Het beste uit de Europese pers

Feed Blog

  • Schengenzone

    Nederland nog steeds gezien als spelbreker

    02 februari 2012

    Terwijl de Roemeense president spreekt van "misbruik" van Nederland ten aanzien van het veto tegen uitbreiding van de Schengenzone, roept een Roemeense journalist op tot verzoening. Het Nederlandse gedoogkabinet zal toch op zekere dag vallen.

    De Nederlandse volharding in het afwijzen van de toetreding van Roemenië en Bulgarije tot de Schengenzone stuit bij de meeste politici in Roemenië en Bulgarije nog steeds op onbegrip. De Roemeense president Traian Băsescu sprak maandag over het "misbruik" van Nederland, zo valt te lezen in de Bulgaarse krant Dnevnik. "De opkomst van anti-Europese partijen in sommige Europese regeringen baart me zorgen", aldus Băsescu op een conferentie ter ere van de vijfarige verjaardag van de EU-toetreding van Roemenië.

    Eerdere reacties van de Roemeense politieke klasse in Boekarest waren niet altijd van de lucht. Zo ontketende het Nederlandse veto in september een blokkade van Nederlandse bloemen door de Roemeense douane, werd een bezoek door Mark Rutte aan Sofia in oktober door Bulgarije afgezegd en riep de Roemeense president in december de bevolking op om Nederlandse groenten links te laten liggen. Volgens de Roemeense journalist Ovidiu Nahoi zou een meer verzoenende houding hen niet misstaan. In het weekblad Dilema Veche schrijft hij: "Voor ons Roemenen is 2012 een jaar dat van cruciaal belang zal zijn, want we moeten voor eens en voor altijd op de 'Schengentrein' stappen. Maar juist dit dossier wil maar niet vlotten. En ondanks de steunbetuigingen van het Deense EU-voorzitterschap zijn de vooruitzichten nogal somber. Want het is duidelijk dat de Nederlandse regering geen strobreed toe lijkt te willen geven. Het beleid waarop de huidige coalitie in Den Haag gebaseerd is laat overigens doorschemeren dat Nederland zich zal verzetten tegen elke uitbreiding van de Schengenruimte"

    De reacties van Roemenië op het Nederlandse "nee" zullen waarschijnlijk averechts werken, meent Ovidiu. Volgens hem zouden de Roemeense politici er beter aan doen een meer verzoenende houding aan te nemen, en erop te vertrouwen dat het gedoogkabinet valt : "Toegegeven, vanuit Boekarest waren nogal provocerende geluiden te horen richting Nederland: zo was er de 'tulpenoorlog' en vervolgens de boycot van [Nederlandse] groenten. Maar zulke houdingen hebben slechts tot gevolg dat de Nederlanders zich nog solidairder tonen met hun regering, en geven Den Haag een extra argument om "Nee" te zeggen. Hadden we daarentegen niet beter een meer gematigde toon moeten aanslaan en onze hoop moeten vestigen op de overtuiging van de Nederlandse publieke opinie dat haar regering het bij het verkeerde eind heeft?" De felle toon van de Roemeense politiek valt onder meer te verklaren door de Roemeense verkiezingen die op komst zijn: "Aan de andere kant: Boekarest weet dat zolang de huidige gedoogcoalitie werkt, met Wilders als minderheid maar toch van essentieel belang, onze kansen praktisch nihil zijn. Daarom is wat wapengekletter goed voor het binnenlandse imago [van de Roemeense regering] en is een verzoenende houding richting Nederland iets wat aan toekomstige regeringen wordt overgelaten. Wij hebben weliswaar parlementsverkiezingen in november, maar in 2014 worden die in Nederland gehouden. Schengen zal dus moeten wachten".

  • Crisis eurozone

    Rapport terugkeer gulden "zeer explosief"

    29 januari 2012

    Krijgt Wilders gelijk, is het goedkoper om de gulden in ere te herstellen? Volgens Business Insider wordt het rapport over een paar dagen bekendgemaakt en bevat het "explosief materiaal". Het zal door velen worden tegengesproken, maar het hek zal van de dam zijn in Nederland, en wellicht ook in Duitsland.

    Over een paar dagen is het blijkbaar zover: de resultaten van het haalbaarheidsonderzoek naar een terugkeer naar de gulden worden bekendgemaakt, zo valt te lezen op de website Business Insider. Lombard Street Research, het onderzoeksbureau dat in opdracht van de PVV heeft onderzocht wat het Nederland zou kosten als de gulden opnieuw wordt ingevoerd, zal met zijn rapport naar buiten treden.

    Toen Wilders in november zijn plannen hiertoe uit de doeken deed, werd dat overwegend afgedaan als een abdurd idee, zoals in De Volkskrant: Nederland heeft immers veel van zijn welvarendheid te danken aan de euro en een terugkeer naar de gulden zou een financiële ramp betekenen. Een genuanceerder geluid viel her en der te horen, maar de argumenten voor de gulden werden overstemd door het pro-eurogeluid.

     Volgens Business Insider zouden Wilders en de zijnen echter wel eens gelijk kunnen krijgen. In een artikel genaamd "Het rapport dat de eurozone zal doen exploderen" schrijft de website dat het rapport "zeer explosief materiaal" bevat en dat "de PVV alles in het werk zal stellen om ervoor te zorgen dat het veel media-aandacht krijgt. Het zou de huidige regering wel eens kunnen doen vallen, die een fervente voorstander is van alles wat uit Europa komt en die zal moeten aftreden als ze geen steun van de PVV meer krijgt. Maar voor die partij is dat niet de grootste zorg. En als Nederland een brede discussie voert over het rapport en de kwesties die erin worden aangekaard, zal Duitsland dat niet kunnen negeren en achterblijven. En dan zal Frankrijk ook niet achter kunnen blijven".

    Business Insider schrijft dat "Max Julius van Citywire.uk tien dagen geleden al een artikel heeft geschreven over het rapport, zonder er direct naar te verwijzen: Why Germans and Dutch will exit 'suicide pact' eurozone: "Duitsland en Nederland zullen eerder geneigd zijn om uit de eurozone te stappen dan dat ze een ongedefineerd aantal geldoverdrachten naar de noodlijdende crisislanden van de Europese Unie zullen slikken, volgens Charles Dumas, hoofdeconoom bij Lombard Street Research".

    "Volgens Dumas, schrijft Business Insider, "zouden de kosten van een terugkeer naar de gulden veel lager zijn dan de kosten die beraamd zijn door het Centraal Planbureau, dat voor hoge verliezen waarschuwt als Nederland de euro verlaat". Maar kunnen de onderzoeksresultaten van één bureautje serieus genomen worden? Hordes economen staan uiteraard al klaar om de resultaten van Lombard van tafel te vegen: "Uiteraard heeft de Nederlandse regering net als de EU en het bankwezen, prachtige PR-machines tot hun beschikking. Die zullen veel cijfers naar buiten brengen die het rapport van Lombard zullen tegenspreken".

    Desalniettemin zal met de publicatie van het rapport de knuppel in het hoenderhok worden gegooid, aldus Business Insider: "De Duitse en Nederlandse bevolking is nu al heel nerveus over het feit dat ze met bezuinigingen te maken krijgt terwijl miljarden euro’s naar Zuid-Europa worden overgeheveld. Tot nu toe bewaarde de bevolking haar kalmte, uit angst voor een economische ramp, die eensluidend voorspeld werd door de regeringsleiders. Maar nu een gereputeerd economisch onderzoeksbureau die voorspellingen eenvoudigweg tegenspreekt, en stelt dat juist het binnen de eurozone blijven verreweg de duurste optie is, zullen de mensen steeds onrustiger worden. [...] Het is niet alleen het rapport, het is een combinatie van factoren. Het rapport zal ‘slechts’ de katalysator zijn, de lont in het kruidvat. Het zal misschien een paar maanden duren, maar het zal zeker gebeuren. De schelmenpartij PVV die maar al te graag in de publiciteit is en die tot het rapport opdracht heeft gegeven, gevolgd door anti-Europese stemmen in andere landen, zullen daar zeker voor zorgen", voorspelt Business Insider. Wordt vervolgd...

  • Griekenland

    Kinderen aan hun lot overgelaten

    26 januari 2012

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

    Een artikel in de Griekse krant I Kathimerini over kinderen die uit wanhoop door hun ouders in de steek worden gelaten, heeft veel stof doen opwaaien. Een stel dat in The Guardian geïnterviewd was, zou echter niet uit wanhoop maar uit financiële overwegingen hun kind hebben willen afstaan, waardoor het fenomeen in twijfel wordt getrokken. Ten onrechte, beweert de Griekse journaliste.

    Het Franse weekblad Courrier International publiceerde vorige week een artikel uit een Griekse krant over een Grieks meisje, Anna genaamd, die door haar moeder in de steek was gelaten omdat zij financieel niet meer voor haar kon zorgen. Het oorspronkelijke artikel was eind december verschenen in I Kathimerini en had in Griekenland en daarbuiten een golf van verontwaardiging teweeg gebracht. In het artikel stond dat door de crisis steeds meer wanhopige en arme ouders “in een economische impasse terecht waren gekomen” en geen andere keus hadden dan de zorg van hun kinderen over te laten aan de maatschappelijke opvang of aan humanitaire instellingen.  Zo zouden ongeveer 500 gezinnen onlangs SOS Kinderdorpen hebben verzocht om voor hun kinderen te zorgen, schreef Marilis Margomenou, de auteur van het artikel.

    Ook het Britse dagblad The Guardian heeft verslag gedaan van het fenomeen in een reportage vanuit Patras, met als voorbeeld een gezin dat genoodzaakt was een gedeelte van zijn kroost achter te laten. De Franse krant Libération pikte deze geruchten over afgestane kinderen in Griekenland” eveneens op. Maar volgens Libération heeft de sociale dienst van de gemeente van Patras “aangegeven dat de beweegredenen van het stel [waarover The Guardian berichtte] niet geheel belangenloos waren en dat men bezig was het probleem op te lossen”.

    Volgens de voorzitter van de Griekse non-profitorganisatie Glimlach van een kind, zijn de gevallen waarin kinderen in de steek worden gelaten “zeldzaam en uitvergroot”, zo valt te lezen in Libération. De krant voegt eraan toe: “We zien dezelfde verontwaardiging bij Marina Katsimbali, directrice van het christelijke centrum Ark van de wereld, die zich over straatkinderen ontfermt: ze zegt dat ze te maken heeft met een onophoudelijke stroom aan telefoontjes, en zou graag willen dat er een eind aan komt, vooral omdat de journaliste die het artikel geschreven heeft, op het punt staat haar artikel te wijzigen”.

    Maar toch wordt unaniem vastgesteld dat er sprake is van een reële verslechtering van de situatie sinds het begin van de crisis”, schrijft het Franse dagblad. Het blad geeft ook het woord aan Stérios Sifnios van SOS Kinderdorpen, die de bron was van het verhaal van Anna: "Stérios Sifnios […] onderstreept dat er een grote toename is in het aantal aanvragen van gezinnen die “de eindjes niet meer aan elkaar kunnen knopen, terwijl het vroeger vooral om maatschappelijke probleemgevallen ging”.

    Niet helemaal verwonderlijk, als je bedenkt dat veel Grieken met draconische loonverlagingen te maken hebben. In bepaalde overheidssectoren werd met eind 2011 met terugwerkende kracht 40% gekort op hun salaris, zoals onder meer te lezen was in een artikel in de Süddeutsche Zeitung.

    Alexia Kefalas, een Griekse journaliste die voor Presseurop en Courrier International de Griekse pers volgt, heeft Marilis Margomenou, de auteur van de reportage in I Kathimerini, gezegd dat ze geenszins van plan is om haar artikel te wijzigen. Ze is naar eigen zeggen geïrriteerd dat men het fenomeen in twijfel trekt en is ervan overtuigd dat het grotere proporties aanneemt in Griekenland.  

