocrisis gaat zijn derde zomer in. Valt de eenheidsmunt nog te redden?

    Ja, ik denk dat de euro nog kan worden gered. Dat hangt een beetje af van de bereidheid van alle betrokkenen om eindelijk een duurzaam kader voor de eurozone op poten te zetten. Tijdens de laatste top [de Europese Raad van 28 en 29 juni] hadden wij ’s nachts tijdens een vergadering overeenstemming bereikt en de volgende ochtend zeiden twee regeringen: “Maar dat hadden we niet zo bedoeld”. Zulke incidenten zijn rampzalig. Wij vormen een sterke economische zone, met een sterke munt en zeventien regeringen. Dit kan zo niet doorgaan.

    De eurocrisis is tijdens 25 topbijeenkomsten onderwerp van gesprek geweest. Er zijn, maar alleen in naam, “historische besluiten” genomen. De burgers zijn boos en ontevreden omdat de Europese regeringen hardnekkig de huidige status-quo blijven koesteren. Wat wilt u tegen de Europese burgers zeggen zodat hun geloof in Europa niet helemaal verdwijnt?

    Ik probeer mij vooral met een positieve boodschap tot de Europese burgers te richten. Een boodschap die luidt dat wij heel sterk zijn, als wij dat willen en als wij samenwerken. En dat als we niet willen samenwerken, als we in losse onderdelen uiteenvallen met Duitsland als grootste en Malta als kleinste land, wij de speelbal zullen worden van de belangen van de andere regio’s op onze planeet. We hebben het vaak over “opkomende” landen als Brazilië, Zuid-Afrika, India en China. Ik hoop dat over Europa binnenkort niet van ‘afzakkende’ landen wordt gesproken. Om dat te voorkomen, hebben we een sterk en verenigd Europa nodig. Het probleem ligt niet bij de instellingen. Het punt is dat de regeringshoofden, van de eurozone maar ook van alle 27 lidstaten, geen eenheid willen vormen. Dat heeft te maken met de ideologische confrontatie die in de Raad gaande is. Enerzijds heb je het standpunt dat wordt belichaamd door Duitsland, maar ook Nederland, Finland en andere landen (“Wij betalen niet voor hen”), en anderzijds leeft de gedachte dat onze problemen uitsluitend door een bundeling van de schulden kunnen worden opgelost, wat eveneens een overdreven voorstelling van zaken is. Maar als we er niet in slagen een brug tussen deze beide visies te bouwen en een solide compromis te bereiken, gaan we donkere tijden tegemoet. Dat wil ik tegen de kiezers zeggen.

    U wilt van het Europees Parlement een instelling maken die de Raad van staatshoofden en regeringsleiders het hoofd kan bieden. Wat zou er beter in Europa gaan, wanneer het Parlement het voor het zeggen had?

    Wij handelen op grond van duidelijke meerderheden. Ik zal u drie voorbeelden geven. Twee jaar geleden wenste het Parlement om een investeringspact ter hoogte van 1 procent van het bbp van de eurozone en presenteerde een voorstel daartoe. Het voorstel werd [door de Raad] verworpen. Vorig jaar keurde het Parlement de belasting op financiële transacties goed met 570 stemmen. Zo'n meerderheid, die door alle fracties heen liep, had ik nog nooit eerder meegemaakt. Ook dit voorstel werd verworpen. En twee jaar geleden sprak het Parlement zich met een overweldigende meerderheid uit voor een bankunie. Ook ditmaal werd zijn voorstel van tafel geveegd.

    En nu, na 24 maanden, besluit de Europese Raad zelf tot een bankenunie, een belasting op financiële transacties en een groeipact van 1 procent. En dan verwacht hij ook nog loftuitingen aan zijn adres! Dit zijn dus allemaal ideeën die het Parlement al veel eerder heeft voorgesteld en die de staatshoofden en regeringsleiders in hun arrogantie hebben afgewezen. Daardoor hebben we twee jaar verloren. Kort samengevat: het Parlement handelt, de regeringsleiders helaas niet. Dat elke vijf jaar de opkomst bij de Europese verkiezingen verder terugloopt, doet bij niemand de alarmbellen rinkelen. Wat kunnen we doen om ervoor te zorgen dat de Europese burgers de verkiezingen niet langer aangrijpen om zich op hun nationale regeringen af te reageren?

    Ik denk dat er bij de volgende Europese verkiezingen voor het eerst kandidaten zullen zijn die hun politieke stroming in heel Europa vertegenwoordigen. Socialisten, conservatieven, liberaal-democraten, Groenen, enz. zullen allemaal een kandidaat naar voren schuiven voor het voorzitterschap van de Commissie. Dit alles zal leiden tot een verkiezingsstrijd tussen programma’s en personen. En dan gaat het niet langer om de nationale regeringen, maar om de vraag of links of rechts Europa zal regeren. 

  • Dierproeven Buigt de EU voor de cosmetica-industrie?

    31 Juli 2012

    Vanaf maart 2013 mag er geen cosmetica in de EU meer worden verkocht waarvan ingrediënten op dieren zijn getest. Niet-Europese fabrikanten kunnen het verbod misschien echter omzeilen als ze "innovatieve” producten maken waarvoor nog geen alternatieve proefmethoden zijn.

    In de Europese schappen ligt nog steeds make-up die buiten de EU op dieren is getest. Sinds 2004 is er al een verbod op het uitvoeren van dierproeven voor cosmetica binnen de EU, maar geen verbod op de verkoop van producten met ingrediënten die buiten de EU op dieren zijn getest. Vanaf 2013 komt hier verandering in, althans... als Eurocommissaris John Dalli (Volksgezondheid) daar geen stokje voor steekt, meldt de Süddeutsche Zeitung.