  • Transnistrië - deel 3

    Jong in een onerkend land

    06 januari 2012

    Hoe leeft men in een niet-erkend land zoals Transnistrië, de separatistische provincie van Moldavië? Ondanks het conflict met hun ‘buren’ en de zieltogende economie, geven Transnistrische jongeren blijk van de liefde voor hun land en vertrouwen in hun toekomst.

    Eugen Abramov, 19 jaar en student journalistiek, vertelt in Bender, de op één na grootste stad van Transnistrië, dat hij voor Evgeni Sjevtsjoek heeft gestemd bij de presidentsverkiezingen eind december. in de hoop op verandering. “Ons grootste probleem is corruptie, en persvrijheid bestaat hier niet”. Abramov is zoals veel Transnistriërs Russischtalig. Hij heeft de mediacensuur aan den lijve ondervonden tijdens een stage bij een lokale televisiezender. Hij kreeg daar te verstaan dat “het beter was om niet al te veel kritiek uit te oefenen op de president” Igor Smirnov, die nu plaats moet maken voor Sjevtsjoek. Daarom ruilde hij liever de politieke redactie in voor de maatschappelijke redactie, waar hij meer vrijheid kreeg. Deze eerste werkervaring zette voor hem de toon. Het is dan ook niet verbazingwekkend dat hij zich heeft ingeschreven aan de Universiteit van Sint-Petersburg. Hij doet zijn studie per correspondentie en gaat alleen naar Rusland om examens af te leggen. Met het Russische diploma zal hij makkelijker buiten Transnistrië een baan als journalist kunnen vinden: in Oekraïne, Georgië of Rusland. Het journalistieke klimaat is daar misschien niet veel beter, maar in ieder geval beter dan in Transnistrië, dat voor een groot deel aan het zicht van non-profitorganisaties is onttrokken en waar internationale organisaties zoals de VN en de OVSE nauwelijks toegang hebben.

    40% van de studenten studeert in het buitenland

    De vriendin van Abramov, Katia Chernih (die zich voorstelt als “Kate”) studeert architectuur aan de Universiteit van Tiraspol, de hoofdstad van Transnistrië. Ze zegt er alle vertrouwen in te hebben om na haar studie een baan te vinden, maar is zich bewust dat niet iedereen er zo over denkt. De presidentskandidaten zijn volgens haar niet in staat om de werkgelegenheid te stimuleren. Daarom heeft ze “tegen iedereen” gestemd, de laatste optie op het stembiljet.

    Katia Marakunia, 16 jaar, is een van de weinige jongeren die aanhanger zijn van Smirnov, de president die eind december is weggestemd. Als ze achttien zou zijn geweest, zou ze voor Smirnov hebben gestemd want “Smirnov betekent stabiliteit”. Haar mening is erg beïnvloed door die van haar ouders, en dat steekt ze niet onder stoelen of banken. Haar ouders stemmen Smirnov en familieleden van haar hebben banden met de autoriteiten. “Ik hou van Bender” (haar geboortestad). "Zelfs als ik op een dag wegga, weet ik zeker dat ik er weer terug zal komen”, zegt deze scholiere, wiens referentiekader uit Bender en Tiraspol bestaat, de twee grooste steden die sovjetachtig aandoen. En toch is ze van plan om haar studie geneeskunde in Odessa (Oekraïne) te doen. Deze dubbele taal (‘ik hou van mijn land maar ik doe mijn studie liever in het buitenland’) lijkt wijdverbreid onder Transnistrische jongeren. Volgens Marina Alexandrovna, journaliste voor de Transnistrische uitgave van het Russische dagblad Komsomolskaya Pravda, volgt 70% van de jongeren hoger onderwijs maar 40% van hen doet dat in het buitenland.

    Sheriff, het grootste monopolie van Transnistrië

    Degene die in Transnistrië blijven, zijn naar eigen zeggen echter “gelukkig hier”, zoals Artem Knysh, die we tegenkomen in Tiraspol. Hij studeert sociologie en is trots op zijn “rodina” (vaderland), waaraan hij de voorkeur geeft boven de andere landen waar hij geweest is: Moldavië, Georgië en Oekraïne. Ook hij heeft voor Sjevtsjoek gestemd omdat hij vindt dat Transnistrië “een nieuwe economische wind nodig heeft”. Dat zou inderdaad geen luxe zijn in deze regio. Tot 1990 was er veel industrie en Transnistrië was goed voor 40% van het BBP van Moldavië. Vandaag de dag is daar weinig van over, behalve een paar staal- en textielfabrieken, elektriciteitsbedrijven en een wijn- en cognacdistilleerderij. Maar het grootste monopolie is in handen van de bedrijfsgroep Sheriff, waar onder andere de zoon van Smirnov de touwtjes in handen heeft. Supermarkten, benzinestations, de voetbalclub, mobiele telefonie...allemaal hebben ze dezelfde merknaam Sheriff, die eveneens het merendeel van de media in handen heeft. De vele jongeren die het zich niet kunnen permitteren om te studeren, ookal zijn sommige faculteiten gratis, zijn gedoemd tot werkloosheid of een slecht betaald baantje in een fabriek. Met een beetje geluk krijgen ze een contract bij Sheriff, maar dat hangt niet zelden af van connecties.

    Waar zijn de dertigers?

    Wat opvalt in het Transnistrische straatbeeld, zijn de vele grootouders die voor kinderwagens lopen. Waar zijn de ouders van deze kinderen? Niet op het werk in ieder geval, op deze verkiezingszondag. Alexandr Cliuicov, van Imedia, een Moldavisch persbureau dat gespecialiseerd is in analyses en commentaren, zegt dat veel dertigers in het buitenland wonen om in de behoeften van hun familie te voorzien, ook al bestaan hierover er geen officiële statistieken. Geen wonder in een regio waar het minimumloon zo’n 115 euro bedraagt, naar schattingen. Zelfs in ‘de rest’ van Moldavië, het armste land van Europa, is het minimumloon hoger: 179 euro. Evgueni Chevtchouk zegt dat “ongeveer 20% van de jongeren tussen 18 en 25 jaar werkloos is”. Dit percentage lijkt optimistisch maar dat komt omdat “men pas als werkloos wordt beschouwd na twee jaar zonder baan”. Een manier om de werkloosheidscijfers op te vrolijken? Nee, antwoordt hij. “Het is eerder een manier om de staatsuitgaven een halt toe te roepen”: de staat keert nu pas een werkloosheidsuitkering uit na twee jaar werkloosheid. Een situatie waar hij verandering in wil brengen nu hij aan de macht is.

    En Europa? Wat betekent het oude continent voor deze jonge Transnistriërs? “De Europese Unie heeft geen enkel perspectief, gezien de huidige crisis in Europa”, zegt Sergueï Gavrilitsa die op 24-jarige leeftijd een baan heeft weten te bemachtigen als informaticus in een van de weinige banken in Bender. En als we hem de vraag twee jaar geleden gesteld zouden hebben? “Toen was het een ander verhaal. Voor de eurocrisis had de Europese Unie de wind van voren”. Kan hij zich voorstellen dat Transnistrië op een dag deel uitmaakt van de Europese Unie? “Nee”, luidt het antwoord zonder aarzelen.

    Onze munt is niets waard over de grens

    De status van onerkend land bezorgt deze jongeren dan wel geen slapeloze nachten, toch vinden ze dat het bevroren conflict met Moldavië moet worden opgelost. “Het zou fantastisch zijn als we eruit zouden komen”, zegt Abramov. “We ervaren het dagelijks aan den lijve: onze paspoorten worden niet erkend in het buitenland (maar veel Transnistriërs hebben een Moldavisch, Russisch en/of Transnistrisch paspoort), onze munt is niets waard over de grens, niemand gaat op vakantie in ons land, en zelfs de Moldaviërs kijken op ons neer...” zucht hij.  Hoe moet het conflict dan worden opgelost volgens hem? “Hetzij door bij Oekraïne te worden gevoegd, hetzij als onafhankelijke staat”, antwoordt hij. Opnieuw een deel uitmaken van Rusland lijkt hem onmogelijk omdat “we geen grenzen delen met Rusland”. Maar er zijn toch heel veel landen die zelfs overzeese gebiedsdelen hebben? “Ja, dat is wel zo,  maar voor Transnistrië is dat geen optie. Het is een uniek land. Noch oosters, noch westers”. Artem Knysh kan zich wél indenken dat Transnistrië ooit toetreedt tot de EU. “Maar het is uitgesloten dat we toetreden als deel van Moldavië!" Voor deze jonge Transnistriërs gaat hun onafhankelijkheid duidelijk boven alles.

  • Transnistrië - deel 2

    Sjevtsjoek: “Welzijn bevolking belangrijker dan internationale erkenning”

    23 december 2011

    De inwoners van Transnistrië hebben na twintig jaar een nieuwe president gekozen: Jevgeni Sjevtsjoek. De verkiezingen, net als het land zelf, worden internationaal niet erkend maar geven de bevolking wel hoop op democratische vernieuwing.

    Een kleine revolutie voltrekt zich in stilte in de achtertuin van Europa. In Transnistrië, een onerkend landje van nog geen half miljoen zielen dat officieel tot Moldavië behoord, heeft de bevolking zich op 26 december in een tweede kiesronde met grote meerderheid (bijna 74%) uitgesproken voor een nieuwe president, Jevgeni Sjevtsjoek, een zakenman van de oppositiepartij Vernieuwing, en voormalig parlementsvoorzitter. Na het twintigjarige dictatuur van Igor Smirnov, de Russische mijnwerker die de onafhankelijkheid van Transnistrië uitriep en het land in 1991 in een korte maar bloedige en 'succesvolle' oorlog met Moldavië stortte, heeft de bevolking zich daarmee uitgesproken voor verandering. In twee decennia is de markteconomie niet van de grond gekomen, blijft het land financieel afhankelijk van Rusland (pensioenen worden aangevuld door Rusland en Russisch aardgas is gratis) en wordt het private bedrijfsleven gedomineerd door een monopolie die tevens geleid wordt door de zoon van de president.

    “Bij 70% van de besluiten is sprake van corruptie”

    Sjevtsjoek is vooral populair onder jongeren, voor wie hij verandering en een nieuw elan belichaamt. Hij ontvangt ons in het onopvallende kantoortje van zijn partij Vernieuwing aan een van de grote boulevards van Tiraspol, in een omgebouwd woonpand met achtertuin annex garage.  Net als zijn voorganger Smirnov hecht hij een groot belang aan de onafhankelijkheid van Transnistrië. Maar meteen laat hij doorschemeren dat internationale erkenning van zijn land niet dezelfde prioriteit voor hem heeft. Op de vraag wat zijn belangrijkste programmapunt is, antwoordt hij: “Ik wil ervoor zorgen dat de bevolking weer vertrouwen krijgt in de regering. Op dit moment is er geen draagvlak wegens corruptie en een inefficiënte overheid. Bij 70% van de besluiten die van overheidswege worden genomen is er ofwel sprake van omkoping ofwel van vriendjespolitiek.”

    Sheriff, het grootste monopolie

    Een ander aandachtspunt is de zieltogende economie. “Er wacht ons een hoop werk om de economie te stimuleren en werkgelegenheid te scheppen. Er moet een bedrijfsvriendelijker klimaat worden geschept onder andere door lagere bedrijfsbelastingen, vereenvoudigde administratieve procedures en een gezonde concurrentie. De huidige autoriteiten behartigen de belangen van een enkel bedrijf, dit zou niet zo moeten zijn”. Sjevtsjoek doelt op het bedrijf Sheriff, onder leiding van de zoon van Igor Smirnov. Sheriff is het grootste monopolie van Transnistrië. Supermarkten, benzinestations, mobiele telefonie, allemaal hebben ze dezelfde merknaam: Sheriff. De Transnistrische voetbalclub? FC Sheriff Tiraspol, die traint in het gloednieuwe Sheriff stadion. “De wetten moeten worden nageleefd, en iedereen is voor de wet gelijk”, aldus Sjevtsjoek.

    Landbouwgrond in handen van de staat

    Door de lage inkomens in Transnistrië (naar schattingen 115 euro per maand) en de hoge werkloosheid zien veel mensen zich genoodzaakt om naar het buitenland te gaan voor werk. “Ongeveer 20% van de jongeren is werkloos”, schat Sjevtsjoek. Aangezien veel Transnistriërs een Russisch, Oekraïens of Moldavisch paspoort hebben, kunnen ze zich gemakkelijk in een van de buurlanden vestigen. “We moeten de trend van arbeidsmigratie een halt toeroepen, mensen zouden gewoon hier werk moeten kunnen vinden in plaats van in het buitenland. Maar daarvoor moeten banen gecreëerd worden, en het moet mogelijk worden gemaakt dat mensen kunnen ondernemen en zelf land en huizen kunnen bezitten”. Sjevtsjoek verwijst naar een van de erfenissen van de Sovjet-Unie: landbouwgrond is nog steeds in handen van de staat, waardoor de meeste boeren hun land pachten van grote staatscorporaties en privébezit moeilijk van de grond komt. “ Het welzijn van de bevolking is fundamenteel, en is belangrijker dan internationale erkenning van de onafhankelijkheid van Transnistrië”, zegt hij.

    Onafhankelijkheid “hangt af van de wil van het volk

    Eind november zijn de internationale onderhandelingen voor een oplossing van het bevroren conflict met Moldavië weer hervat in het zogenaamde 5+2 formaat (Transnistrië, Moldavië, Oekraïne, Rusland, de OVSE, met de EU en de VS als observatoren).  Kan Sjevtsjoek zich voorstellen dat Transnistrië ooit weer bij Moldavië of Oekraïne wordt gevoegd? “Het hangt af van de wil van het volk”, luidt zijn neutrale antwoord. In 2006 sprak de bevolking zich in een referendum in grote meerderheid uit voor onafhankelijkheid, en dat standpunt zal in een paar jaar niet veel zijn veranderd.

    Goed nabuurschap met de EU

    En de Europese Unie, wat betekent de EU binnen zijn beleid? “Goed nabuurschap is van het is van het grootste belang voor ons, daar moeten we aandacht aan besteden. Vrij verkeer van mensen en goederen zou Transnistrië een stuk op weg helpen”. Op dit moment kunnen bedrijven uit Transnistrië slechts exporteren naar de EU als ze geregistreerd staan in Moldavië.

    Nu Sjevtsoek het stokje overneemt, zal Smirnov afstand moeten doen van de macht. Maar er gaan geruchten de ronde dat de machtsovername met ongeregeldheden gepaard zal gaan. “Ik hoor hier tegenstrijdige berichten over. Ik hoop dat het verstand zal zegevieren”. Na de eerste stemronde had Smirnov het centrale kiesbureau opgeroepen de verkiezing ongeldig te verklaren, maar sinds de tweede ronde hult hij zich in stilzwijgen. 

     

  • Transnistrië - deel 1

    Dictatuur Smirnov na twintig jaar ten eind

    14 december 2011

    "Transnistrië? Nooit van gehoord", was steevast het antwoord als ik vertelde dat ik daar naar toe ging. In dit onerkende land aan de rand van Europa werden afgelopen zondag heuse presidentsverkiezingen gehouden, een gelegenheid om daar eens een kijkje te nemen.

    Voor diegenen die wél van Transnistrië hebben gehoord, staat het beter bekend als “een zwart gat”, “een draaischijf voor mensen- en wapensmokkel”, of “het laatste communistische bolwerk in de achtertuin van de EU". Deze zelfuitgeroepen republiek met een oppervlakte van twee kaar Luxemburg, die financieel gesteund wordt door Rusland, wordt sinds twintig jaar door geen enkel land ter wereld erkend. Op zondag 11 december gingen de Transnistriërs zoals elke vijf jaar naar de stembus om hun staatshoofd te kiezen. Officieel maakt Transnistrië, ingeklemd tussen Oekraïne en Moldavië, nog steeds deel uit van Moldavië, het armste land van Europa. Maar geen Transnistriër die daar van wil horen. Het bevroren conflict staat sinds begin december echter weer op de agenda in de vorm van onderhandelingen tussen de twee partijen inclusief Oekraïne, Rusland en de OVSE, met de EU en VS als observatoren (het "5+2 formaat"). 

    De 'Opperste Sovjet', het parlement

    Sinds de huidige president, Igor Smirnov, een mijnwerker uit Rusland, in 1991 de afhankelijkheid uitriep ten opzichte van Moldavië toen de Sovjet-Unie uit elkaar viel, heeft Transnistrië alles wat op een staat lijkt: een staatshoofd, een parlement (‘Opperste Sovjet’ genaamd) een munteenheid (de Transnistrische roebel) een eigen vlag met hamer en sikkel en niet te vergeten een volkslied. Dit lied schalde zondag uit de luidsprekers bij de stembureau’s. Bij het centrale stembureau werden de kiezers zelfs getrakteerd op een heus orkest in klederdracht. Want kiezen is een feestelijke gebeurtenis in Transnistrië. Vanaf het ochtendgloren werden de half miljoen bewoners herinnerd aan dit “belangrijke moment van vaderslandsliefde”.

    43-jarige advocaat Sjevtsjoek aan kop

    Maar sinds kort lijkt er een nieuwe wind door Transnistrië te waaien. Want Smirnov, die zijn land met ijzeren hand regeert (mensenrechten en persvrijheid hebben nog een lange weg te gaan), heeft een nederlaag geleden. Hij heeft amper 25% van de stemmen weten binnen te slepen. Zijn voornaamste tegenstanders zullen elkaar op 25 december treffen in een tweede kiesronde. Het gaat om Jevgeni Sjevtsjoek (ruim 38%), een 43-jarige advocaat van de “Renaissance” partij die vooral geliefd is bij jongeren, gevolgd door Anatoly Kaminski (26%), een 61-jarige zakenman en leider van de partij “Vernieuwing” die het Kremlin graag op het pluche had gezien. Of Smirnov na twintig jaar makkelijk afstand zal doen van de macht, valt echter nog te bezien. Hij heeft het centrale kiesorgaan opgeroepen de verkiezingen wegens fraude ongeldig te verklaren, maar vooralsnog wordt hier geen gehoor aan gegeven.

  • Schengenzone

    Roemeense president lust geen Nederlandse groenten

    12 december 2011

    Wordt na de tulpenhandel nu de Nederlandse groente-export de dupe van het veto tegen Roemeense toetreding tot de Schengenzone? Als het aan de Roemeense president Traian Băsescu ligt, wel.

    De zogenaamde tulpenoorlog met Roemenië lijkt nog niet ten einde. De Roemeense president Traian Băsescu deed gisteren zijn 'boodschappen' op een markt in Boekarest en nam van de gelegenheid gebruik om een oproep te doen om Nederlandse groenten te boycotten. "Ik vind het een goede zaak om geen Nederlandse groenten meer te kopen. Ik vermijd zelf zo veel mogelijk die groenten", zei hij op 11 december tegen journalisten van het Roemeense dagblad România Liberă, flanerend langs de marktstalletjes. De reactie van Basescu valt niet uit de lucht: op vrijdag 9 december heeft Nederland laten weten (nog?) geen strobreed toe te geven als het gaat om de toetreding van Roemenië en Bulgarije tot de Schengenruimte. Overigens valt er voor de Roemenen weinig te kiezen. In een commentaar wijst de krant erop dat de Roemeense consument in overvloed toegang heeft tot Nederlandse landbouwproducten. Het wemelt op de markten van de Nederlandse groenten en Roemeense groenten zijn nauwelijks te vinden. Dat komt gedeeltelijk door het Roemeense landbouwbeleid  van de afgelopen twintig jaar:"Sinds Ceaușescu heeft de regering de [Roemeense] landbouw te gronde gericht door de boeren in massaproducenten te veranderen met als doel te kunnen exporteren".

  • Media

    Korte handleiding voor luie EU-journalisten

    24 november 2011

    Het onofficiële handboek voor luie EU-journalistiek: 20 waardevolle carrièretips van Kosmopolito voor EU-journalisten.

    1. U weet niet precies hoe de EU werkt of welke instituten erbij betrokken zijn? Schrijf gewoon "Brussel".

    2. Duitsland wordt over het algemeen als belangrijk beschouwd voor de EU-politiek en journalisten weten dat vaak goed over te brengen. Als Duitsland actief is op een bepaald beleidsterrein, schrijf dan gewoon wat over de "Duitse dominantie" en als u voor een Britse krant werkt dan voegt u daar wat subtiele verwijzingen naar de oorlog aan toe. Als Duitsland op een bepaald gebied terughoudend is dan schrijft u dat Duitsland de EU in de steek laat en duidelijk een unilaterale strategie voert. 

    3. Wordt er in een krant kort verwezen naar uw land? Dat is een boosaardig plan om de democratie te ondermijnen.

    4. Algemene regel: Het is nergens voor nodig onderscheid te maken tussen de verschillende Europese instituten en organisaties. Wie maalt er nou om of het de Raad van Europa, de Europese Raad, de Raad van de Europese Unie, de Europese Commissie, het Hof van Justitie van de Europese Unie of het Europees Hof voor de Rechten van de Mens is? -> Schrijf maar iets over eurocraten en ongekozen buitenlandse Europese rechters die zich bemoeien met uw geliefde land.

    5. U bent in Brussel en er gebeuren meerdere dingen tegelijkertijd?  Dat is een helder signaal dat de EU zich niet bezighoudt met de belangrijke zaken! (Belangrijke zaak = een gebeurtenis waarbij u aanwezig bent)

    6. U bent niet zeker van wat er gaande is in de EU? Neem vooral niet de moeite iemand in Brussel te bellen. Verzin maar iets over bananen of herkauw een verhaal dat u een half jaar geleden ergens las. Als u ambitieus bent, kunt u de persdienst van een van de partijen in uw hoofdstad bellen of een recente partijfolder gebruiken.

    7. Kwam u een controversiële uitspraak of mening van een Europees of binnenlands parlementslid tegen?  Begin uw artikel dan met "De EU is van plan om... " of "Land X wil..." Ieder EU Parlementslid of commissie moet worden voorafgegaan door "ervaren", "invloedrijk" of "kern-" zolang hij/zij iets confronterends zegt. 

    8. Feiten worden overschat. Het is verspilde moeite de originele EU-beleidsdocumenten te raadplegen. Het is niet nodig de verschillen tussen witboeken en groenboeken, tussen een verslag, verordening of richtlijn te begrijpen. Het is veel eenvoudiger te schrijven over 'idiote ideeën van EU-bureaucraten'. Als u een idee heeft voor een goed EU-verhaal, verpest dat dan niet met feiten. Daarnaast controleert niemand of een EU-verhaal op waarheid berust. Iedereen weet dat de EU saai en kwaadaardig is. Bovendien is het enige doel van de EU het produceren van onnodige regelgeving (algemeen bekend als 'ambtenarij').

    9. Gebruik "EU-bureaucraten" of "Brusselse bureaucraten" zo vaak mogelijk. Een meer ervaren luie journalist zou het eenvoudigweg hebben over 'Eurocraten'. Nuttige bijvoeglijke naamwoorden in deze context zijn bijvoorbeeld "ongekozen", "onberekenbaar", "corrupt", "dikbetaald", "schaapjes op het droge", "lui". Deze lijst is niet uitputtend en kan naar believen aan uw journalistieke behoeften worden aangepast. U mag ook "EU-official" of "EU-vertegenwoordiger" gebruiken, vooral wanneer u regel 4 toepast.

    10. Schrijf vooral niet dat ministers een vetorecht over het EU-beleid kunnen hebben. Schrijf maar gewoon hoe de EU de nationale soevereiniteit vernietigt.