    Het lijkt geen toeval dat een Duitse krant hier aandacht aan besteedt. In Duitsland hebben biologische en natuurlijke cosmetica al jaren geleden een hoge vlucht genomen. De Süddeutsche Zeitung legt uit dat fabrikanten van innovatieve cosmetica buiten de EU echter de dans zouden kunnen ontspringen:

    Dalli overweegt cosmetische dierpoeven toe te staan als een bedrijf kan aantonen dat de proeven noodzakelijk zijn voor een innovatie waar de maatschappij en het mileu baat bij hebben [...] zoals een zonnebrandcrème die je slechts één keer op hoeft te smeren om de hele dag beschermd te zijn”, aldus de woordvoerder van een fabrikantencorporatie. Heeft zo'n crème maatschappelijk belang? Als Dalli toegeeft aan de cosmetica-industrie, lijkt het erop dat hij de winsten van de industrie zwaarder laat wegen dan het lijden van dieren.

    De Duitse dierenbescherming wil niet wachten totdat de industrie voor alle dierproeven erkende alternatieve proefmethoden heeft gevonden. “Dierproeven moeten verhinderd worden, of er nu andere proefmethoden zijn of niet”. De Süddeutsche Zeitung citeert de acteur Roger Moore, die eens gezegd heeft: “Het lijkt me absurd dat het toegestaan is om in Europa cosmetica te verkopen die op dieren is getest, terwijl dierproeven er zelf verboden zijn”. Hetzelfde kan overigens gezegd worden van de verkoop van foie gras in restaurants in Europa, terwijl de productie ervan verboden is in maar liefst veertien Europese landen (o.a. in Nederland, Duitsland, Oostenrijk en Groot-Brittannië). Of heeft foie gras ook een hoger maatschappelijk belang? 

    Een lijst van merken die geen dierproeven doen vind je hier.

    Illustratie: advertentie van PETA tegen dierproeven ten behoeven van cosmetica
  • Interview (1/2) Martin Schulz: "Europees Parlement is plek van democratie in Europa"

    26 Juli 2012

    Martin Schulz is niet op zijn mondje gevallen. In het vraaggesprek met Presseurop tijdens een officieel bezoek aan Parijs wijst de voorzitter van het Europees Parlement erop dat zijn instelling nog altijd moet strijden om een plekje in het communautaire landschap te veroveren. Het is een strijd tegen de markten die hun ritme aan de democratie willen opleggen, tegen het gebrek aan zichtbaarheid van het werk van de Europese afgevaardigden, maar ook tegen de Europese leiders die nog steeds een erbarmelijke visie hebben op het democratisch functioneren van de EU.

    U bent sinds een halfjaar voorzitter van het Europees Parlement met een mandaat tot 2014. Wat is uw belangrijkste missie?

    Het Europees Parlement is de plek van de democratie in Europa. De democratie in Europa moet worden verdedigd en we mogen niet toestaan dat we worden geleid door het beginsel dat de behoeften van de markten de democratie reguleren. De markten moeten juist door de democratie worden gecontroleerd.

    Dat kan niet meer louter binnen een nationaal kader plaatsvinden. Wij hebben een transnationaal parlementair stelsel nodig dat legitimiteit verleent aan de transnationale uitvoerende instellingen. Dat is de taak van het Europees Parlement. En dat is door de uitvoerende macht nooit goed ontvangen. Maar het is in de geschiedenis ook nooit voorgekomen dat een parlement zijn rechten als een geschenk van de machthebbers krijgt toegeworpen. Men heeft altijd strijd moeten leveren voor parlementaire rechten. Dat is mijn eerste plicht.

    Beschikt het Parlement over alle benodigde middelen om deze taak te vervullen?

    Ja. Het Parlement is krachtig genoeg om zijn wetgevende instrumenten te benutten. Een voorbeeld: De Raad van ministers van Binnenlandse Zaken besloot eenzijdig het Parlement uit te sluiten van een deel van het beheer van de Schengenruimte. Het Parlement heeft daarop vijf belangrijke dossiers opgeschort en weigert te onderhandelen zolang de Raad dit onzalige idee niet laat varen. Ik heb reeds signalen ontvangen dat de Raad aan de onderhandelingstafel zal terugkeren.

    Onlangs hebben de voorzitters van de Europese Raad en de Europese Commissie en de president van de Europese Centrale Bank samen het rapport Naar een echte economische en monetaire unie gepresenteerd. De voorzitter van het Europees Parlement heeft er niet aan meegewerkt. Had u gewild dat u daarbij betrokken was of is dit de gebruikelijke gang van zaken?

    Dit laat zien hoe bepaalde vertegenwoordigers van de Europese Unie denken. Wij leven niet ten tijde van het Congres van Wenen, toen de Europese mogendheden achter gesloten deuren bijeenkwamen en vervolgens aan hun verraste onderdanen meedeelden op welke terreinen men besloten had in actie te komen. Wij zijn een multinationale democratie. Dat het Europees Parlement, in dit geval de voorzitter van het Europees Parlement, buiten spel wordt gezet, toont hoe het gesteld is met de democratische gezindheid van deze personen.