    11. Vindt u dat de EU een beetje te ingewikkeld is en dat alles wat te lang duurt? Richt u zich dan vooral op de nulsomspellen, vooral tijdens topontmoetingen. Een land wint, een land verliest. Zo is het leven, zo is de EU. Simpel.

    12. Een goede kop is onontbeerlijk. Ga altijd voor woordspelingen of variaties met 'eurocraten' of 'keizerrijk'. En het gevecht vindt altijd plaats tussen eurofielen en eurosceptici. Onthoud dat.

    13. Symbolen zijn belangrijker dan inhoud. Verhalen over wat mensen bij het ontbijt of diner aten, iets over vlaggen of volksliederen zijn prima voorbeelden. Wissel persoonlijke verhalen over EU-leiders af met nationale stereotypen en vooroordelen. U zult verrast zijn: het werkt altijd.

    14. De financiering van de EU is altijd een geweldig verhaal. Er zit corruptie in, verspilling en gekke projecten. Vermeld echter niet dat projecten cofinanciering nodig hebben. En probeer ook niet naar de positieve voorbeelden te kijken, dat zou het verhaal maar bederven. EU-geld is per definitie een slecht ding. Dus probeer niet uit te leggen waarom EU-financiering überhaupt bestaat.

    15. De EU-begroting levert net als de begrotingsonderhandelingen veel mogelijkheden op voor luie journalisten. U kunt schrijven dat de EU-boeken jarenlang niet werden goedgekeurd – zonder dat u de lezers vertelt hoe de auditregels werken. Of u zou iets kunnen schrijven over hoeveel geld uw land betaalt om deel uit te maken van de EU – zonder te vertellen dat het daarvoor iets zou kunnen terugkrijgen. Maak niet de fout om te verwijzen naar een officiële kosten-batenberekening. Want als die al bestaan, dan moeten ze wel onjuist zijn, en als ze niet bestaan gaat het meestal om een samenzwering. Gebruik liever een overzicht van een andere krant of vage denktank. Als u maar geen vragen stelt. Denk nooit na over wat de EU zou kunnen doen met het geld, ga er maar van uit dat "Brussel al het geld verspilt dat er binnenkomt ". Begrotingsonderhandelingen zijn nulsomspellen, dus regel 11 is van toepassing. Er bestaat niet zoiets als het "Europese belang".

    16. De eenheidsmarkt betekent concurrentie waarbij buitenlandse bedrijven betrokken kunnen zijn die aanbestedingen in uw land winnen. Als dat gebeurt, focus dan maar op de buitenlandse kenmerken van dat bedrijf. Beweer iets over corruptie. Schrijf over hoeveel banen er verloren zullen gaan. Het is niet nodig te vermelden dat er nieuwe banen geschapen zullen worden. Als u een luie journalist met ambitie bent, schrijft u over hoe EU-concurrentiewetten werden ontworpen om uw lokale economie te vernietigen.

    17. Doe geen moeite om een vreemde taal te leren. Dat is voor EU-journalistiek van geen enkel nut. U kunt altijd vertrouwen op internationale persagentschappen.

    18. Schrijf u in bij alle 'denktanks' en 'bedrijfsverenigingen' die hoog staan aangeschreven bij uw collega's. Schrijf (knip/plak) van tijd tot tijd korte artikelen. Voeg geen links naar uw bronnen toe.

    19. Context is niet zo belangrijk als vaak wordt gedacht. Koppen zijn veel belangrijker. Ga voor de beste citaten – dan hebt u geen context nodig. Als u een goed citaat van vorige week heeft, kunt u dat nog steeds gebruiken. Onnodig te controleren hoe de gebeurtenissen zich verder hebben ontwikkeld.

    20. Het is een beginnersfout om in gesprek te gaan met een tegenpartij of critici van uw werk. Niet doen dus.

    Lees het originele artikel op Kosmopolito.

  • Cameratoezicht

    Nederland doet "aanval op vrij reizen"

    21 november 2011

    De Nederlandse regering wil alle voertuigen over de Duitse en Belgische grens controleren met automatische camera's. Volgens EUobserver is het plan typerend voor het Nederlandse gedoogkabinet, maar volgens FT Deutschland is er veel meer aan de hand: Nederland opent hiermee de aanval op vrij reizen, een grote Europese verworvenheid.

    Vanaf 1 januari zal Nederland grenscontroles uitvoeren met behulp van geavanceerde camera’s die gekoppeld zullen zijn aan de computers van de Koninklijke Marechaussee, meldde NRC Handelsblad een paar weken geleden. Alle passerende voertuigen langs de grenzen met Duitsland en België zullen automatisch worden gecontroleerd. Doel: autodieven of verdachten van andere delicten of misdrijven zo snel mogelijk aan de kant zetten. De marechaussee wil echter niet vertellen hoe het systeem precies werkt, en de Europese Commissie onderzoekt of het plan niet in strijd is met het Schengenverdrag. Ook buitenlandse media zetten hun vraagtekens bij het plan.

    Volgens EUobserver moet het plan worden begrepen in de context van de gedoogcoalitie: de Nederlandse plannen voor grenscontroles "lijken verrassend veel op de grencontroles die gedeeltelijk in Denemarken waren ingevoerd eerder dit jaar, en ruzie uitlokten met buurland Duitsland en de Europese Commissie. Ook daar was sprake van een concessie aan een marginale anti-immigratiepartij die de toenmalige regering steunde. De ‘aangescherpte grenscontroles’ werden opgeschort zodra een centrumlinkse coalitie na de verkiezingen in september de macht overnam".  Ook staat het plan niet los van het Nederlands veto op de toetreding van Roemenië en Bulgarije in de Schengenzone, aldus EUobserver.

    "Veel meer dan binnenlands politiek gekrakeel"

    Volgens Financial Times Deutschland zijn de aangekondigde grenscontroles "veel meer dan een bewijs van binnenlands politiek gekrakeel. Ze zijn een aanval op een van de belangrijkste verworvenheden van de Europese Unie : vrijheid van reizen [...] Het besluit heeft niet slechts tot doel om zware criminelen, terroristen of voortvluchtige extremisten op te sporen. Het heeft per definitie iedereen in het vizier die de Nederlandse regering niet aanstaat: in de eerste plaats reizigers uit Oost-Europa en Afrika [...] Iemand die in een Oosteuropese of Italiaanse auto rijdt maakt zichzelf ook mogelijk verdacht – hij zou wel eens vluchtelingen kunnen smokkelen. Zo’n totale controle druist in tegen de grondbeginselen van een vrij Europa – waar de burgers het recht hebben om niet bij voorbaat door de staat als verdacht te worden aangemerkt en zich niet de hele tijd tegen hem te hoeven rechtvaardigen. Hoe ver dat kan gaan, zien we nu in Nederland: je hoeft als Duitser alleen al een boete voor te hard rijden niet betaald te hebben, of er wordt automatisch met een camera naar je gespeurd. Een onbetaalde bon rechvaardigt bij lange na niet het gebruik van dit totalitaire middel".

    "Anti-Europees rechts populisme"

    Financial Times Deutschland wijst erop dat ook Denemarken en Frankrijk het vrije reizen binnen Schengen aan de kaak hadden gesteld door grencontroles aan te kondigen. En dat terwijl het aantal illegale migranten en asielzoekers nauwelijks is toegenomen ondanks de Arabische Lente, schrijft de krant. "Kopenhagen, Parijs en Den Haag hebben zich ingelaten met een irrationeel, anti-Europees rechts populisme, uit angst voor aankomende verkiezingen", luidt het oordeel van de krant. "Het is Europese regeringen helaas al door hun geaarzel en besluiteloosheid niet gelukt om het verlies van vertrouwen van de burgers in de euro – en dus in Europa – af te remmen. Zij moeten deze fout niet ook nog eens begaan op het gebied van vrij reizen".

  • Asielbeleid

    Wordt Mauro 'gedeporteerd'?

    03 november 2011

    Het lot van Manuel Mauro is de buitenlandse pers niet onopgemerkt voorbijgegaan. Verscheidene Engelstalige media spreken van "deportatie" om hun verontwaardiging kracht bij te zetten.

    In Forbes schrijft Abigail R. Esman een emotioneel pleidooi voor hem. In haar artikel “Dutch Shame: The Netherlands debates the deportation of a child” stelt Esman dat ze “geschokt” is en het “niet te bevatten vindt dat een Westers, beschaafd land dat prat gaat op zijn “tolerantie” (een fabeltje, maar mensen geloven het nog steeds), en zijn “openheid” (idem dito), een land dat in mensnerechten gelooft en menselijke waardigheid, zo’n zonde kan begaan tegen een onschuldige jongeman”. Ze verwoordt hiermee de gevoelens van de meeste Nederlanders. Esman gaat een stap verder en spreekt zelfs van “deportatie van een kind”. Maar het gaat hier niet om deportatie. Dit lijkt me een belediging voor mensen die wél gedeporteerd zijn, of nabestaanden van gedeporteerden. Iedereen weet welk einddoel deportatie in de Tweede Wereldoorlog had, en juist wegens deze historische connotatie wordt er zo gretig gebruik gemaakt van deze emotioneel beladen term.

    Ook vergelijkt ze Mauro met Duitse joodse kinderen die in Nederland de Holocaust ontvluchtten: “Niet lang geleden kwamen Duitse joden naar dit land om te ontsnappen aan de Holocaust. Er zaten veel jonge kinderen tussen die alleen in Nederland aankwamen. Zouden jullie hun ook de rug toekeren als ze achttien waren? Hebben jullie hier dan helemaal niets van geleerd?

    Ook The Guardian spreekt van een “deportatieproces” dat door de coalitiepartners in gang is gezet, en de BBC schrijft dat Mauro “volgens de Nederlandse wet gedeporteerd moet worden nu hij achttien is”. De vergelijking met deportatie en Holocaustslachtoffers gaat niet alleen mank, ze is ook overbodig: alsof wortels en een liefdevol gezin soms geen reden genoeg zijn om niet uitgezet te worden.

    Natuurlijk zou Mauro in Nederland moeten kunnen blijven. Niet omdat hij in Angola in een vernietigingskamp zou dreigen te komen, maar omdat het oneerlijk is om hem na negen jaar aan zijn Nederlandse wortels te onttrekken: aan zijn Nederlandse ouders, broertje en vrienden, die hij in Angola niet heeft. Niets meer en niets minder, maar redenen genoeg. Laten we dus stoppen vergelijkingen met deportatie en Holocaustslachtoffers te maken. Ze doen de werkelijkheid geweld aan en bewijzen de vele Mauro’s geen dienst.

     

  • Voedselhulp

    Nederland laat 18 miljoen Europeanen in de kou staan

    25 oktober 2011

    Nederlandse kranten staan vol met nieuws over de schuldencrisis en herkapitalisatie van banken. Maar vreemd genoeg geen woord over de EU-voedselhulp aan 18 miljoen Europeanen die door een blokkade van zes landen (waaronder Nederland) aan een zijden draadje hangt.

    De pers staat bol van het Europese noodfonds en noodlijdende banken, maar hoe zit het eigenlijk met de onzekere toekomst van het voedselhulpprogramma van de EU? Achttien miljoen Europeanen in 21 lidstaten hebben dagelijks te eten dankzij voedselbanken die met deze hulp (dit jaar 480 miljoen, volgend jaar 500 miljoen euro) draaiende kunnen blijven. De Nederlandse pers rept hier met geen woord over (op een paar stukjes na zoals in De Volkskrant), en dat terwijl Nederland een van de zes EU-lidstaten is die bij een bijeenkomst van de EU-ministers van Landbouw op 20 oktober nog steeds voet bij stuk heeft gehouden en de voedselhulp blokkeert (met Duitsland, Zweden, Oostenrijk, Tsjechië en Denemarken). 