    Ik heb me erover verbaasd dat alleen José Manuel Barroso [de voorzitter van de Europese Commissie, red.] bezwaar heeft aangetekend. Ik verwacht geen tegenspraak van Herman Van Rompuy [de voorzitter van de Europese Raad, red.], omdat hij de mensen vertegenwoordigt die geen oog hebben voor het Parlement. Dat geldt niet voor iedereen, maar het is wel de meerderheid. Van de heer Draghi [de president van de ECB, red.] verwacht ik niets en tot op heden heeft Jean-Claude Juncker [de voorzitter van de Eurogroep, red.] zich niet over dit onderwerp uitgelaten.

    Maar wij hebben een succes geboekt. Het Parlement wordt nu bij het proces betrokken en zal net als de nationale regeringen geraadpleegd worden over het plan dat door Van Rompuy is gepresenteerd. Daarna zullen we wel verder zien.

    Een federaal Europa veronderstelt een Parlement met meer macht. Dat lijkt niet te stroken met de huidige opvattingen.

    Het Europees Parlement heeft veel macht. Ik geloof dat wij tot de machtigste wetgevers in Europa behoren. Zo is ACTA door het Europees Parlement verworpen. Ook SWIFT, de overdracht van bankgegevens aan de Verenigde Staten, is door het Europees Parlement verworpen [en vervolgens na nieuwe onderhandelingen goedgekeurd, red.]. Denk ook aan de dienstenrichtlijn, de zogenaamde Bolkenstein-richtlijn die eveneens door het Europees Parlement is verworpen. Zelfs de verlaging van de belkosten voor mobiele telefoons, roaming, is een besluit van het Europees Parlement.

    Wij hebben echter wel een probleem. Wij zijn een machtige wetgever die niet op waarde wordt geschat. Het is aan de voorzitter van het Europees Parlement daartegen in het geweer te komen.

    Hoe is deze situatie volgens u ontstaan?

    De nationale regeringen, die tot een andere tak van het wetgevingsstelsel in Europa behoren, hebben het voordeel dat zij met een nationaal publiek te maken hebben. Daardoor kunnen zij al onze successen tot een nationaal succes omvormen. Het Parlement verdwijnt daarbij vaak uit het zicht. Bovendien hebben we geen regering in Europa.

    Op dit moment is de Commissie de Europese regering, met een meerderheid van regeringen die achter de voorzitter van de Commissie staat en een oppositie die daartegen strijdt. Wij hebben een systeem dat de kiezers op gemeentelijk, regionaal en nationaal niveau kennen, maar niet op Europees niveau.

    Ik hoop dat er met de volgende Europese verkiezingen, waarna de voorzitter van de Commissie door het Europees Parlement wordt gekozen, zo'n structuur komt: de voorzitter van de Commissie wordt door een meerderheid gekozen die hem of haar het groene licht geeft en hem of haar steunt, met een minderheid die oppositie voert. Ik heb de hoop dat daardoor de zichtbaarheid van het Parlement bij het publiek wordt vergroot.

    Een parlement verkrijgt legitimiteit door verkiezingen. Het Europees Parlement kan zijn legitimiteit vergroten via verkiezingen met een echt Europees karakter. Kunt u als voorzitter van het Parlement bewerkstelligen dat er voortaan transnationale lijsten komen?

    Volgens mij gaan we die kant op. Hier is het Verdrag van Lissabon van toepassing en daarin staat dat de Europese Raad een kandidaat of kandidate uit het Parlement als voorzitter van de Commissie voorstelt met inachtneming van het resultaat van de Europese verkiezingen.

    De grote politieke stromingen in Europa zijn bezig een procedure te ontwikkelen voor de benoeming van een kandidaat op Europees niveau op deze post van voorzitter. We krijgen dan een verkiezingscampagne waarbij er voor het eerst geen oproep wordt gedaan om te stemmen voor het Europees Parlement. Dat is merkwaardig. De kiezer vereenzelvigt zich met zijn politieke voorkeur door de strijd tussen de kandidaten, niet door een oproep om een instelling te kiezen.

    De kiezers wisten nooit goed wat er met hun stem ging gebeuren: Wat doen de afgevaardigden die ik heb gekozen? Wat doen ze met mijn stem? Daardoor werden de Europese verkiezingen tot een soort nationale test gereduceerd. Ik geloof dat de situatie er de volgende keer al anders uit zal zien. Dat zal leiden tot een grotere opkomst. En dat vergroot de legitimiteit van het Parlement.

  • Communicatie “Science, it's a girl thing” is virale flop

    11 Juli 2012

    Het EU-filmpje Science, It's a girl thing! waarin meisjes worden aangespoord tot een wetenschappelijke carrière, is na een storm van negatief commentaar van internet gehaald. Ook de Europese pers is unaniem in zijn kritiek, althans, bijna.

    Voor de tweede keer heeft de Europese Commissie een filmpje van een EU-website gehaald: Science, It's a girl thing! Het filmpje was bedoeld als teaser voor een EU-campagne om meer meisjes te laten kiezen voor exacte beroepen. Maar na een storm aan kritiek dat het filmpje sexistisch en oppeprvlakkig zou zijn, heeft de Commissie het filmpje van haar website gehaald.

    Alle clichés zitten erin”, schrijft de Franse nieuwssite Rue89: “de kleur roze, minirokjes, naaldhakken, wiegende heupen (die zelfs een mannelijke wetenschapper van zijn stuk brengen die er desondanks heel serieus uitziet, de enige die echt aan het werk is), stoute blikken vanonder zonnebrillen, en overal lippenstift (die aan het eind de ‘i’ uit het woord ‘science’ vormt)

    “Een viraal fiasco”

    Deze campagne had zo'n slecht in elkaar geflanst lanceringsfilmpje dat het zeker gebruikt zal worden als lesonderwerp en examenvraag voor communicatiestudenten in heel Europa en daarbuiten”, schrijft Curt Rice in The Guardian. Rice was een van de leden van de “gender expertgroep”, een aanbevelingscommissie voor genderkwesties in aanloop naar de campagne. Van de aanbevelingen is volgens hem echter niets terug te vinden in het eindproduct: een “viraal fiasco”, een sexistisch filmpje met “stereotype clichés”.  “Het filmpje was zo shockerend dat de Europese Commissie moest ontkennen dat het ironisch bedoeld was”. Rice spoort geïnteresseerden op een beter filmpje te maken, door mee te doen met de wedstrijd.  

    Ook Liz Moyer uit felle kritiek op het filmpje. Op haar blog in de Wall Street Journal schrijft ze: “Blijkbaar denken ze bij de Europese Commissie dat door middel van roze nagellak, bellen en discolichten meisjes ertoe kunnen brengen voor wetenschap te kiezen [...] Zouden we de aandacht van meisjes niet beter verschuiven van frivole dingen zoals makeup en mode naar intellectuele bezigheden waar ze hun leven lang iets aan zullen hebben? [...] De belangrijkste ingrediënten voor een succesvolle wetenschappelijke carrière zijn nieuwsgierigheid en enthousiasme, niet lipgloss”.

     “Een spotje van Maybelline”

    Ruth Amos, een Britse ingenieur, is minder fel van toon. In The Independent nuanceert zij het beeld dat het filmpje overbrengt, ook al hebben velen “vast gedacht dat het een spotje van Maybelline was”.  Ze schrijft: “Ik ben zelf ook erg meisjesachtig. Daar is niets ergs aan. Ik ben gek op schoenen, mode en make-up en ik steek dat niet onder stoelen of banken. Maar het beeld dat de media neerzetten van exacte beroepen is er altijd een van twee uitersten: oersaai of overdreven glamourous zonder enige inhoud”. 

    In NRC Handelsblad is een heel ander geluid te horen. De krant plaatst een opiniestuk van Antoinette Thijssen van het instituut Rathenau waarin zij het filmpje verdedigt. “Niemand [van de critici] lijkt zich te verplaatsen in de leefwereld van de jonge meiden op wie de campagne zich richt. Dit zijn meiden die volop bezig zijn om hun identiteit te ontwikkelen in een cultuur die hen bestookt met tegenstrijdige signalen. Deze cultuur is door en door geseksualiseerd, met rolmodellen als Katy Perry en Rihanna die in respectievelijk nauwsluitend latex en ondergoed over podia kruipen, maar houdt meiden ook voor dat ze carrière moeten maken en de top moeten bereiken [...] Het effect van series als CSI: Crime Scene Investigation en Bones illustreert dat glamour wel kan werken als je meiden wilt verleiden tot een bètaloopbaan. Deze series, waarin beeldschone, zeer intelligente vrouwen hun mannetje staan in het oplossen van misdaden met behulp van forensische technieken, hebben geleid tot een enorme belangstelling bij vooral jonge vrouwen voor opleidingen op het gebied van forensisch onderzoek”.   

  • Podiumkunsten Avignon, een must voor theaterliefhebbers

    06 Juli 2012

    Liefhebbers van theater mogen het Festival d'Avignon niet missen. Het als het Holland Festival is dit evenement is al meer dan zestig jaar een belangrijk meetingpoint voor de podiumkunsten.

    Theaterliefhebbers kunnen vanuit Amsterdam bijna direct door naar Avignon. In het Zuid-Franse stadje vindt van 7 tot en met 28 juli het internationale Festival d'Avignon plaats. Avignon, “the place to be voor de theaterveelvraat” wordt dan “overrompeld met toptheater”, zoals te lezen valt in Knack. Het is dit jaar de 66e editie waarbij tegelijkertijd de honderste geboortedag van de oprichter, Jean Vilar (1912-1971), wordt gevierd. Le Nouvel Observateur beschrijft hem als “een groot dienaar van het publiekstheater, die op de bühne hooghartig was maar in de coulissen bescheiden”.

    Dagblad Les Echos wijst zijn lezers ook op het festival “Off” dat sinds 47 jaar tegelijkertijd plaatsvindt als tegenhanger van het “zeer institutionele en elitaire festival “In” ”. Maar door de jaren heen lijkt ook het Off-festival elitaire trekken te vertonen, want inschrijven als toneelgroep kost veel geld. “Een zaal huren voor de duur van het festival kost tussen de 8.000 en 20.000 euro voor twee uur per dag”, vertelt een toneelmaakster. 

    Zowel het bij “officiële” als het “Off”-festival vertonen niet alleen Franse kunstenaars hun werk. Knack schrijft: “dit gerenommeerde festival nodigt zowat alle toonaangevende theaterkunstenaars uit de omstreken uit. Geven present: onder meer William Kentridge, Forced Entertainment, Thomas Ostermeier, Christoph Marthaler en Romeo Castellucci. Choreograaf Sidi Larbi Cherkaoui vertegenwoordigt België met Puz/zle. Gastcurator is de Britse regisseur en acteur Simon Mc Burney.”. Frankrijk, Portugal, Hongarije, Israël, Groot-Brittannië, België, Duitsland...de deelnemende kunstenaars in Avignon komen inderdaad uit allerlei windstreken, maar niet uit Nederland.