    "Voedsel voor mensen met honger staat op het spel"

    Voor dit laatste nieuws moeten we namelijk, na veel zoeken, uitwijken naar het Luxemburgse dagblad Le Quotidien, waarin Europarlementariër Philippe Juvin (Franse UMP)  uithaalt naar de blokkerende landen: “het terugschroeven van voedselhulp aan de minst bedeelden is een onmenselijke en mensonterende maatregel, vooral omdat we in een economische crisis verkeren (...) Laten we van Europa geen voedingsbodem van armoede maken!” Moeilijk hier iets tegen in te brengen. Het enige wat we over de beweegredenen van de blokkerende landen lezen, is dat zij vinden dat voedselhulp geen EU-aangelegenheid is. Het programma was namelijk oorspronkelijk bedoeld om landbouwoverschotten te verdelen, maar nu die zo goed als verdwenen zijn, is de hulp voor drie kwart financieel van aard geworden. Een situatie die het Europees Hof van Justitie eerder dit jaar als onrechtmatig beschouwde.

    Hier valt iets voor te zeggen, maar hoe denken ze de buiken van de minstbedeelden dan wél te vullen? Als de blokkering niet wordt opgeheven zal er namelijk geen cent van de 500 miljoen euro naar de voedselbanken gaan, nota bene een klein bedrag vergeleken met de miljarden voor het EFSF. Een voorbeeld. In België hebben vorig jaar 116.000 mensen levensmiddelen opgehaald bij een sociaal centrum. Het geld daarvoor, zo’n 12 miljoen euro, komt van de Europese Unie, zo valt te lezen in De Standaard. “Het is onbegrijpelijk. De voedselbedeling voor mensen met honger staat op het spel. Niet omdat er geen geld voor is, maar omdat de politieke wil ontbreekt”, zegt Jean-Marie Delmelle, voorzitter van de Europese en Belgische Federatie van Voedselbanken in De Standaard.

    Landen blokkeren hulp uit politieke principes

    Nederlandse voedselbanken maken overigens geen gebruik van de EU-voedselhulp (hoewel zij de hulp goed zouden kunnen gebruiken, aldus persbureau NU in juli), maar 18 andere miljoen Europeanen wél. Maar dat zal voor Nederland geen reden zijn om de voedselhulp te blokkeren, mogen we aannemen. Anders zou het met de solidariteit binnen Europa wel zeer slecht gesteld zijn. Het lijkt erop dat de blokkerende lidstaten uit politieke principes voet bij stuk houden en zoals Europarlementariër Esther de Lange (CDA) reeds in juli zei, gewoon “uit moraalridderij geld op de plank laten liggen”. Zoals Sabine Verhest al in september schreef in La Libre Belgique: wie wil zich nu nog Europeaan voelen “in een Unie waarin Angela Merkel, David Cameron en anderen overwegen om miljoenen mensen die honger lijden op dieet te zetten?” Ik in ieder geval niet...

    Maxime Verhagen (die als minister van Economische zaken de Landbouw erbij doet) en de overige landbouwministers van de EU, hef de blokkade op of verklaar je nader!

     

  • Belastingen

    Nederland nieuw fiscaal paradijs?

    20 oktober 2011

    Nederlandse meesters in belastingontduiking”, zo luidt de titel van een artikel in The Guardian. Volgens de auteurs, Simon Goodley en Dan Milmo, “krijgt Nederland de reputatie van thuisbasis voor de kunst van het verlagen van ondernemersbelasting”. Zo is Capelle aan den IJssel, “dat prat gaat op zijn beroemdste inwoner, Jan Peter Balkenende”, “tevens de thuisbasis van bedrijven zoals BP Pipelines Vietnam BV en Amoco Chemical Malaysia Holding BV – filialen van oliemaatschappijen die op het eerste gezicht ver van huis lijken te zijn”. Het gaat niet om uitzonderingsgevallen:

    Schiphol luchthaven herbergt AA Holdings Argentina BV – een onderdeel van het mijnbedrijf Anglo American [...] en Lelystad airport is duidelijk de thuishaven van Rio Tinto’s Mali Diamond Exploration BV [...] ondanks zijn bekendheid als heiligdom voor liberalen, krijgt het land nu steeds meer een reputatie als een ander soort toevluchtsoord”.

    Uit het rapport Publish what you Pay Norway

    "kwam Nederland naar voren als de de op twee na meest geliefde land voor extractieve industriële ondernemingen (olie, gas, mijnbouw) [...] Nederland publiceert geen details over trusts, verzoekt niet om openbaar toegankelijke informatie over bankrekeningen van de onderneming of over de uiteindelijke gerechtigden, en houdt ook geen databank bij met informatie over bedrijfsbezit”. 

    Volgens Koos de Brujin, die door de krant geciteerd wordt, wordt

    "Nederland een steeds aantrekkelijkere locatie voor multinationals om holdings onder te brengen wegens de belastingverdragen met meer dan honderd landen. Daar komt nog de participatievrijstelling bij, het ontbreken van belastingen op rente en royalties, de mogelijkheid belastingvrijstelling aan te vragen [...]" Volgens een woordvoerster van het ministerie van Financiën is "het doel [van de participatievrijstelling] dubelle belastingen te vermijden, aangezien de winsten reeds op het niveau van het filiaal worden belast [...] Nederland heeft een groot netwerk van dubbele belastingverdragen en heft geen bronbelasting op rente en royalties. Het systeem is volledig transparant; Nederland beschikt over mechanismen om informatie uit te wisselen met meer dan 100 landen"

    ... BP, Amoco, Anglo American en Rio Tinto waren niet bereikbaar voor commentaar, aldus The Guardian.

  • Nederland

    Grof, grover, grofst

    11 oktober 2011

    Vergroft het Nederlands? Als we de uitspraken van Geert Wilders tijdens de Algemene Beschouwingen moeten geloven, wel. Dat niet alleen populistische politici straattaal verheffen tot standaard taalgebruik, bewijst de acteur Nasrdin Dchar, winnaar van een “fokking” Gouden Kalf. Dit bijvoeglijk naamwoord is helaas uitentreure geciteerd door menige serieuze krant alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Misschien moeten we er niet vreemd van opkijken als Van Dale het woord binnenkort opneemt in het woordenboek. Maar laten we Dchar het voordeel van de twijfel geven: misschien nam hij dit woord in zijn mond omdat hij zich in zijn toespraak tot Geert Wilders richtte, die tenslotte dezelfde taal spreekt (jammer voor Verhagen die in dezelfde zin werd genoemd). We moeten echter constateren dat zelfs serieuze commentatoren dit taalregister bezigen, zoals Bert Wagendorp in zijn column in het Vlaamse dagblad De Morgen. Toegegeven, het onderwerp (de grove uitspraken van Berlusconi over het uiterlijk van Merkel) leende zich ervoor. Volgens Marc Vanfraechem kan het in Vlaanderen trouwens nog veel grover, schrijft hij in zijn column “geef mij de Hollandse grofheid maar” in Knack.  Ee schamele troost.

     

     

  • Nederland - EU

    Maastricht, op het kruispunt van de EU

    07 oktober 2011

    "Return to Maastricht": op de website van de Economist analyseert Charlemagne de tegenstrijdige gevoelens van Nederland ten opzichte de EU die in Maastricht, Europese stad bij uitstek, lijken samen te komen.

    Als "geboorteplaats van de euro" gaf Maastricht zijn naam aan het Europees Verdrag dat daar twintig jaar geleden werd ondertekend en waarmee een startschot werd gegeven voor de euro. "Maar hoe vier je het [twintigjarig] bestaan van een verdrag dat deze stad op de kaart heeft gezet, nu de euro uit elkaar zou kunnen vallen? Hoe vier je de Europese integratie nu Nederland zelf hier zo ontevreden mee lijkt?", vraagt Charlemagne zich af. In ieder geval "niet met vuurwerk", kreeg hij als antwoord. Want er is geen ontkomen meer aan: "door de jaren heen is Nederland opgeschoven van een gezellige pro-EU-consensus naar een sceptische, zelfs vijandige houding. Het zijn tegenwoordig de Nederlanders, niet de ruziezoekende Britten, die vaak akkoorden blokkeren". Volgt een opsomming van de Nederlandse dwarsheid ten opzichte van de EU: het 'nee' tegen de EU-grondwet in 2005, de aanscherping van de immigratiewetgeving door Gerd Leers (ook voor EU-burgers), en het veto tegen de toetreding van Roemenië en Bulgarije tot de Schengenzone.

    In de ogen van velen is dit een duidelijke eurosceptische tendens die te verklaren valt door, met name, het huidige gedoogkabinet: "in zekere mate weerspiegelt deze strijdlustige houding het slechte functioneren van de landelijke politiek. De gevestigde partijen zijn versnipperd en de minderheidscoalitie van Mark Rutte zit opgescheept met de anti-immigrantenpartij PVV van Geert Wilders", die zich regelmatig tegen 'Europa' keert.

    Maar zijn Nederlanders dan echt zo eurosceptisch? Terug naar Maastricht, een stad van tegenstrijdigheden. Aan de ene kant is Maastricht zeer kosmopolitisch ("weekendtoeristen, grenstoeristen", een "universiteit die een breed scala aan Europese studies biedt en waar voornamelijk in het Engels wordt gedoceerd") en aan de andere kant is de stad en de provincie Limburg de bakermat van Wilders.  Misschien zit het Nederlandse scepticisme wel "niet zo diep als het lijkt". Volgens een peiling van de Europese Commissie lijken Nederlanders "meer voordelen in de EU te zien dan Duitsers of Fransen", en maar "weinig Nederlanders zouden de euro op willen geven", aldus Charlemagne. Er is dus nog hoop. Maar "als de inwoners van Maastricht de euro willen houden, dan zullen ze vroeg of laat meer moeten betalen". 

  • Nederland - Frankrijk

    Schoolsysteem onder de loep

    30 september 2011

     “Integratie: de verrassingen van de Nederlandse methode” luidt de kop van een artikel in Le Point van 22 september. De auteur, Marie-Sandrine Sgherri, neemt het Nederlandse schoolsysteem onder de loep. Het Franse schoolsysteem is in vele opzichten verschillend van het Nederlandse:  privéscholen zijn niet afhankelijk van een nationale onderwijsinspectie, schoolresultaten worden niet altijd openbaar gemaakt, maar boven alles is de aanpak en integratie van allochtone leerlingen heel anders geregeld. In Frankrijk is het (nog?) taboe om onderzoek te doen, laat staan specifieke onderwijsprogramma’s te bedenken voor scholen met een meerderheid allochtone leerlingen: “Nederlanders maken een duidelijk onderscheid tussen ‘zwarte’ scholen en ‘witte’ scholen. Choquerend? Welnee, luidt hun antwoord, dat is juist pragmatisch”. Volgens de auteur zou het Franse ministerie van Onderwijs er goed aan doen een kijkje bij d Nederlandse collega's te nemen, want de cijfers liegen er niet om: de gemiddelde schoolresultaten van allochtone én autochtone schoolkinderen zijn in Nederland significant beter dan in Frankrijk.

  • Nederland door Belgische ogen

    Ophef over woordenwisseling terecht?

    29 september 2011

    Yves Desmet, politiek commentator van Vlaams dagblad De Morgen, begrijpt de ophef niet over de woordenwisseling tussen Wilders en Rutte tijdens de Algemene Beschouwingen. Zo grof was het toch niet?

    Desmet loopt zich “al een week af te vragen waar al die heisa over gaat”, naar aanleiding van de aanvaring tussen Rutte en Wilders (Wilders: “doe eens normaal man”, Rutte: “doe zelf normaal”), en dat terwijl de reacties op bijvoorbeeld de term “kopvoddentaks” naar verhouding lauw waren, constateert hij in De Morgen. In vergelijking met parlementen in andere landen stelt deze woordenwisseling ook weinig voor, aldus Desmet. Neem bijvoorbeeld “onze Belgische parlementen. De oproep daar om even 'normaal' te doen, zou er zelfs niemand doen opkijken. Dat gebeurt alleen wanneer het er iets grover aan toegaat. En dat is haast elke week”.