  • Rio+20 Geen eurocrisis voor het klimaat

    19 Juni 2012

    Noem het woord ‘crisis’ en onze Europese leiders zijn bereid het hele continent, en als het moet zelfs een oceaan, over te reizen. Of het nu gaat om omvallende banken, de schuldencrisis of om een stimuleringsfonds van 120 miljard euro, de Hollandes, Merkels en Ruttes van Europa willen er wel een top overhouden. Voor ‘s werelds belangrijkste milieutop zijn ze echter niet te porren.   Twintig jaar na de eerste VN-duurzaamheidstop, toen een eerste aanzet werd gegeven tot een klimaatakkoord dat heeft geleid tot het Kyoto-protocol, vindt vanaf woensdag 20 juni in Rio de Janeiro de top Rio+20 plaats. Het mag dan de grootste VN-conferentie ooit zijn (er nemen vijfduizend mensen aan deel), de regeringen van onder meer Groot-Brittannië, België, Nederland, Duitsland en Frankrijk denken dat hun ministers of staatssecretarissen de zaken wel kunnen afhandelen. En de Europese leiders mogen de top dan niet hoog op hun prioriteitenlijstje hebben staan, veel milieuorganisaties maken zich wel zorgen over het verloop van Rio+20. Zo meldt Trouw dat Milieudefensie (die overigens met een concludeert dat de top “gekaapt lijkt door het internationale bedrijfsleven”. De organisatie vreest dat “multinationals de ‘onafhankelijke’ Verenigde Naties in verontrustende mate” in hun greep krijgen. “Het onderwerp duurzame ontwikkeling is op de agenda vervangen door groene economie, waarin een zeer dominante rol is weggelegd voor internationale marktpartijen onder leiding van onder meer Shell”, zo schrijft de Nederlandse krant.

    Sabotage niet nodig

    Sabotage van de milieutop door het bedrijfsleven lijkt, als we voormalig VN-klimaatchef en tegenwoordig adviseur bij KPMG op het gebied van klimaat en duurzaamheid Yvo de Boer mogen geloven, echter helemaal niet nodig. Hij zegt in De Telegraaf dat deelnemende landen er zelf wel voor zorgen dat de top mislukt: “De onderhandelingen lopen zo stroef dat Rio+20 op korte termijn geen gevolgen zal hebben voor het Nederlandse bedrijfsleven.”

    Ook Greenpeace heeft er een hard hoofd in. "Van de 287 paragrafen beginnen er slechts zeven met 'wij verbinden ons tot'", zegt Daniel Mittler, politiek directeur van de milieuorganisatie in de Belgische Knack. "Het woord 'vrijwillig' duikt 16 keer op, terwijl 'zo nodig' – VN-taal om gewoon niets te doen – domineert met 31 vermeldingen. [..] Als de laatste tekst van de Braziliaanse regering in grote lijnen wordt goedgekeurd, wordt de wereld veroordeeld tot een toekomst van vervuiling, plundering en vernietiging. Er is geen actie hier, geen inzet, geen toekomst die we willen", aldus Mittler.

    Hoe zorg je dat de Europese leiders nu meteen hun vliegtuig (dat vliegt op frituurvet, natuurlijk) pakken of de auto voor laten rijden om wel knopen door te hakken in Brazilië? Ik vrees dat dat nog een hele dobber gaat worden. Zo lang er nog geen directe koppeling is tussen het milieu en de zoveelste crisis in de eurozone, Griekenland of bij de banken, zien de EU-leiders geen brood in de klimaatcrisis. Misschien moeten er maar eens wat spindoctors of politieke campagneleiders op de zaak worden losgelaten. Mexico heeft nog wel wat tips.

     

    Foto: www.stichtingmilieunet.nl  

  • België Sharia4Belgium, verbieden of niet?

    07 Juni 2012

    Politici roepen om een verbod op Sharia4Belgium, na de uitlatingen van diens woordvoerder naar aanleiding van het 'nikaab-incident' in Molenbeek afgelopen vrijdag. Maar verstandig is zo'n verbod niet, aldus stemmen in de Vlaamse pers. De gebeurtenissen zijn echter veelzeggend over de onmacht van politici en politie.

    De SP.A heeft op 6 juni een wetsvoorstel ingediend om extremistische groeperingen te kunnen verbieden, meldt De Standaard. Het wetsvoorstel heeft vooral Sharia4Belgium in het vizier, een radicale organisatie die de afgelopen dagen opnieuw van zich heeft doen spreken na het zogenaamde 'nikaab-incident' in de Brusselse randgemeente Molenbeek. Na een identiteitscontrole van een jonge vrouw in nikaab onstonden rellen; de organisatie zou moslims hebben opgeroepen zich te verzetten, onder andere in een filmpje op YouTube waarin de woordvoerder de Belgische politie ‘vijanden van Allah’, ‘Roemeinse honden’ en ‘ongelovigen’ noemt. De woordvoerder van de organisatie, Fouad Belkacem alias Abu Imran, is op 7 juni aangehouden wegens discriminatie en het aanzetten tot haat jegens niet-moslims in twee filmpjes die hij op YouTube heeft geplaatst. Vorig jaar was hij reeds veroordeeld voor soortgelijke feiten.

    Belkacem wentelt zich in slachtofferrol

    Een verbod op de organisatie lijkt door een meerderheid gesteund te worden, premier Elio Di Rupo incluis, maar valt bij de pers in slechte aarde. In De Standaard betoogt Guillaume Van der Stighelen:

    Een regering moet geen kledingstukken of organisaties verbieden. Een regering moet duidelijke wetten maken voor een leefbare samenleving. En als er groeperingen of klederdrachten zijn die die regels overtreden, dan moet de uitvoerende macht tegen de overtreders optreden. Los van hun relgieuze of etnische achtergrond.