    In principe bevat het zinnetje “doe eens normaal, man” inderdaad geen scheldwoorden en is het niet beledigend.  Waarom stuit het velen dan tegen de borst? Misschien omdat  “Doe eens normaal, man”  een manier is om zonder enig inhoudelijk argument de voorafgaande woorden van de gesprekspartner als complete nonsens te verklaren, terwijl in een parlementair debat men juist geacht wordt om inhoudelijk de degens te kruizen. Als antwoord hierop kan men zwijgen, het gesprek inhoudelijk terug op de rails proberen te krijgen of, zoals Rutte deed, uit hetzelfde taalregister putten (“doe zelf normaal”), waardoor hij zijn betoog helaas eventjes op Wilders niveau verlaagde. Misschien is dat ook een reden waarom er zoveel ophef over was ontstaan: Rutte ging erin mee.

  • Schengenzone

    Gemiddelde Roemeen snapt Nederlands veto

    19 september 2011

    Hoe reageert men in Roemenië en Bulgarije op het Nederlandse veto tegen toetreding tot de Schengenzone? Bij politici stuit het op onbegrip en teleurstelling, maar de gemiddelde Roemeen die het zat is smeergeld te betalen, kan zich heel goed vinden in het Nederlandse standpunt.

    Vlak nadat Gerd Leers heeft openbaar gemaakt dat hij een Nederlands veto zal uitbrengen tegen de toetreding van Roemenië en Bulgarije tot de Schengenzone, heeft de Roemeense douane vijf vrachtwagens met planten en bloemen uit Nederland tegengehouden om te controleren of de vracht misschien een gevaarlijke bacterie bevatte. Toeval of niet?

    Volgens de Roemeense regering heeft het voorval niets te maken met het Nederlandse veto tegen de toetreding van Roemenië tot de Schengenzone, zo valt te lezen in het Roemeense dagblad Adevărul. Maar de krant lijkt hier zijn vraagtekens bij te zetten: “De Schengen-bacterie”, kopt het dagblad. “De douane-beambten hebben weliswaar de bacterie niet gevonden, maar we hebben Nederland nu wel uit de Schengenzone voor tulpen gezet”, schrijft de krant.

    Mladenov: veto komt door het Nederlandse gedoogkabinet

    Volgens de RFI Roemenië heeft het Nederlandse veto misschien te maken met het feit dat Nederland een “minderheidsregering heeft en zich slechts staande houdt dankzij de gedoogsteun van een nationalistische, xenofobe en islamofobe partij”. Deze mening is de Bulgaarse minister van Binnenlandse Zaken, Nikolai Mladenov, ook toegedaan: het Nederlandse veto heeft “blijkbaar te maken met de politieke verschillen binnen de regeringscoalitie in Nederland”, zo valt te lezen op de Bulgaarse website Sofia News Agency. Volgens Mladenov "wijst het Nederlandse kabinet elke dialoog af" en is dat voor hem "onbevattelijk".

    Volgens RFI is het “mogelijk dat Roemenië en Bulgarije een strategie uitstippelen om Nederland de komende dagen te isoleren [binnen de EU], maar het is bekend dat Nederland niet bang is om geïsoleerd te raken, gezien zijn voortdurende afwijzing van de EU-toetreding van Servië wegens [de niet-erkenning van] Kosovo”.  “Nederland [...] houdt zich niet aan zijn Europese beloftes” aldus RFI omdat Roemenië en Bulgarije technisch wél aan de voorwaarden voldoen om toe te treden tot de Schengenruimte.

    85% van de Roemenen is het eens met Nederlands veto

    De Roemeense krant Evenimentul Zilei schrijft dat de Roemeense regering “teleurgesteld” is in Nederland. Maar hoe denken de Roemeense ‘Henk en Ingrid’ erover? Volgens een opiniepeiling van de krant is 85% van de Roemeense bevolking het eens met het Nederlandse standpunt... Volgens de hoofdredacteur van Adevărul laat de peiling zien dat “de Roemenen geen vertrouwen hebben in de Roemeense regering, maar wel in Europese instellingen”. Volgens Iulia Badéa Gueritée, Roemeense journaliste, weet de gemiddelde Roemeen maar al te goed waar Gerd Leers het over heeft. Roemenen ondervinden het dagelijks aan den lijve: als er geen smeergeld wordt betaald aan ambtenaren (grenswachten, ambtenaren van de burgelijke staat, politiemannen...) komt er helaas weinig van de grond.

  • CRISIS GRIEKENLAND

    De Odyssee van Papandreou

    16 september 2011

    In een uitgebreide metafoor vergelijkt Le Monde de Griekse premier Papandreou met Odysseus, die de weg naar Ithaka voorgoed kwijt lijkt te zijn. Er wacht hem geen Nausicaä, maar Cerberus: driekoppige bewaker van de economische hel.

    In Griekenland, de bakermat van de democratie, ondergaat deze een zware beproeving. In Le Monde van 16 september valt te lezen dat Papandreou, hevig onder vuur in eigen land wegens de omvangrijke bezuinigingen, “grote menigtes vermijdt”. Zo zag hij op 10 september af van een bezoek aan de Beurs van Saloniki waar “20 000 betogers verwacht werden en 7 000 politiemannen” op de been waren gebracht, nadat hij op 3 september midden in een menigte betogende jonge socialisten terecht was gekomen. In een uitgebreide metafoor schrijft Le Monde dat Papandreou de Grieken een “nieuwe Odyssee” in het voortuitzicht heeft gesteld maar dat hij hen op 23 april 2010 had verzekerd “de weg naar Ithaka te kennen”. Maar “anderhalf jaar later heeft  Ithaka nog nooit zo ver weg geleken. (...) Europa heeft 110 miljard euro geleend om de gaten te dichten, maar het Griekse schip is nog steeds met zijn afdaling bezig. En het roer en het kompas lijken stuk te zijn", aldus de krant.

    Er zijn maar weinig mensen in Griekenland en in Europa die denken dat de premier de weg naar Ithaka nog kent. Vanuit Kastelorizo is de weg bijna hetzelfde als die van Troje naar Odysseus’ eiland. Alle scholieren weten dat de weg bezaaid ligt met gevaren en dat de tocht slecht afloopt voor de bemanning van Odysseus. Vandaag geen Circe, geen Cycloop of Calypso, maar veel alledaagsere narigheden waar Griekenland mee te kampen heeft: recessie, werkloosheid, schulden. De geruchten van de financiële markten lijken soms op het geroep van de Sirenen. En ook al wordt de trojka (Europese Commissie, ECB en IMF) vergeleken met Nausicaä – het jonge meisje dat voor Odysseus zorgt na een schipbreuk – , voor een deel van de Grieken staat deze delegatie meer voor de  driekoppige hond Cerberus, de bewaker van de economische hel waar zij in wegzinken”.

    De waarheid is net zo hard als de beeldspraak mooi is. Op 17 september zal Papandreou Christine Lagarde (IMF) ontmoeten in Washington, maar hij is “geen Odysseus, ‘de man van de duizend listen’ (...). Met de Griekse staatsschuld die steeds maar groter wordt (350 miljard euro) als een blok aan zijn been, heeft hij meer weg van een andere mythologische figuur: Sisyphus, die steeds opnieuw een rotsblok een berg op moet duwen”.

  • Media

    Europese pers is Weg van Nederland

    07 september 2011

    Het leven van asielzoekers is een spelshow, voor je het weet lig je eruit”, dat is de cynische insteek van Weg van Nederland, een kennisquiz voor uitgeprocedeerde asielzoekers die de VPRO uitzond op 1 september. De deelnemers – jonge hoogopgeleide asielzoekers die binnenkort naar hun land van herkomst worden teruggestuurd, moesten een aantal vragen over Nederland beantwoorden, degene met de grootste kennis zou een koffer met 4.000 euro mee naar huis krijgen op de dag dat hij door de Staat op het vliegtuig wordt gezet – niet eerder, anders bestaat de kans dat “de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) het geld inpikt”. 

    Het programma dat in samenwerking met Stichting voor Vluchteling-Studenten UAF tot stand kwam en waarin géén acteurs spelen moet de aandacht vestigen op het feit dat de slachtoffers van het Nederlandse immigratiebeleid ook jongeren zijn die vaak al jaren in Nederland wonen, hier hebben gestudeerd, de Nederlandse taal goed beheersen en dus perfect 'ingeburgerd' zijn. 

    Hoewel de Nederlandse pers weinig tot niets berichtte over dit provocerende programma, reageerde de Europese pers gechoqueerd. 

    In Parijs oordeelde Le Monde:

    In een land waar televisie sinds lange tijd de grenzen van provocatie en goede smaak heeft overschreden, was het onderwerp immigratie nog niet aan de orde gekomen. De manier waarop de VPRO besloten heeft dit uit te werken kan op z’n minst ‘origineel’ genoemd worden.

    Nadat The Guardian de trailer van het programma had bekeken schreef de Britse krant op 1 september:

    Het lijkt erop dat dit een van de meest smakeloze televisieprogramma’s ooit is.

    The New York Times vond het programma op het eerste gezicht op een “wrede grap” lijken. Het dagblad keek naar de uitzending en schreef: 

    Het had iets kunnen zijn dat was bedacht door de tegen immigratie gerichte Partij voor de Vrijheid (PVV) van Geert Wilders. (…)

    Maar in feite was het een soort politieke satire, die erop was gericht precies de hardvochtige sentimenten aan de kaak te stellen die door Wilders en anderen worden uitgedragen, omdat zij menen dat immigranten de Europese cultuur van het land ondermijnen. Dat de quizkandidaten, die hopen in Nederland te mogen blijven, een heel ander beeld geven van aspirant-immigranten in Nederland lijkt de bedoeling te zijn.

    Die Tageszeitung omschrijft de quiz als: 

    Een programma tussen show en cynisme, een groteske karikatuur van populair trash-formaat – zoals de RTL-show Ik hou van Holland – en politiek statement.

    En alle bovenstaande dagbladen beschrijven vol afgrijzen het decor, de assistentes – verkleed als stewardessen en de troostprijzen. “Als een soort van zwarte Nederlandse humor een zak tulpenbollen en een kogelvrij vest" aldus The New York Times.

    Velen speculeerden dat de quiz een stunt zou zijn, net als drie jaar geleden met de Grote Donorshow. Aan het begin van het programma voedden cynische frasen van presentator Waldemar Torenstra deze illusie: 

    Zij kunnen voor hun vertrek nog eenmaal profiteren van Nederland.

    En door hun jarenlange procedures hebben ze zich goed voor kunnen bereiden.

    We beginnen snel, want jullie zijn uitgeprocedeerd en kunnen op elk moment teruggezet worden op het vliegveld.

    Deze quiz kent geen verliezers, want jullie hebben sowieso al een ticket naar jullie prachtige vaderland, of je nou wil of niet.

    Maar aan het einde van de uitzending bleek het tegendeel waar. De Koerdische Gulistan uit Armenië die al elf jaar in Nederland woont, bleek van de vijf kandidaten de meest ingeburgerde uitgeprocedeerde asielzoeker. Zij kreeg “niet alleen een vliegticket van de Staat”, maar ook “een koffer belastinggeld”. Haar laatste woorden: “Nederland, hebben jullie nu gezien wat ik in huis heb?” Daarna bleef het opvallend stil in medialand. 

    Bekijk de spelquiz hier.

  • Extreemrechts

    Debat ideologie Breivik woekert door

    12 augustus 2011

    Vandaag is het precies drie weken geleden dat Anders Breivik een bloedbad aanrichtte in Noorwegen. Hoewel vele Noren het zat zijn om de afbeelding van Breivik op de voorpagina’s van de nieuwsbladen te zien, een Noor zei bijvoorbeeld gisteren in Trouwhij moet vergeten worden, niet getoond. Zolang de kranten voor zo'n voorpagina kiezen, kiezen wij ervoor de krant om te draaien”, gaat het internationale debat over de ideologie van Breivik in al zijn hevigheid door.

    Zo publiceerde The Guardian op 8 augustus een opinieartikel van de Sloveense filosoof Slavoj Žižek met als kop: “De vileine logica achter de keuze van Anders Breivik”. De lead van dit artikel, geschreven dus door The Guardian en niet door de filosoof zelf, luidt: “Net als Pim Fortuyn eerder, belichaamt Breivik het kruispunt tussen rechtspopulisme en liberaal politieke correctheid”. 

    Het stuk veroorzaakte veel ophef in een aantal Nederlandse dagbladen. De Telegraaf kopte bijvoorbeeld: ”Filosoof: Fortuyn leek op Breivik”. En Leefbaar Rotterdam reageerde woedend “Die man is volslagen gek geworden, Pim was volslagen geweldloos”.

    Dit kan wel wezen, maar in zijn betoog schrijft Žižek niet dat Fortuyn “gewelddadig” was. Waar het hem om gaat is de ideologie van Breivik die bestaat uit tegenstrijdige elementen omdat zij tot verschillende stromingen behoren: “extreemlinks marxisme, liberaal multiculturalisme en religieus islamfundamentalisme” en die in "een nieuw jasje is gestoken". 

    Deze tegenstrijdigheden worden duidelijker door het profiel van Breivik van dichterbij te bekijken:

    Breivik pleit voor christendom, maar is zelf een seculiere agnost: christendom is voor hem vooral een culturele constructie om zich te kunnen verzetten tegen de islam. Hij is anti-feministisch en is van mening dat vrouwen ontmoedigd moeten worden om hoger onderwijs te volgen, maar hij staat positief tegenover een ‘seculiere’ samenleving, is voorstander van abortus en heeft niets tegen homoseksualiteit.

    En hier ligt dan de vergelijking met Fortuyn:

    Een rechtse populist wiens persoonlijkheid en meningen (of de meeste daarvan) vrijwel volkomen ‘politiek correct’ waren. Hij was homo, had goede persoonlijke banden met veel immigranten, hij had een aangeboren gevoel voor ironische humor –kortom hij was een goede, tolerante liberaal ten aanzien van alles behalve zijn standaard houding ten opzichte van moslimimmigranten.

    Daar houdt de vergelijking dan ook mee op, want de rest van het betoog steunt op het idee dat Breivik het kwaad met het kwaad probeert te bestrijden en dat hij dit als moslimhater probeert te doen door zich uit te spreken als voorstander van de Israëlische staat, ondanks het feit dat hij antisemiet is. Als “anti-immigratiepopulist" gebruikt hij de Staat Israël (dat heel praktisch niet in Europa ligt) als wapen tegen de islam. 

    De beschrijving van Breivik in dit tweede deel van het betoog doet me denken aan een andere Nederlandse politici die sinds de moordpartij in Noorwegen behoorlijk in opspraak is geraakt. Daar rept Žižek echter niet over.

     

    Lees hier het hele artikel van Slavoj Žižek

    Een ander artikel van Slavoj Žižek dat Presseurop op 4 februari publiceerde is hier te lezen.

  • Interview

    Paolo Rumiz: “Het hart van Europa klopt in het oosten”

    05 augustus 2011

    De Italiaanse auteur Paolo Rumiz maakte een reis langs de grenzen van Europa en schreef daar een boek over. Hij meent dat we de ziel van het oude continent alleen nog maar tegenkomen in een aantal ex-communistische landen en langs de buitengrenzen van de Europese Unie. Een interview.

    Hoe bent u op het idee gekomen om een reis te gaan maken langs de oostgrenzen van de Europese Unie?

    Ik was op zoek naar een echte grens die nog als zodanig bestaat. Ik kom uit Triëst, dus ik ben opgegroeid in een grensgebied. Ik ben zelfs geboren op de dag waarop de grens rond Triëst is opgetrokken, op 20 december 1947. Deze grens is op de zestigste verjaardag ervan afgebroken [toen verschillende Oost-Europese landen tot de Schengenruimte toetraden, red.]. Die gebeurtenis viel samen met mijn zestigste verjaardag. Die avond keken mijn Poolse levenspartner [de fotograaf Monika Bulaj, red.] en ik elkaar aan en zeiden we tegen elkaar: ‘Zestig jaar lang wilden we de grenzen afbreken. Wat gaan we nu doen, nu er geen grens meer is?’ Dat was voor ons een fantastische aanleiding om op ontdekkingsreis te gaan en uit te zoeken waar het mysterieuze gevoel dat grenzen geven, was gebleven. Middenin een bos in de vallei van Rosandra, waar zich de laatste Italiaanse herberg voor Joegoslavië bevindt, waren wij – lichtelijk aangeschoten en in een euforische roes – bezig de oude grenzen met Joegoslavië door te zagen. Op dat moment nam ik het besluit om op zoek te gaan naar die echte grens, een plaats waar ik nog echte grenswachters zou aantreffen.

    En heeft u die gevonden?

    Nou en of! Beseft u wel wat dat betekent? Als ik deze reis vijfentwintig jaar geleden had gemaakt, dan had ik (als ik Slovenië eenmaal was binnengekomen) nooit meer mijn paspoort hoeven laten zien, want ik zou dan in de ruimte van het Warschaupact en de voormalige USSR zijn gebleven. Maar nu moest ik voortdurend de grenzen van de Schengenruimte en de Europese Unie oversteken waardoor ik – in het bijzonder tussen Noorwegen en Rusland en tussen Letland en Rusland – opliep tegen ongelooflijk starre grenzen, nog erger dan voor de Val van de Muur. Ik wilde zien wat er zich achter die grens, die scheiding bevond. Maar al snel besefte ik dat er geen enkel verschil was tussen deze of gene zijde van de grens, ondanks die absurde barrières, en dat de grenzen van de EU in werkelijkheid door een reeks grensoverschrijdende gebieden met schitterende namen lopen, zoals Koerland [in Litouwen, red.], Botnië [Scandinavië, red.] en Dobroedzja [in Roemenië/Bulgarije, red.], die al bestonden voor de grote nationalistische koorts van de negentiende eeuw en het ware hart van het continent vormen.

    Er wordt beweerd dat het geografische centrum van Europa zich ergens ten westen van de Oekraïne zou bevinden…

    Europa heeft meerdere centra, één in Litouwen, één in de Karpaten, één in Polen… Het hangt er maar vanaf hoe je Europa meet. Wat wel vaststaat, is dat Europa in de lengte groter is dan in de breedte. Het centrum van Europa is op dit moment slechts een slap aftreksel van het westen, ook al vinden we hier duidelijke sporen van het oosten. Deze mix van Slavische en Joodse elementen, die de diepe ziel van Europa vormen, heb ik alleen in deze grensregio's aangetroffen. Daar klopt voor mij het hart van Europa, zoals ik dat hoorde en zocht: een soort moederlijke vrouwelijkheid en grote rivieren. Die trof ik aan in Rusland, de Oekraïne en Polen.

    In uw boek klinkt een bijna grenzeloze liefde door voor de Slavische geest en de levensstijl van de personen die u op uw reis bent tegengekomen. Maar ook een soort afkeer van bepaalde West-Europese aspecten. Wat is er mis met West-Europa?

    Dat is een meer homogene, minder echte wereld van celluloid waar de tijd elke dag sneller loopt en verloren gaat in een eindeloze stroom e-mails en sms’jes, waar we het contact zijn kwijtgeraakt met de aarde – ‘zemljia’, zoals de Russen zeggen, was een woord dat mij samen met ‘voda’ (water) gedurende mijn hele reis heeft gevolgd.

    In uw boek steekt u de loftrompet over de authenticiteit van de bewoners van deze grensregio's. Toch hebben velen van hen maar één wens, namelijk in West-Europa leven, of in ieder geval de West-Europese levensstijl overnemen.

    Dat moeten we natuurlijk niet vergeten. Ik wil niet zeggen dat ze het bij het verkeerde eind hebben, maar we kunnen hen er wel op wijzen dat het gras aan deze kant van de grens niet groener is. Ouderen zijn zich hiervan bewust. Zij beseffen dat de solidariteit die hun persoonlijke relaties kenmerkt, onder westerse jongeren niet meer bestaat.

    In uw boek heeft u het vaak over ‘de Slavische ziel’. Hoe zou u die definiëren?

    Slaven zijn zich ervan bewust dat zij niet de hersenen van het continent vormen, maar in enige zin de ingewanden hiervan zijn. Zij laten hun instincten de vrije loop en dat kan uitmonden in ongelooflijke agressiviteit, maar ook in onvergetelijke tederheid in andere situaties. In mijn boek beschrijf ik een scène in Minsk, waar een accordeonist wordt benaderd door een groep jonge vrouwen: ‘Kom Igor, laat ons huilen!’ Een westerling zou zoiets nooit vragen. Die zou vragen om een liedje om zijn te snelle, inhoudsloze leven te verdoven. Waar ik van houd bij de Slaven, is dat zij het duistere gedeelte van hun leven, melancholie, met anderen willen delen.

    Is Europa veranderd door de toetreding van een tiental ex-communistische landen?

    Ja, want zij hebben gezorgd voor een opmerkelijke opleving van nationalisme. Vanuit dat oogpunt zijn de Polen een ramp. Zij koesteren het gevoel dat zij een martelaarsvolk zijn dat weerstand heeft geboden aan de communistische moloch. Nadat het nationalisme was verdwenen, heeft Polen dit op een ziekelijke manier vanonder het stof vandaan gehaald. De mensen zijn op zichzelf gericht. Wat er met het vliegtuig van president Lech Kaczynski is gebeurd [dat in april 2010 neerstortte bij Smolensk, red.] spreekt boekdelen: zij wilden niet dat de Russen hen beschouwden als imbecielen!

    In uw boek lijkt het erop alsof u Europa en zijn instellingen verwijten maakt…

    Ik verwijt Europa en Italië dat zij ingedut zijn en niet beseffen dat er nationalistische en centrifugale krachten zijn die hen ondermijnen. Wij zijn de les van de Balkanlanden vergeten. Als een bevolking zoekende is, hoeven we maar een vijand aan te wijzen waarna iedereen die ook als zodanig gaat beschouwen. Het is tegenwoordig een peulenschil voor een leidende klasse die aan de verliezende hand is om een politieke krachtmeting om te zetten in een etnische krachtmeting. We hebben niet meer te maken met antifascistische tegenkrachten, maar we zijn nu ook verstoken van kritische tegenkrachten. Vanuit dit oogpunt vormt Italië – maar ook België – een risicogebied. We vinden hier een sterk regionalistisch slachtofferschap. Een vorm van wrok van de periferie jegens het centrum.

    Opgetekend door Gian Paolo Accardo

  • Nederland

    De Jager

    15 Juli 2011

    De Nederlandse minister die op Europees niveau de laatste weken het meeste in de schijnwerpers stond was Jan Kees de Jager. Veel goeds wordt er over het algemeen niet over hem geschreven omdat hij een strakke koers wil varen en ‘zijn’ volk wil beschermen tegen de schuldencrisis die zich in de ‘zwakke’ eurolanden afspeelt.

    Melvyn Krauss schreef afgelopen maandag het volgende in NRC Handelsblad:

    De Jager is geen echte minister van Financiën – hij is een populist, vermomd als minister van Financiën.

    In de Volkskrant schreef Leen Vervaeke in haar column over De Jager iets soortgelijks. Zij vergeleek hem met de leider van de Vlaamse Nationalisten:

    In Nederland is er nu ook een soort Bart De Wever opgestaan. Een politicus die opkomt voor de rechten (en de portemonnee) van de hardwerkende burgers in het Noorden, tegen de luie profiteurs uit het Zuiden. Die geen harde woorden schuwt en die vasthoudt aan principes, ook al leiden die tot niets.