    Ook buitenlandredacteur van De Morgen, Ayfer Erkul, keert zich tegen een verbod. Het zou het tegenovergestelde effect hebben, waarschuwt zij:

    Voor de regering overgaat tot een verbod van Sharia4Belgium, moet er toch even goed nagedacht worden. Want dit zullen de gevolgen zijn van een verbod: meer aanhang, een grotere slachtofferrol waarin Belkacem en de zijnen zich kunnen wentelen maar geen greintje minder extremisme. Belkacem, gesterkt door het verbod, richt daarna gewoon een andere groepering op. [...] Als de commotie ophoudt, is hij van geen en nullerlei betekenis meer. Maar zolang hij in de spotlichten blijft, kunnen hij en zijn groepering doen waar ze het best in zijn: de islamofobie in het land nog eens goed oppoken.

    Verscheidene advocaten pleiten eveneens tegen een verbod. De Gazet van Antwerpen citeert de Antwerpse advocaat Raf Jespers, die waarschuwt dat andere organisaties hier onbedoeld het slachtoffer van zouden kunnen worden:

    Een wet die radicale organisaties verbiedt kan vroeg of laat aangewend worden tegen politieke of syndicale opposanten. Dat is een groot gevaar. [...]  Ik ben er voor dat Sharia4Belgium in het oog wordt gehouden en dat de leden gestraft worden als ze de wet overtreden. Maar de gretigheid waarmee dit groepje wordt opgevoerd om een zeer verregaande wetgeving, die historisch altijd op verzet van alle democraten in dit land heeft gestoten, door te voeren vind ik verontrustend.

    ‘De problemen zijn al tientallen jaren bekend’

    Voor Rik van Cauwelaert laat het incident en de daaropvolgende rellen vooral zien dat Brussel niet in staat is om het hoofd te bieden aan integratieproblemen. In Knack schrijft hij:

    Het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest kan dit soort samenlevingsproblemen duidelijk niet alleen aan. Brussel is geen volwaardig gewest [...] het is ook geen stad. Brussel is een groot dienstencentrum [...] De problemen zijn al tientallen jaren bekend [...] 28% van de jonge Brusselaars verlaat de school zonder diploma. 30% heeft geen werk. het gemiddelde inkomen ligt zo'n 15% onder het nationale gemiddelde [...] Na de door Sharia4Belgium gestuurde opstootjes in Molenbeek tuimelen Franstalige en Brusselse politici plots over elkaar om toch maar met de strafste verklaringen uit te pakken over het hoofddoekenverbod, de invoering van de inburgeringscontracten en het buiten de wet stellen van organisaties als Sharia4Belgium.

    Van Cauwelaert schrijft verder dat de talloze internationale instellingen en diensten die in Brussel gevestigd zijn, de Brusselse bevolking nauwelijks ten goede, in tegenstelling wat velen beweren:

    Brussel zelf brengt niets voort en zeker geen rijkdom. Anders hadden de verpauperde en werkloze allochtonen in Molenbeek, Anderlecht, Schaarbeek en Sint-Joost-ten-Node dat wel gemerkt. 

    Politie vreest voor escalatie

    In De Standaard hekelt Luckas Vander Taelen het politieoptreden bij het nikaab-incident, dat zijns inziens onvoldoende was. De vrouw in kwestie was al snel weer vrijgelaten, ondanks de kopstoot die ze aan een politeagente had uitgedeeld. Volgens hem buigt de politie uit angst voor escalatie:

    Brutale betogers sussend toespreken en een agressieve arrestant vrijlaten gaven een ander dubbelzinnig signaal: dat de straat het kan halen van de wet. [...] Als er nu weer een stap wordt teruggezet op de weg van het respect voor de wet en men steeds meer toegeeft aan agressieve intimidatie, dan kan dit niet anders dan een bijzonder nefast effect hebben op het beeld dat jongeren hebben van de overheid. Zo groeit in bepaalde wijken een territoriummentaliteit en worden interventies van handhavers van de wet moeilijk getolereerd.[...] Brussel staat niet in brand; verre van. Maar hier en daar smeult een vervelend vuurtje.

  • Griekenland - Groot-Brittannië Het gevaar van de vissersbootjes

    29 Mei 2012

    Hoe ze zullen komen, is niet bekend. Misschien komen ze en masse in gammele vissersbootjes de Theems op varen of boeken ze gewoon een enkeltje bij een lowbudget-vliegmaatschappij van een Griekse landgenoot. Maar één ding is zeker: de Britten zitten niet te wachten op de Griekse immigranten en zijn bezig met het opstellen van een calamiteitenplan om ze buiten de deur te houden. Het idee dat Groot-Brittannië overspoeld gaat worden door armzalige Grieken als de economie daar instort, houdt de Britten uit hun slaap. In een interview met The Daily Telegraph zegt de minister van Binnenlandse Zaken Theresa May dat ze vreest dat Groot-Brittannië, dat geen onderdeel is van de eurozone, een aantrekkelijk alternatief vormt in het geval de eurozone uiteenvalt en dat de regering plannen aan het maken is om zich hierop voor te bereiden. Ook beweert ze dat het vrije verkeer van personen en goederen wat de Britten betreft, niet opgaat bij zo’n calamiteit. The Daily Telegraph noemt het plan van May “zeer verstandig” en hoewel de krant meent dat het einde van de euro – of zelfs de EU – niet erg waarschijnlijk lijkt, dat “half jaren '80 dat ook over de Sovjet Unie werd gezegd”. Groot-Brittannië moet zich daarom ook op een eventuele ‘Grexit’ voorbereiden, want “het onvermogen van het Westen om te voorzien dat het instorten van de Sovjet-Unie een grote economische migratie teweeg zou brengen, is een van de grootste fouten van de afgelopen jaren geweest”. Het eiland werd een van de “favoriete bestemmingen voor immigranten uit de hele wereld” en dat terwijl het er op het gebied van huisvesting, scholen, ziekenhuizen en infrastructuur weinig tot geen maatregelen waren getroffen. De Volkskrant schrijft dat enkele maanden geleden ook al uitlekte dat het Ministerie van Buitenlandse Zaken rekening houdt met een situatie waarbij Britse expats (“vrouwen, kinderen en bankiers eerst”) moeten worden gered voor het geval er in Griekenland grote onlusten uitbreken. De krant voegt daar cynisch aan toe dat de “jongste noodscenario’s gaan over het sluiten van de landsgrenzen wanneer werkloze Grieken hun vaderland massaal de rug toekeren. Aanmerkelijk minder moeite hadden de Britten afgelopen jaren met de influx van Griekse miljonairs”. In Groot-Brittannië wordt vooral gevreesd wat het effect van de plannen zijn voor “Britten die op vakantie willen in Griekenland”, aldus Denis MacShane, voormalig minister van Europese Zaken, in – de niet altijd even betrouwbare – tabloid The Sun. En niet alleen in Groot-Brittannië liggen ze wakker van de komst van immigranten. In Griekenland zelf, waar de regering vanaf eind juni de rekeningen niet meer kan betalen, gaan ze gewoon door met de bouw van een hekwerk van elf kilometer lang (kosten worden geraamd op drie miljoen euro) om vluchtelingen die via Turkije het land proberen te bereiken, tegen te houden. Deskundigen vragen zich af of de grensversterking zin heeft, maar de angst voor de immigranten zit zo diep, dat de Griekse overheid bereid is zich nog verder in de schulden te steken. En dat is iets wat van alle tijden is en in alle landen voorkomt. En, ach, uiteindelijk is ook veel makkelijker om je te richten op een boosdoener van buitenaf dan je te richten op de problemen in het eigen land.

     

    Foto: Adri Zellenrat / www.grieksegids.nl  

  • Filmfestival Cannes Europese sterren op de rode loper

    24 Mei 2012

    Europese glitter en glamour. Dat roept vraagtekens op, want tegenwoordig wordt Europa vooral geassocieerd met een eindeloze crisis. En dat is jammer, want Europa is meer dan een 27-koppig monster dat verdeeldheid zaait. Als we uit het krakende raamwerk van de euro stappen, als we Brussel verlaten en met de trein – ja, het blijven crisistijden, laten we net als de nieuwe socialistische Franse president voor een sober vervoermiddel kiezen – en afreizen naar de place to be de stad waar Europa momenteel letterlijk en figuurlijk in het zonnetje wordt gezet, dan moeten we uitstappen in Cannes.

    Op 16 mei ging daar het 65e Filmfestival van start. Tweeëntwintig internationale films strijden om de welbegeerde Gouden Palm die op zondag 27 mei uitgereikt zal worden. Bijzonder aan de officiële selectie is dat achttien films daaruit gesteund zijn door het Europese programma MEDIA. Eurocommissaris voor Onderwijs, Cultuur, Meertaligheid en Jeugdzaken Androulla Vassillou vertelt:

    Het verheugt me dat Europese films opnieuw goed vertegenwoordigd zijn in Cannes. Dat is de mooiste beloning voor onze acties en het bewijs dat Europa door middel van doelgerichte investeringen een wezenlijke bijdrage kan leveren aan de audiovisuele sector en de cultuur.

    Op zondag 20 mei reikte zij de eerste Mediaprijs uit. Een bedrag van 600 duizend euro dat ging naar de Iraanse regisseur Asghar Farhadi en zijn Franse producent Memento Films Production. Farhadi die in 2009 bekend werd met zijn film À propos d’Elly (‘Over Elly’, bekroond met een Zilveren Beer), maakte vorig jaar pas echt furore met zijn film La Séparation (‘De Scheiding’, bekroond met een Gouden Beer en met een Oscar voor de beste buitenlandse film). Het geld is bestemd voor de productie van Farhadi’s nieuwe film die door Memento films wordt geproduceerd en dit najaar in Parijs en zijn banlieues zal worden opgenomen. 

    Een groots Europees programma die de kleintjes wil helpen”, schrijft de Franse krant Le Monde lovend. Ondanks de bezuinigingen in de Europese lidstaten, verdedigt Vassillou het belang voor een grotere subsidiepot voor Europese films. Over de periode 2014-2020 wil zij via het programma MEDIA 900 miljoen euro beschikbaar stellen voor:

    De versterking van de productie en distributie van films, de digitalisering van bioscopen en films, maar ook voor de vergroting van het publiek via onderwijs in beeldende vorming.

    Het programma Creative Europe, waar MEDIA onder valt, wil Vassillou met 35 procent verhogen. Dit zou neerkomen op zo’n 1,8 miljard euro voor de periode 2014-2020. 

    Le Monde benadrukt dat voordat het zover is, Vassillou eerst de Europese ministers van Financiën moet overtuigen. Daar heeft ze tot 2013 de tijd voor, dan pas wordt er in het Europees Parlement gestemd over haar project.