    Met stoere taal probeert De Jager zijn woorden kracht te geven als hij met zijn Europese collega’s in Brussel is:

    De Grieken bedonderen de boel.

    en

    I'm Dutch so I may be blunt.

    Hoewel De Jager zelf het idee heeft “respect af te dwingen”, worden dergelijke uitspraken niet gewaardeerd in Brussel, zo valt te lezen in twee verschillende artikelen in Vrij Nederland – waarin deze week een exclusief interview met De Jager staat.

    Volgens VN-redacteur Max van Weezel was de Europese en internationale kritiek op Nederland zelfs aanleiding voor premier Rutte om onlangs een speciale brainstorm van de regering op het Catshuis organiseren. Het idee hierachter: een oplossing vinden om de boodschap (in Brussel) beter te verpakken zonder het draagvlak van de Nederlandse burger te verliezen.

    Ik houd de Nederlandse uitspraken in Brussel, met name die van minister De Jager, grondig in de gaten de aankomende weken!

  • Architectuur

    Daar zijn ze dan, de eurobruggen

    08 Juli 2011

    Die imposante bruggen op de eurobiljetten, die zijn gewoon fictief! Om ervoor te zorgen dat de verschillende eurolanden zich niet gekrenkt zouden voelen, werd besloten om de biljetten te voorzien met fantasiebruggen die in 1996 ontworpen werden door de Oostenrijker Robert Kalinka.

    De Nederlandse grafisch ontwerper en kunstenaar Robin Stam kwam daarom op het idee om de bruggen na te bouwen. Aanvankelijk als grap kwam het onderwerp ter sprake tijdens een gesprek met een raadslid uit de gemeente Spijkenisse die er wel iets in zag.

    De eerste twee bruggen (die van het 10 en het 50 eurobiljet) zijn inmiddels zo goed als af en in de loop van dit jaar en volgend jaar zullen de vijf andere bruggen worden nagebouwd.

    Om er zeker van te zijn dat met de bouw niemand voor het hoofd gestoten zou worden, heeft Stam toestemming gevraagd aan de Nederlandse Bank en de Europese Centrale Bank. “Ze hebben akkoord gegeven en vonden het ook een leuk en grappig initiatief. In september willen ze graag bij de officiële opening zijn”, aldus Stam in de Volkskrant.

    Ik hoop dat de officiële delegatie al een aantal schaaltekeningen heeft ontvangen, anders zal ze vast verrast zijn, het zijn namelijk voetgangers- en fietsbruggen die alle zeven over dezelfde gracht zullen gaan die in een nieuwe woonwijk in Spijkenisse ligt. Iets minder grandioos dan een Europeaan zich had voor kunnen stellen, maar wel net zo kleurrijk en waarschijnlijk een stuk grappiger.

     Illustratie: Robin Stam

  • Bezuinigingen

    Wereldtoneel

    14 Juni 2011

    De Nederlandse militairen en politiemensen zijn klaar voor hun vertrek naar Kunduz. Zij zullen daar Afghaanse politieagenten gaan trainen. Het is de vraag of de politie aldaar wel zit te wachten op onze Nederlandse trainers. Wat hebben militairen uit een land van polders en animal cops te vertellen aan Afghaanse jongens die leven in een wereld van oorlog en geweld, waar bomaanslagen aan de orde van de dag zijn en corruptie een manier is om hoger op te komen? Voor wie zal deze nieuwe missie een les zijn? Wat het uiteindelijk resultaat ook mag zijn, Nederland heeft een rol op het wereldtoneel, Nederland wordt gezien.

     

    Ondanks de enorme bezuinigingen waar Defensie mee te maken heeft (in vier jaar tijd moet er 1 miljard euro bezuinigd worden), zit er wel geld in het potje voor deze omstreden missie waarvan de kosten (in januari) geraamd zijn op 467,8 miljoen euro. Dat is nog eens een budget! Ruim twee keer zo veel als de bezuinigingen die staatssecretaris Zijlstra van OCW in de cultuursector moet verrichten. Hij besloot de grote, prestigieuze instellingen "van internationale statuur” te sparen, de kleinere musea, festivals, orkesten, toneelgroepen, zullen naar alle waarschijnlijkheid de dupe worden. Maar op het wereldtoneel speelt Nederland nog steeds een rol.

    De top blijft staan, maar de kans bestaat dat de ondergrond en voeding langzaam verdwijnen. Of in andere woorden (die van Trouw) "Kun je dansen zonder armen en benen"? Je wordt er ondernemender door, zou Zijlstra wellicht zeggen, dat is de omslag die hij beoogt voor de cultuursector die "marktgerichter" te werk moet gaan. Cultuur als onderneming. Maar meneer Zijlstra, het betreft veelal artiesten en kunstenaars, geen zakenlui economen of strategen.

    De afgelopen dagen was er in de Nederlandse media veel verontwaardiging te lezen over het project dat Zijlstra afgelopen vrijdag presenteerde. Een vergelijking tussen Defensie en Cultuur kwam ik meerdere malen tegen. Meestal op kritische wijze, zoals Bert Wagendorp in zijn Volkskrant-column van zaterdag 11 juni:

    Bij staatssecretaris Halbe Zijlstra heb ik altijd het gevoel dat hij er niks aan gevonden zou hebben, als hij de cultuursector 200 miljoen euro éxtra had moeten toekennen. Vermoedelijk had hij dan bedankt voor het baantje.

    Zijlstra is heel anders dan Hans Hillen van Defensie. Die lijdt onder elke euro die hij moet bezuinigen. Toen Hillen het miljard eraf moest uitleggen aan de manschappen, was het alsof hij aankondigde eigenhandig en zonder verdoving zijn linkerbeen te moeten amputeren.

    Halbe Zijlstra staat daar heel anders in. Die beleeft er lol aan. Wanneer Rutte tegen hem had gezegd dat hij 600 miljoen euro op de landsuitgaven aan cultuur moest bezuinigen, was hij nóg energieker aan de gang gegaan. Mooi klusje.

    Of via een advies zoals Arnon Grunberg die op dinsdag 14 juni in zijn Voetnoot deed:

    Het moge duidelijk zijn dat oorlog verworden is tot performancekunst. De Koninklijke Landmacht bestaat voornamelijk uit mimespelers, clowns en hier en daar een verdwaalde acrobaat. Het is voor alle betrokkenen het beste als Defensie en OCW worden samengevoegd. De gedachte dat defensie en cultuur twee verschillende zaken zijn, is hopeloos passé. Met terugwerkende kracht moeten wij de Nederlandse operatie in Srebrenica als een toneelvoorstelling beschouwen. De Koninklijke Militaire Academie kan fuseren met de Maastrichtse toneelacademie; het verschil tussen beide opleidingen is minimaal.

    Acteurs zullen naar Afghanistan vertrekken om aldaar agenten op te leiden. Van Afghaanse agenten wordt zoals bekend slechts een vaardigheid verwacht: acteren.

    Ik ben dan wel geen groot schrijver, maar als ik ook een tip, van hoog Presseurop-gehalte, mag geven:

    Stuur die jongens niet naar Kunduz, maar naar Roemenië en Bulgarije zodat ze daar de douanebeambten kunnen opleiden. Dat kost vast een stuk minder geld en zal naar alle waarschijnlijkheid veel doeltreffender zijn en dan kunnen die landen, die sinds 2007 bij de EU horen, ook deeluitmaken van de Schengenzone. Volgens één van onze lezers, die een bericht over Schengen becommentarieerde, staan ze daar in Roemenië zelfs om te springen:

    As a Romanian citizen I hope they don`t let us in so easy because we need EU to push us more to do the right things. PLEASE make us do the right thing, FORCE US!!! We need a big PUSH in JUSTICE!

    Illustratie: Situ Harns op letterpodium.nl

  • Europa

    Hebben we het te goed voor een revolutie?

    06 Juni 2011

    Griekse burgers die iedere avond voor het parlement bijeenkomen en hun volksvertegenwoordigers uitschelden, Spaanse jongeren die al weken de centrale pleinen in de grote steden bezetten met hun tenten, Portugal dat in spanning afwacht wat de kersverse regering voor (sober) beleid gaat voeren. En ondertussen maken Noord-Europese burgers zich zorgen om 'hun belastinggeld' dat over de balk wordt gesmeten door Zuid-Europeanen die er beter aan zouden doen om hun handen uit de mouwen te steken.

    In de noodleidende landen denken de burgers echter heel anders over de precaire situatie waarmee zij te maken hebben. Zij houden vooral de politieke elite verantwoordelijk voor hun buitengewoon sombere toekomstperspectieven.

    In een essay dat afgelopen zaterdag in de Volkskrant stond onder de kop “Immuun voor revolutie”, waarschuwt Thomas von der Dunk voor de gevolgen die "de landen aan de goede kant van de financiële streep" – Nederland, Finland en Duitsland voorop – veroorzaken door keer op keer hun zuiderburen te berispen. Het ongenoegen van de burgers jegens hun regering zou er alleen maar groter door worden.

    Hij denkt niet dat de sociale spanningen direct zullen leiden tot waarachtige revoluties:

    Europa lijkt daarvoor tot dusverre toch vooral immuun, omdat nog te veel mensen nog te veel te verliezen hebben – anders dan de straatarme opstandelingen van 1789, 1848 of 1917.

    Maar hij overdenkt wel mogelijke rampscenario's:

    Wat wil Brussel doen, als Athene straks bezwijkt voor de druk van de eigen bevolking? Er een leger op afsturen om alsnog de herstelbetalingen te innen? Dat deden de Fransen in 1923: die bezetten toen het Ruhrgebied, met een desastreuze mega-inflatie als gevolg.

    Von Der Dunk is ervan overtuigd dat strenge bezuinigingen niet zullen worden geaccepteerd door de bevolking. Volgens hem moeten er twee maatregelen worden getroffen:

    Allereerst het aanpakken van de schuldigen, die nu nog ongestoord van hun megawinsten genieten en zich in nieuwe bonussen verheugen.

    En ten tweede:

    Stricte structurele maatregelen die herhaling voorkomen.

    Het idee dat loodzware bezuinigingen averechts werken op sociaal vlak weerklinkt ook in de column van Rob de Wijk die afgelopen vrijdag in Trouw stond. Van Wijk is bezorgd over de maatschappelijke onvrede en politieke instabiliteit die zijn veroorzaakt door de stagnerende economie, op haar beurt weer veroorzaakt door de financiële crisis. De actuele situatie ondermijnt volgens de Trouw-columnist het politieke bouwwerk van de Europese Unie. Hij refereert naar artikelen van politicologen die onlangs in de international pers zijn verschenen. Hieruit blijkt dat ook buiten de EU wordt opgemerkt dat Europa gebukt gaat onder "een gebrek aan solidariteit".

    Zo voorspellen de Amerikaanse Henry Farrell en zijn Australische collega John Quiggin in het blad Foreign Affairs dat:

    Door dogmatisch bezuinigen de Europese economieën onherstelbaar beschadigd zullen worden.

    Beide politicologen denken net als Paul Krugman (die hierover een stuk schreef in de New York Times), en in zekere zin ook Von Der Dunk, dat "kwijtschelding van schulden en hulp van rijke aan arme lidstaten de enige oplossing is”.

    Maar De Wijk voegt hieraan toe:

    Dit wordt door het politieke klimaat in Europa ('geen cent naar spilzieke Grieken') steeds lastiger.

    Zo is het cirkeltje weer rond, maar zijn de problemen verre van opgelost.

    Het is misschien maar een schrale troost, maar op zijn minst is het wat, de Spaanse indignados zijn in de meeste Spaanse steden hun boeltje bijelkaar aan het rapen, misschien heeft De Wijk dus niet helemaal gelijk als hij schrijft:

    Binnenkort kunnen in alle hoofdsteden van Europa tentenkampen staan.