    In Nederland kan dat nog wel eens een helse klus worden. Door de extra bezuinigingen die het kabinet boven de geplande 18 miljard moet doorvoeren, hebben sommige politiek partijen al laten weten er niet achter te staan dat Brussel zijn uitgaven vergroot terwijl de lidstaten moeten bezuinigen.  

    Voordat er een streep door kunst en cultuur wordt getrokken, zou het goed zijn om de argumenten voor extra cultuursubsidies juist in het licht van de economische crisis te bezien. Creatieve ideeën kunnen bijdragen aan creatieve oplossingen voor complexe problemen. Bovendien zorgt cultuur in sombere tijden voor afleiding, reflectie en (afhankelijke van het onderwerp) vertier. In plaats van onszelf blind te staren op een lange donkere tunnel, kun je beter in een donkere bioscoop zaal gaan zitten om inspiratie op te doen.

    Minister De Jager en premier Rutte, doe uw slippers aan, zet uw zonnebril op en stap in de eerste trein naar Cannes. Neem ook Staatssecretaris Zijlstra van OC&W mee, want die zal vast en zeker koppijn hebben door het rapport Slagen in Cultuur dat de Raad van Cultuur hem op 21 mei overhandigde. U zult vast blij verrast zijn als u de sterren van de Europese Unie over de rode loper ziet lopen. En wat als Nederland hier over een paar jaar gehuldigd zou worden? 

    Of bekijk hier de trailers van de 22 films die officieel geselecteerd zijn op het Festival.

  • Maffia Het grootste bedrijf van Europa

    10 Mei 2012

    De bewering van criminoloog Cyrille Fijnaut in de Volkskrant dat de Italiaanse maffia zich over het hele Europese continent heeft verspreid, is niet nieuw, maar aandacht voor het onderwerp blijft nodig. De EU grijpt namelijk nog steeds niet in. De gemiddelde Nederlander denkt bij het horen van het woord ‘maffia’ misschien aan strakke maatpakken, snelle auto’s en zeer waarschijnlijk aan een afgesneden paardenhoofd op een hoofdkussen. Maar het heeft ook iets bijna exotisch. Wat hebben wij als Noord-Europeanen nou met de Italiaanse maffia te maken? Meer dan je misschien denkt. Al in de jaren tachtig van de vorige eeuw trok de Italiaanse onderzoeksrechter Giovanni Falcone aan de bel. Hij zag grote gevaren in de afschaffing van de controles aan de binnengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie dat tot de verspreiding van maffieuze praktijken zou leiden. De Sicilliaanse maffia was duidelijk niet blij met het werk van Falcone: in 1992 werd hij vlakbij Palermo om het leven gebracht.

    Waarschuwingen

    Het is niet bij waarschuwingen van alleen Falcone gebleven. Verschillende Italiaanse deskundigen hebben gewezen op het gevaar van de Italiaanse maffia. Zo waarschuwde Robert Saviano, schrijver van het boek ‘Gomorra’, in 2009 in NRC Handelsblad voor de invloed van de maffiosi in Europa. De Camorra uit Napels, de ‘Ndrangheta uit Calabrië en de Cosa Nostra uit Sicilië gebruiken volgens hem Noord-Europa als plek om miljarden te investeren én als vluchthaven voor door Italië gezochte criminelen. Zo bleven Fillipo Cerfeda, Giuseppe Nirta, Giovanni Strangio, Gianluca Racco allen lang verborgen in Nederland. Saviano noemde in het Belgische Express de maffia, die jaarlijks een omzet draait van 515 miljard euro, “het grootste bedrijf” in Europa. “Helaas interesseert het Europese politici niet”, aldus de Italiaanse schrijver. In 2010 stelden maffiaexpert Antonio Nicaso en officier van justitie Nicola Gratteri in het boek 'De Italiaanse maffia in Nederland' dat de bestrijding van de maffia hoog op de Europese agenda moet komen te staan. Nicaso: “Zij gaan door met investeren, en zullen proberen net als in Italië jullie systeem te infiltreren. Ze zullen nauwelijks zichtbaar zijn, het zal geleidelijk gaan, maar de volgende stap is corruptie. Dat is een risico dat voor heel Europa geldt.”

    Politieke gevoeligheid

    Fijnaut zegt in de Volkskrant dat de politiek zich nauwelijks interesseert voor het probleem omdat “tot nu toe nooit is gebleken dat de Italiaanse maffia een machtspositie […] in bepaalde sectoren van de economie heeft opgebouwd” en controleert “de Italiaanse maffia buiten Italië geen politieke partijen, vakbonden of openbare besturen”. Fijnaut vreest echter dat de maffia zich heeft kunnen aanpassen aan de politieke, economische en culturele omstandigheden die elders heersen, waardoor het bijna niet opvalt dat het om de maffia gaat. “Men [moet] zich niet in slaap laten sussen [...]. Is de opbloei van La Cosa Nostra in de Verenigde Staten hiervan niet het beste voorbeeld?” Vanwege de “politieke gevoeligheid van dit vraagstuk” (welke politicus wil er nou toegeven dat zijn land te maken heeft met de maffia?), vindt hij het van het grootste belang dat er een multinationale wetenschappelijke onderzoeksgroep wordt opgericht door de Europese Commissie zodat het onderwerp eindelijk bespreekbaar wordt. Geen gek idee, lijkt mij zo. Europa, waar wachten we nog op?

    Foto: imdb.com